Onafhankelijke krant ‘De Hongaarse Stem’ monddood gemaakt? ‘Je moet constant opletten wat je zegt’
De Hongaarse Stem is een van de laatste onafhankelijke kranten in een door de regering gedomineerd medialandschap. Wat betekent persvrijheid als kritische journalistiek steeds minder ruimte krijgt?
Het zand langs het spoor waait op terwijl tramlijn 4 tot stilstand komt bij de laatste halte: Kálmán Széllplein. Op het plein bij de ingang van het metrostation zit, zoals op zoveel plekken in Boedapest, een kleine krantenkiosk. Tussen twee broodjeszaken lijkt de winkel er met moeite tussen gepropt. Bij het openen van de deur, rinkelt een belletje. De medewerker kijkt direct op. Zijn blik is eerder wantrouwend dan verwelkomend. Het klingelen lijkt eerder een waarschuwing dan een begroeting.
Binnen voelt de kiosk als een overvol tankstation: een koelkast vol energiedrank, een koffieautomaat in de hoek en langs de wanden rekken vol tijdschriften en kranten. Onder het felle TL-licht springen de grote titels direct in het oog. Magyar Nemzet enBlikk liggen netjes op ooghoogte, klaar voor de verkoop. Pas als je bukt, zie je onder in het rek andere namen: Magyar Hang en Népszava. Die plek is geen toeval. In Hongarije moeten onafhankelijke kranten zich staande houden in een medialandschap dat wordt gedomineerd door regeringsgezinde pers, gesteund door staatsadvertenties. Hoe het is om als journalist in zo’n systeem te werken, wordt enkele kilometers verderop duidelijk.
De Hongaarse stem
In het lagergelegen deel van de miljoenenstad wordt in een appartement hard gewerkt aan de volgende editie van een van die kranten onder in het schap. In een versleten wooncomplex komt hoofdredacteur Lukács Csaba naar beneden, nog licht buiten adem van het traplopen. Hij leidt de weg naar boven, naar de redactie van Magyar Hang (Hongaarse stem), een conservatief-kritisch weekblad.
Stapels kranten en boeken vormen een smalle doorgang naar de werkruimte. Er is plek voor zes redacteuren. De overige veertig werken vanuit huis. Achter een journalist die telefonisch een interview afneemt, zijn plankjes aan de muur gespijkerd waaraan met wasknijpers A4’tjes hangen: de planning voor de krant die morgen naar de drukker in Slowakije moet. Omdat Hongaarse drukkerijen kritische media mijden, wijkt de redactie uit naar het buitenland. Aan een grote overlegtafel bladert Csaba door recente kranten. Niet om het laatste nieuws te volgen, juist om te zien wat de regeringsmedia schrijven.

De plank van Magyar Hang
“Dit is propaganda”
Wat ontbreekt, is minstens zo tekenend als wat er wél staat. Csaba houdt een krakende bladzijde omhoog uit de pro-regeringskrant Magyar Nemzet. Op de paginagrote afbeelding staat de Oekraïense president Zelensky met een sinistere lach. Daaronder staat: ‘Laten we Zelensky niet het laatste woord geven’. Het is een advertentie van de regeringspartij Fidesz.

Campagneposter in Magyar Nemzet: ‘Laten we Zelensky niet het laatste woord geven’
“Dit is propaganda,” zegt hij hoorbaar gefrustreerd. Via staatsbedrijven koopt de overheid massaal advertenties in, die bijna alleen terechtkomen bij regeringsgezinde media. “Ze betalen de volle prijs, maar alleen aan media die hen goed gezind zijn.” Zo wordt overheidsgeld ingezet om het regeringsverhaal te versterken. Naast hem knikt redacteur Szabolcs Wekerle, die Nederlands spreekt en die taal ooit studeerde uit fascinatie voor Nederland. “In Nederland is reclame gewoon commercieel,” zegt hij. “Hier is het politiek.”
Buiten raast een tram voorbij. De vloer trilt nog even na. Vanaf de eerste verdieping kijk je uit op een drukke straat, van buiten is niet te zien dat hier een redactie zit. Het is typerend voor hun positie in het medialandschap, waar onafhankelijke media buiten de boot vallen. “We krijgen niets,” zegt Csaba machteloos. “Geen staatsadvertenties, en bedrijven zijn bang voor de gevolgen als ze bij ons adverteren.” Volgens hem is er de afgelopen jaren miljarden overheidsgeld in bevriende media gestoken, waardoor de markt scheef is gegroeid.
De greep op de media
De scheve verhoudingen zijn het resultaat van een mediasysteem dat de afgelopen zestien jaar ingrijpend is veranderd. Volgens internationale onderzoekers is er sinds de terugkeer van premier Viktor Orbán in 2010 sprake van “een systematische aanval op onafhankelijke media”. In die periode kwamen honderden media in handen van regeringsgezinde ondernemers en werden ze samengebracht in de mediastichting KESMA. Naar schatting is inmiddels zo’n tachtig procent van de Hongaarse media direct of indirect verbonden aan de regering, terwijl onafhankelijke titels een minderheid vormen. Kranten als Magyar Hang, Népszava en enkele online platforms werken met beperkte middelen en onder toenemende druk.
In het hoofdkantoor van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International, vlak bij het Kálmán Széllplein, zit Áron Demeter in een klein zijkamertje met zijn benen over elkaar. Af en toe probeert een zwarte hond van een medewerker de kamer binnen te komen. De deur wordt voor zijn neus dichtgeduwd. Terwijl de vogels in de binnenplaats vrolijk doorfluiten, legt Demeter uit hoe de druk op journalisten in Hongarije werkt. “Dat gebeurt zelden via directe censuur, maar vooral via economische middelen en controle over informatie,” zegt de woordvoerder. “Het gaat niet om één maatregel. Het is een combinatie van drukmiddelen die samen een vijandige omgeving creëren voor journalisten.”
Ook surveillance speelt volgens de Hungarian Civil Liberties Union (HCLU) een steeds grotere rol. In een krappe opbergruimte van hun kantoor, dat ook is weggestopt in een oud appartement, vertelt juridisch deskundige Ádám Remport over de gevolgen daarvan. In de afgelopen jaren kwamen meerdere gevallen naar buiten waarbij journalisten werden gevolgd en met geavanceerde spyware gemonitord, vaak door of met medeweten van de overheid. De grootste was het Pegasus-schandaal uit 2021, waarbij ook ngo’s en oppositiefiguren doelwit waren. “Dat heeft een afschrikkend effect,” zegt Remport. “Journalisten weten nooit zeker of ze worden gevolgd.” Daardoor werken verslaggevers en onafhankelijke organisaties vaker met anonieme bronnen, communiceren ze voorzichtiger en worden gevoelige onderwerpen moeilijker te onderzoeken.
Daar komt bij dat financiële druk en publieke campagnes het werk verder bemoeilijken. Journalisten worden daarbij door regeringspolitici en pro-regeringsmedia regelmatig weggezet als bedreigingen voor de nationale veiligheid of als buitenlandse agenten. Daarmee wordt twijfel gezaaid over hun onafhankelijkheid en betrouwbaarheid.
Die framing heeft effect: kritische media worden door een deel van het publiek niet langer gezien als journalistiek, maar als politieke tegenstanders. Tegelijkertijd krijgen journalisten daar ook persoonlijk mee te maken. Ze worden online aangevallen, publiekelijk beschuldigd of doelwit van campagnes in regeringsgezinde media.
Hoofdredacteur Csaba maakte dat zelf mee. In een publieke campagne werd hij beschuldigd van ernstige misdrijven, waarna een rechtszaak volgde. Hij vertelt er opvallend nuchter over, alsof het bij het werk hoort. “Het is heel openbaar,” zegt hij. “Zelfs familieleden vragen wat er aan de hand is. Het is niet fijn om van zulke dingen beschuldigd te worden.”
Ook juridische druk speelt een rol: kritische media krijgen te maken met dure smaadprocedures die tijd en geld kosten. Het systeem werkt niet met openlijke verboden, maar via een optelsom van drukmiddelen die kritische journalistiek langzaam uithollen. Voor redacties als Magyar Hang betekent dat werken binnen steeds krappere grenzen.
“Jullie zijn niet welkom”
Dat merkt Csaba wanneer hij zijn verslaggevers naar een persmoment van de regering stuurt. “We proberen altijd naar binnen te gaan,” zegt hij. “Dat lukt helaas nooit.” Toegang tot persconferenties verloopt via uitnodigingen en registratie. Alleen wie wordt uitgenodigd én goedgekeurd, mag naar binnen. Magyar Hang krijgt die uitnodigingen niet. “Bij de ingang stopt het,” zegt de hoofdredacteur. “Ze vragen: Heb je je geregistreerd? Als je naam niet op de lijst staat, kom je er niet in. We proberen het elke keer, maar het is bijna onmogelijk. Soms lijkt het te lukken,” zegt Csaba. “Dan staan we op de lijst en denken we dat we naar binnen kunnen. Maar bij de deur zeggen ze dan: Dat was een fout. Jullie zijn niet welkom.”

Hoofdredacteur Lukács Csaba van Magyar Hang met Niek Denekamp
Binnen staan journalisten van regeringsgezinde media met camera’s en microfoons. Buiten blijven de anderen achter. Een kritisch tegengeluid blijft uit. “We worden gezien als vijanden.” Zonder toegang tot politici wordt verslaggeving eenzijdig. Persconferenties zijn online te volgen, maar vragen stellen is onmogelijk. Ook op gerichte vragen aan ministeries komt vaak geen of pas laat een reactie.
Die werkwijze heeft ook directe gevolgen voor het nieuws. Csaba herinnert zich een onderzoek naar een Hongaarse ambassadeur in Oostenrijk, die mogelijk belastingvoordelen misbruikte bij de aankoop van een luxeauto. Toen Magyar Hang vragen stelde, bleef een reactie uit. Kort daarna verscheen het verhaal in een regeringsgezinde krant, in aangepaste vorm. “Ze hebben het verhaal van ons afgepakt,” zegt hij geërgerd. “Toen ze doorhadden wat we wisten, gaven ze het aan een andere krant.” Het dwingt de redactie tot voorzichtigheid. Te veel vragen kunnen een verhaal verraden, te weinig vragen maken berichtgeving onzorgvuldig. “Je moet constant opletten wat je zegt en wanneer je iets publiceert. Anders raak je het verhaal kwijt.”
Een lose-lose-situatie
Het zijn niet alleen kleinere redacties die hiermee te maken hebben. Ook grotere, gevestigde kranten ervaren druk. In een winkelcentrum aan de rand van Boedapest, boven sportscholen en magazijnen, zit de redactie van de links-liberale krant Népszava. Via smalle gangen en liften kom je uit in een blauwe gang waar historische voorpagina’s hangen, sommige uit 1873. De krant noemt zichzelf nog altijd de “Stem van het Volk”.
De redactie wijkt weinig af van die van een doorsnee krant. “We hebben een ochtendvergadering en een middagoverleg,” zegt adjunct-hoofdredacteur Gábor Horváth. “Het is hetzelfde als bij de New York Times. Niets bijzonders.” Daarbuiten werkt het anders. De advertentiemarkt is geen vrije markt. Ook bij Népszava blijven commerciële reclames uit, terwijl de overheid soms aanbiedt om staatsadvertenties te plaatsen, vaak met een politieke boodschap. Die overheidsadvertenties brengen de redactie geregeld in een ongemakkelijk dilemma. “Als we weigeren, hebben we geen geld. Maar als we ze accepteren, worden onze lezers boos.” De krant beslist daarom per geval wat nog acceptabel is. Tijdens de verkiezingscampagne werden meerdere advertenties geweigerd, waaronder een campagne tegen Zelensky. “Dat ging tegen onze waarden in.”
In tegenstelling tot Magyar Hang krijgt Népszava soms nog wel toegang tot persmomenten, al gelden ook daar beperkingen. “We mogen er soms bij zijn, maar we kunnen geen vragen stellen. Interviews krijgen we niet.” Ook hier blijven informatieverzoeken vaak onbeantwoord of komen reacties pas veel te laat. “Ze hoeven geen geweld te gebruiken,” zegt Horváth droog. “Ze doen het slim via economische druk.”
Wat blijft er over?
Maar wat merkt de Hongaarse lezer hiervan? Bij de kiosk liggen de kranten nog altijd op dezelfde plekken, voor veel klanten lijkt dat weinig uit te maken. Een man pakt vluchtig een krant, rekent af en loopt snel weer naar buiten. Sommigen lezen meerdere bladen, anderen blijven bij één vertrouwde titel.
Volgens Amnesty zijn veel burgers zich wel bewust van de situatie. “Er is veel steun voor onafhankelijke media,” zegt Demeter. “Maar het land is sterk gepolariseerd. Voor veel mensen is het volgen van onafhankelijke journalistiek ook een politieke keuze.” Het doel van de regering is niet alleen om te overtuigen. Ze willen ook verwarring zaaien. “Het doel is niet dat mensen geloven dat de regering gelijk heeft, maar dat mensen niet meer weten welk nieuws ze kunnen vertrouwen.”
In zo’n klimaat kan vertrouwen langzaam afbrokkelen. Wie verschillende verhalen hoort, zonder duidelijke feiten, haakt soms af. Toch blijven veel Hongaren actief zoeken naar informatie. Een abonnement of donatie is voor sommigen niet alleen een manier om nieuws te volgen, maar ook om zich uit te spreken tegen de regering.

Het kantoor van Magyar Hang
“We hebben geen keuze”
Juist in aanloop naar de verkiezingen wordt dat extra belangrijk. In een verdeeld medialandschap is toegang tot betrouwbare informatie essentieel voor de keuze van kiezers. Oppositieleider Péter Magyar en zijn partij TISZA beloven verandering. In de peilingen staan ze voor op Fidesz, wat deze verkiezingen ongewoon spannend maakt. Na zestien jaar onafgebroken regeringsmacht kan premier Viktor Orbán voor het eerst zijn positie verliezen. De oppositiepartij wil corruptie aanpakken en staatsinvloed op de media terugdringen, onder andere via een eerlijkere verdeling van advertentiegeld en onafhankelijk toezicht op publieke media. Of dat ook daadwerkelijk iets verandert, is onzeker.
Bij Magyar Hang zijn ze voorzichtig optimistisch. “We hebben hoop,” zegt Csaba. “Maar er is geen garantie dat het beter wordt. Misschien verandert alleen de kleur van de macht, niet het systeem.” Ook bij Népszava klinkt die terughoudendheid. “Het probleem zit in de inrichting van het systeem. Dat verander je niet van de ene op de andere dag.”
Volgens de HCLU en Amnesty zijn structurele hervormingen nodig om persvrijheid te herstellen, zoals transparanter mediabezit en minder politieke invloed op de advertentiemarkt. Of de verkiezingen daarin iets gaan veranderen, wordt afwachten.
Op de redactie van Magyar Hang zijn ze daar nog niet mee bezig. Csaba doet de laatste voorbereidingen voordat het weekblad naar de drukker in Slowakije gaat. De laatste zinnen worden gecontroleerd, pagina’s verschuiven nog op het scherm voordat ze definitief aan de plankjes worden gehangen. In de kleine keuken schenkt hij koffie in van het eigen merk van de krant, een van de extra manieren om als krant rond te komen. De koffie is sterk, met een bittere nasmaak. Met het kopje in zijn hand loopt hij terug naar de tafel.
“We hebben geen andere keuze,” zegt hij. “Dit is wat we doen.” Hij bladert door stapels kranten. Op zoek naar verhalen die ontbreken. Naar vragen zonder antwoord. Naar informatie die niet wordt gedeeld. Te vaak heeft hij gezien dat het systeem blijft zoals het is, ook als de politiek verandert. Stoppen is geen optie. Csaba kijkt nog één keer naar de bladzijden aan de muur, neemt een slok van zijn koffie en gaat weer zitten. Zolang er vragen onbeantwoord blijven, blijft hij schrijven.
