Lamin (43) woont al zeven jaar op straat in Berlijn. ‘Je moet altijd klaarstaan om jezelf te verdedigen’

Het duurt een halfuur om van de ene naar de andere kant van Berlijn te komen met de trein. In de hoofdstad van Duitsland staan meer dan twee miljoen huizen. Toch lijken de straten van Berlijn overspoeld te zijn door daklozen. In bijna elke straat ligt wel iemand gewikkeld in een slaapzak. En de verwachting is dat het probleem de komende jaren alleen maar groter wordt.

Piepende remmen, binnen de kortste keren staat de trein stil. Van 200 kilometer per uur naar complete stilstand, alsof het niks is. Uit de rechthoekige ramen de eerste indrukken van Berlijn. Een paar jongeren die tijdens die al de hele reis flessen met alcohol drinken, wijzen naar bekende herkenningspunten. De Brandenburger Tor, Rijksdag of de Berliner Dom.

De trein rijdt over de grens tussen wat in de tijd van de Koude Oorlog Oost en West-Berlijn was, voor het blote oog vooral herkenbaar aan de verschillende soorten bouwstijlen. In Oost-Berlijn de snel gebouwde, efficiënte flats uit de DDR tijd en in West meer een futuristische bouwstijl met torenhoge glazen gebouwen.

Nadat de trein is aangekomen stappen de dronken jongeren uit. Blikjes en flessen met drank laten ze achter. Zonder er verder bij na te denken en gierend van het lachen verzamelen ze in hun polo’s en naar achter gekamde haren op het perron.

Ze zien niet de verweerde man, die als enige met een oranje plastic afvalzak vol met flesjes de trein instapt. Waarschijnlijk om de achtergelaten flesjes en blikjes op te rapen voor het statiegeld. Of het logo met een groot rood kruis van Bahnhofsmission Berlin die ze kunnen zien als ze de roltrap van het perron naar beneden nemen.

Voor de deur van de Bahnhofsmission op het hoofdstation staat een lange rij. Het is twintig voor negen in de ochtend, over een paar minuten gaat de deur van de hulporganisatie pas open. Aan de bedompte geur van zweet en koffie te ruiken, staat een deel van de rij hier al een tijdje. De mensen in de rij verschillen, zo zijn er reizigers met zware koffers, een vrouw met een handtas. Maar het overgrote deel lijkt alsof ze een nacht op straat hebben geslapen, met lange baarden, vuil op het gezicht of gescheurde kleding.

Wanneer de deur dan eindelijk wordt opengedaan, weten mensen niet hoe snel ze naar binnen moeten. Toch wordt een kleine groep tegengehouden. Er is geen plaats meer, daarom moeten ze een halfuurtje wachten. In de rij staat een donkere man met drie tassen in zijn hand, een blauwe en twee zwarte. De man stelt zich voor als Lamin. Waarom hij hier is? “De mensen hier geven mij hoop.”

Binnen is de ruimte klein, een balie waar drie jonge medewerkers drinken uitdelen aan de gasten en een stuk of zeven tafeltjes met een aantal stoelen eromheen. Aan de linkerkant bevindt zich nog een kleine ruimte met een grote tafel in het midden en een computer in de hoek. Aan de rechterkant de opslag, wc’s en kantoor. Allemaal niet meer dan vijf stappen breed.

Steeds meer

In de kleine ruimte werkt Annette Meyns (62). Al twee jaar zet zij zich als één van de leidinggevenden in bij de Bahnhofsmission op het hoofdstation van Berlijn. De organisatie is er voor iedereen die hulp nodig heeft. Van Duitse inwoners die het moeilijk hebben tot vluchtelingen die naar Duitsland komen voor een beter bestaan. In veel gevallen vangt de Bahnhofsmission ze op en stuurt ze door naar de juiste instanties. Maar de meeste mensen die Meyns helpt zijn daklozen. “Het worden er steeds meer.”

Annette Meyns bij de Hauptbahnmission Berlin. Foto: Famke Schirm

Dit jaar kwam de ‘Senatsverwaltung für Soziales’ (de senaatadministratie voor Sociale Zaken) op de officiële website van Berlijn met de mededeling dat bijna 54 duizend inwoners van Berlijn dakloos zijn. Een flinke verdubbeling van drie jaar eerder, toen er nog 22 duizend mensen zonder een dak boven hun hoofd leefden.

De grootste toename kwam volgens een onderzoek van Bundesministerium für Wohnungsbau, Stadtentwicklung und Bauwesen (het Duitse ministerie voor huisvesting, stadsontwikkeling en bouw) door het aantal immigranten. Vorig jaar lag dit aantal rond 47 duizend, dit jaar zijn daar ongeveer 6 duizend daklozen bijgekomen. Ook de stijgende huizenprijzen en het woningtekort worden in het onderzoek als oorzaken van het toenemende aantal daklozen genoemd.

Het aantal daklozen in Duitsland is de afgelopen jaren sowieso aan het stijgen. Volgens cijfers van een landelijke organisatie die zich inzet om daklozen te helpen (BAG W.), is het aantal daklozen tussen 2023 en 2024 met 11 procent gestegen. Daardoor hebben op dit moment meer dan een miljoen mensen in Duitsland geen dak boven hun hoofd.

Gevaren op straat

Eén van deze daklozen is Lamin (43). Geboren en getogen in Berlijn leeft hij nu voor het zevende jaar zonder dak boven zijn hoofd. Een naar eigen zeggen veteraan. “Het is eenzaam. Je hebt niet veel mensen om mee te praten, omdat iedereen rondloopt met problemen. Sommigen zijn ook gevaarlijk, je moet constant klaarstaan om jezelf te verdedigen.”

Zelf houdt hij helemaal niet van vechten. “Maar als je het niet doet krijg je wonden in je gezicht. Dan gaan mensen op straat je veroordelen en krijg je geen hulp. Ze denken dat jij het probleem bent, door drank, agressie of iets anders. Maar soms kan je er niks aan doen. Ik zag ooit iemand in elkaar geslagen worden omdat hij snurkte.”

Daklozen liggen te slapen in een park. Foto: Eigen foto

Wanneer hij zich veilig wil voelen, gaat Lamin naar de wijk Charlottenburg. Een wat duurdere wijk ten westen van de binnenstad, vol met de glazen flats van West-Berlijn. Hij groeide daar op en kent daarom alle plekjes voor een goede nachtrust. “Ik lig dan altijd voor de ingang van een Japans restaurant. Ze weten dat ik daar ben. Maar ik zorg er altijd voor dat ik weg ben voor de zon opkomt en niks achterlaat. Daarom vinden ze het volgens mij niet erg.”

Lamin is niet de enige die zich in de wat rijkere wijk van Berlijn veilig lijkt te voelen. Op de stoepen van de straat richting het bekende warenhuis KaDeWe liggen allerlei daklozen op de grond. Verborgen in hun slaapzakken liggen ze dicht tegen de gebouwen aan, om een beetje beschutting te krijgen van de koude wind die tussen de gebouwen door snijdt.

De kou viel Lamin in de winters het zwaarste. Voor hem voelde de zomers wat meer als backpacking. Maar de kou maakte het moeilijk om buiten te leven. Zo was het afgelopen winter min vijftien graden. “Wanneer ik water dronk, het neerzette en mijn sigaret aanstak, was mijn water bevroren. Hier kon ik altijd wel opwarmen, maar de omstandigheden waren bijna niet te doen.”

Hoewel de winters in Duitsland flink koud kunnen worden, komen veel mensen uit oostelijke buurlanden in de winter naar Berlijn. Volgens Annette Meyns niet alleen omdat het hier iets warmer is. “Daar is meestal de hulp voor daklozen niet zo goed als hier. Daardoor krijgen wij het eigenlijk te druk. Maar goed, onze deuren staan voor iedereen open.”

Zorg voor iedereen

Eén van de daklozen in Charlottenburg lijkt er wat zwaarder aan toe dan de rest. Terwijl hij langs de slaapzakken strompelt, mompelt hij een beetje voor zich uit. Aan zijn warrige, vettige haren en baard te zien, is het een hele tijd geleden dat hij voor het laatst de warme waterstralen van een douche op zijn huid voelde. Zijn zwarte joggingbroek is met witte strepen aan beide kanten flink gescheurd. Zijn gezicht en benen zitten vol met flinke schrammen en wonden.

Wat Lamin eerder zei over wonden lijkt te kloppen. Voorbijgangers gaan met een iets grotere boog om de man heen. Sommige wonden kunnen flink gaan ontsteken, wat onbehandeld ernstige gevolgen kan hebben. Een bekende plek om deze wonden te laten verzorgen is het Jenny de La Torre Stiftung, dat ten noorden van de binnenstad ligt.

Voorzijde van de Jenny de La Torre Stiftung. Foto: Eigen foto

Daar werkt huisarts Christoph Biella. Ingepakt met een blauw mondkapje en handschoenen opent hij de deur. Hij is net bezig om het verband van een dakloze te vervangen. Onder het verband verschijnt een droge huid en een wond met een gele kleur. “Hij had zijn been gebroken en na de operatie is het gaan ontsteken.”

Het verzorgen van de wond doet de stichting gratis. “Wij bestaan volledig van donaties”, vertelt Biella in het Engels, terwijl zijn Duits accent nauwelijks te horen is. Ze krijgen ook geen hulp van de overheid. “Dat willen we niet. De zorg voor daklozen moet niet afhankelijk worden van welke partij op dat moment aan de macht is.”

Het zorgen voor de daklozen is lastig. “We hebben veel mensen die verslaafd zijn of psychische problemen hebben”, zegt Biella. “Het is heel moeilijk voor hen om te veranderen, daarom proberen wij deze mensen te ondersteunen. Wij zijn hier en dat is het beste wat we voor deze mensen kunnen doen.”

Dokter Christoph Biella. Foto: Eigen foto

“Je kan de wereld niet in één keer veranderen”

Hoewel de stichting en de Hauptbahnmission hun best doen om de fysieke en mentale wonden te verzorgen, is het volgens Meyns heel lastig om daklozen écht te helpen. Het ligt namelijk niet alleen aan de gezondheid van de mensen op straat. “Het kost veel vertrouwen om je open te stellen. Mensen schamen zich voor de situatie waar ze in zitten. Maar als ze zich afsluiten, kan ik ze niet helpen.”

Ze kijkt in de richting van de jonge vrijwilligers die haar vandaag helpen. “Ik probeer ze mee te geven dat ze de wereld niet in één keer kunnen veranderen. Dat vinden ze heel lastig, daarom is dit werk niet voor iedereen weggelegd. Het helpen van deze mensen kost veel tijd, maar elke stap die ze met mijn hulp kunnen zetten, geeft me de energie om door te gaan.”

De dakloze Lamin kijkt naar zijn handen. Ze zijn nu geheeld en goed verzorgd, net als de rest van zijn uiterlijk. Zijn haar is afgeschoren, hij draagt een zwarte T-shirt en joggingbroek. Maar dat was ooit anders. Hij herkend zich in de schaamte die Meyns omschreef. “Innerlijk was ik in conflict met mezelf. Ik wil daar niet teveel over uitweiden. Maar het zorgde ervoor dat ik onzorgvuldig was met mijn eigen lichaam.”

Het verliezen van hoop

Onder een brug dichtbij Alexanderplatz ligt een man halfnaakt in een blauwe slaapzak. Zijn gezicht gaat verscholen achter een bruine baard en bruine lokken haar. Het enige wat je ziet zijn glazige ogen die staren in het niets. Rondom hem hangt een geur van een combinatie van zwavel en zweet.

Even verderop in de kleine ruimte van de Hauptbahnmission pakt Lamin een blauwe slaapzak, opgevouwen tot een tas. Hij draagt het elke dag als hij van de ene naar de andere plek gaat, samen met twee andere tassen. “Daar ga je flink van zweten, zeker in de zomer.”

De spullen zijn heel waardevol voor hem. “De eerste keer dat ik werd beroofd in mijn slaap stalen ze bijna alles. Tas, bankpas, telefoon. Dat is het moment dat veel mensen de hoop verliezen, ze grijpen naar alcohol en laten het allemaal maar gebeuren.” Daarnaast waren er soms daklozen die hem drugs of alcohol aanboden. “Als je op straat leeft moet je daarom soms egoïstisch zijn.”

De Hauptbahnmission gaf hem weer hoop. Hij kreeg daardoor een dagelijkse routine, een veilige plek en informatie over waar hij het beste die dag heen kon gaan. “Wanneer je dakloos bent moet je altijd doorgaan. Door met mensen van de Hauptbahnmission te praten kunnen ze me daarbij helpen.”

En het resultaat van dat doorzetten? “Ik heb vandaag te horen gekregen dat ik op de lijst ben gezet voor een huis via een project hier in Berlijn genaamd ‘Housing First’. Het voelt als een nieuwe start. Maar het kan twee jaar duren voordat ik een huis krijg toegewezen, dus ik moet nog even volhouden. Want als ik weer alcohol of drugs ga gebruiken, word ik van de lijst gezet.”

“Wanneer je dakloos bent moet je altijd doorgaan”. Foto: Eigen foto

Gewone mensen

De komende jaren wordt een flinke toename aan daklozen verwacht in Berlijn. Per 2029 zal het aantal rond de negentig duizend liggen. Hoewel er vanuit de politiek steeds minder geld naar de zorg voor daklozen gaat, denkt Meyns dat de Bahnhofsmission zo lang door kan gaan als nodig is. “We zullen doorgaan met het zorgen voor anderen. Het belangrijkste is dat we in onze zorg niet oordelen, het zijn namelijk ook gewoon mensen.”

Biella sluit zich hierbij aan. “Jenny de La Torre richtte deze stichting op. Helaas is zij een half jaar geleden overleden, maar ze inspireerde mij om voor daklozen te zorgen. Wat wij hier doen bij deze stichting is niet alleen medisch voor mensen zorgen. We proberen de persoon te zien, dat is voor ons het belangrijkste. Daarbij leven we zoals eerder gezegd van donaties. Dus ook wij kunnen nog wel even doorgaan.”

Op de weg terug van de stichting, op het metrostation, loopt een man druk te zoeken door de prullenbakken. Hij pakt een koffiebeker, waar de bruine koffie nog langzaam uitdruppelt. Snel stopt hij het in een oranje plastic tas waar nog een paar andere flesjes en blikjes inzitten. Na een eindje verder te lopen staat hij stil en wacht hij op de metro. Terwijl de stalen deuren openen, staat hij geduldig in de rij van reizigers te wachten. Na een paar tellen is hij verdwenen, opgegaan in de menigte.

1 thought on “Lamin (43) woont al zeven jaar op straat in Berlijn. ‘Je moet altijd klaarstaan om jezelf te verdedigen’

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.