Waarom Hongaarse jongeren zich blijven inzetten voor hun land: „We willen het land niet verlaten, als dat niet hoeft”

Er klinkt een waarschuwend, monotoon gezoem en met een zucht sluiten de deuren van de oude, gele tram. Op de halte draai ik naar rechts en daar zie ik het enorme parlementsgebouw, een gigantisch paleis waar je niet omheen kan. Recht voor het parlement staat een podium wat minstens half zo hoog is; hier wordt al opgebouwd voor de grote vrijheidsmars die minister-president Viktor Orbán een paar dagen later zal organiseren. Ik loop langs de beveiliging, die er voor moet zorgen dat niemand de opbouw verstoort. Waar de trams en het plein voor het Parlement rechtsaf gaan, ga ik linksaf, een op het oog doodnormale straat in. Ook hier staat een beveiliger, die in de gaten houdt dat er niemand in de parkeervakken parkeert. Achter die parkeervakken staat Ábel Halmos op me te wachten op het terras van Billog Burgerbar.

„Groningen! Arjen Robben heeft daar gespeeld.” Als ik aan Ábel vertel dat ik uit het noorden van Nederland kom, vlakbij Groningen, herkent hij het gelijk. Ábel is 22, enorm voetbalfan, student rechten én politiek actief bij TizenX. Dat is de jongerenpartij van Momentum, de liberale middenpartij in Hongarije. Voor die partij is hij ook actief in het 4e district van Boedapest. Waar bijna veertig procent van zijn leeftijdsgenoten weg wil uit Hongarije, zet hij zich elke dag weer keihard in. 

„Acht jaar geleden, tijdens de verkiezingen in 2018, ben ik me voor het eerst gaan verdiepen in politiek. Ik zat toen in het laatste jaar van de basisschool en begon te lezen over wat er gaande was in mijn land.” Ábel vond de koers die Hongarije op ging niet fijn en besloot actiever te worden. Één probleem: hij mocht zich nog niet gelijk aansluiten bij een politieke partij. „Één of twee jaar eerder kwam ik Momentum tegen in mijn geboorteplaats, toen mocht ik nog niet meedoen omdat ik te jong was. Maar toen ik naar Boedapest verhuisde heb ik me gelijk aangemeld.”

Hij wist al snel dat het Momentum moest worden en niet een partij meer naar links of rechts. „Voordat Fidesz (de partij van Orbán) aan de macht kwam, regeerde de socialistische partij acht jaar lang over Hongarije. De mensen die momenteel bij die partij actief zijn, zijn dezelfde mensen als die toen regeerden. Ik denk niet dat zij goed zijn voor dit land; zij zijn immers de reden dat Orbán al 16 jaar aan de macht kan zijn.”

We staan nog altijd half op het terras van Billog Burgerbar te kletsen. Die locatie stuurde Ábel me, toen ik vroeg om af te spreken op een plek die de kansen of problemen van Hongarije laat zien. „Het is een burgerrestaurant die zich inzet tegen de overheid. De eigenaar helpt mensen in nood, geeft eten aan mensen die het niet meer kunnen betalen. Als je er niet wil eten maar ze wel wil steunen, kun je geld doneren zodat zij mensen eten kunnen geven”, zegt Abel. „De eigenaar is ook altijd aanwezig bij protesten, vorige week nog op internationale vrouwendag bijvoorbeeld. Op het reclamebord zie je een bedwants staan. Orbán noemde de oppositie vorig jaar bedwantsen en sindsdien is dat dus een teken van verzet en verandering geworden.”

De eigenaar van Billog, László Szilágyi, vertelt me waarom hij dit zo belangrijk vindt: „Ik denk dat het normaal zou moeten zijn, dat je anderen helpt. In het bijzonder de mensen die het nodig hebben. Dat is de verantwoordelijkheid van de mensen.” László wordt vaak gevraagd waarom hij zo graag mensen wil helpen, waarom hij het niet aan de overheid over laat. „Ik denk vooral: wat kan ik zelf doen? Ik doe mijn best, maar ik ben ook maar een hamburger-man. Elke keer als ik het nieuws hoor dat er iemand pijn heeft, geef ik diegene een burger. Als er dakloze mensen zijn, kinderen of vrouwen die bedreigd worden, geef ik ze eten als dat ze kan helpen. Maar ik vind dat niet bijzonder, ik denk dat dat gewoon normaal zou moeten zijn.”

Het restaurant van László is aangekleed zoals je dat bij een burgerrestaurant zou verwachten. Aan de muren hangen Amerikaanse kentekens, die tevens ook als borden worden gebruikt. De friet wordt geserveerd in een klein frituurmandje. Naast de bar staan een paar grote fusten bier. En achter mij, op de muur, hangt een foto die gemaakt is uit een vliegtuig. Op die foto zie je een volle straat, een grote menigte die aan het demonstreren is. Hoewel de foto niet matcht bij de rest van het interieur, hangt deze er met een goede reden.

„Ik hou er niet van als mensen liegen. Vorig jaar op 15 maart werden er ook twee marsen georganiseerd, één door de regering en de andere door Péter Magyar, van de grootste oppositiepartij TISZA.” László ging naar beide marsen. „En ik zag hoe druk beide bijeenkomsten waren. Toen ik ‘s avonds thuis kwam zag ik op het nieuws dat de regering beweerde dat er bij de mars van TISZA niemand was, dat die hele mars was ingestort. Maar dat was niet waar, dat had ik met eigen ogen gezien.” Gelukkig had een jongen die van Frankfurt naar Boedapest vloog een foto gemaakt en die online gezet. László zag die post. „Veel mensen, net als de regering, beweerden dat die foto nep was, met AI gemaakt was. Maar ik had die vlucht zelf gezien. Dus ik heb die jongen een bericht gestuurd en uitgenodigd om een burger te komen eten hier. Dus een paar uur voor hij uit Hongarije vertrok kwam hij hier en heeft hij me het originele bestand gestuurd. Vervolgens heb ik hem hartelijk bedankt en de foto uitgeprint, daarom hangt deze nu aan de muur.”

Volgens Ábel omschrijft dit de politieke sfeer in het land erg goed. „Tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement was Momentum de enige partij die campagne voerde op wat we de afgelopen vijf jaar daadwerkelijk voor elkaar hebben gekregen.” Momentum kreeg toen 3,7% van de stemmen, wat niet genoeg was voor een zetel. Een irritatiepuntje bij Ábel, vooral door het verschil in campagnes. „De campagne van Fidesz ging alleen maar over oorlog en angst zaaien. En dat waren de eerste verkiezingen dat TISZA meedeed, dus die voerden alleen maar campagne op regime change. De sociaaldemocraten hadden het alleen maar over vervroegde verkiezingen als zij zouden winnen. Allemaal thema’s die nergens op sloegen, die niets opleveren voor de kiezers. Campagnes gaan hier alleen maar over hoe slecht de oppositie en de regering zijn.”

Nadat ik heb afgerekend en mijn bonnetje op het bord heb gehangen (de engelentafel, dat zijn alle bonnetjes voor mensen die geen geld hebben voor eten), loop ik linksaf richting het grote parlementsgebouw. Daar wordt inmiddels muziek afgespeeld om de geluidsinstallatie te testen. Een toerist is zichtbaar in de war over wat er allemaal voor zijn neus gebeurt, de meeste locals lopen er voorbij zonder om te kijken. 

Vanaf het parlementsgebouw loop ik een lange straat in, die uiteindelijk uitkomt bij de Central European University. Hoewel je door de naam zou vermoeden dat je daar onderwijs kan volgen, is niets minder waar. Na een ruzie met de overheid in 2018 heeft deze school het meeste onderwijs verplaatst naar Wenen. De locatie in Boedapest wordt slechts gebruikt voor bijeenkomsten, congressen en hier en daar een enkel college. Gelukkig ben ik niet bij deze school voor het onderwijs: voor de deur staan Anna Horváth en Dorina Keresztes-Nagy op me te wachten. Zij zijn actief bij Societas, de sociaaldemocratische jongerenbeweging in Hongarije. Anna is als bestuurslid verantwoordelijk voor Buitenlandse Zaken, Dorina ondersteunt haar daarbij.

Anna Hórvath (links) en Dorina Keresztes-Nagy (rechts)

„We willen het land niet verlaten als dat niet hoeft.” Anna refereert daarmee naar de cijfers dat een op de drie jongeren weg wil uit Hongarije. Voor haar is dat de belangrijkste reden om zich in te zetten voor de politiek. „We willen natuurlijk ook jongeren die zijn weggetrokken, verleiden om weer terug te komen naar Hongarije. Maar met de huidige regering lukt dat gewoon niet.”

Er zijn grote uitdagingen in het land. Voor jongeren wordt het bijvoorbeeld moeilijker om in het buitenland te gaan studeren. „Alle universiteiten die genationaliseerd zijn, zijn uit het Erasmus+-programma gezet door de Europese Raad. De regering heeft wel een eigen alternatief opgezet, het Pannónia-programma. Maar het is veel moeilijker geworden om buiten Hongarije te gaan studeren”, zegt Anna. Dorina vult haar aan: „Het is voor jongeren heel moeilijk geworden om uit huis te gaan. Veel jongeren willen in Boedapest naar de universiteit en hier is de huur heel duur. In de rest van het land zijn ook wel goede scholen, maar ook daar zijn woningen gewoon heel duur.”

Anna omschrijft nog meer problemen die het land kent. „We hebben niet genoeg dokters en artsen in Hongarije, dus het duurt gewoon minstens drie maanden voor je een afspraak hebt. We hebben wel private zorg, maar dat kunnen de meeste mensen niet betalen.” En het is niet alleen lang wachten, de problemen zijn volgens Dorina nog veel schrijnender. „Toen mijn oma in het ziekenhuis lag, moesten we zelf toiletpapier, dekens en medicijnen brengen. Medicijnen. Naar een ziekenhuis. Dat vond ik echt heel raar.”

We staan nog altijd te kletsen op een gang van de Central European University. Het is inmiddels lunchtijd en allerlei heerlijke geuren van goed gekruid eten komen het hele gebouw door. Ik trek mijn spijkerjasje uit omdat ik het zo warm heb. Dat is normaal in Hongarije, blijkt als ik een opmerking maak over de hoge temperaturen overal. „De universiteit heeft ooit aangekondigd de thermostaat op 18 graden te willen zetten om energie te besparen, toen hebben veel mensen gedreigd om niet meer te komen”, zegt Anna.

Dorina en Anna zijn hoopvol voor de toekomst van Hongarije, maar houden wel een slag om de arm – een die ik nog niet eerder heb gehoord sinds ik hier ben. „Ik denk dat er veel gaat veranderen als TISZA de verkiezingen wint, maar volgens mij denken mensen dat er in de eerste maand al veel gaat gebeuren.” Mensen gaan ongeduldig zijn als er niet snel wat verandert, maar accute verandering is volgens Anna niet realistisch. „Dat gaat een of meerdere jaren duren. Je moet het hele land opnieuw opbouwen, het hele systeem.”

Dorina beaamt dat. „Ik ben geen fan van TISZA. Ik bedoel, we zijn socialisten, dus tuurlijk is het niet onze keuze. Maar ik zie dit als onze enige kans op dit moment. Als TISZA wint hebben we weer een kans om onze partij en onze maatschappij opnieuw op te bouwen.”

En als ze dan toch mogen kiezen wat er als eerste aangepast wordt, is het voor Anna heel duidelijk: „Ik wil dat ze de jeugd de kansen biedt die het dankzij de vorige regering niet had, zoals Erasmus+ en lagere huizenprijzen.” De jeugd is voor haar een groep die snel verbeteringen nodig heeft. „Ik denk dat ze sowieso moeten focussen op de jeugd, om hen betere kansen te bieden. Betere kansen voor hun studie en hun carrière.”

Ook voor Dorina is de keuze snel gemaakt: „Het belangrijkste voor mij is zien dat de belastingen die we betalen, daadwerkelijk naar goede dingen gaat. Zoals het zorgsysteem, het onderwijs of onze wegen.”

Er is 12 april dus genoeg te bepalen in Hongarije. Maar een stem op Momentum, dat zit er niet in, vertelt Ábel me. „Momentum besloot als eerste om niet mee te doen. We willen graag TISZA de kans geven om meer stemmen te verzamelen, om daadwerkelijk iets te kunnen veranderen.” Om te winnen is er een 2/3e meerderheid nodig. Ook de socialistische partij heeft zich teruggetrokken. Anna: „Wij zijn ook uitgestapt. In Boedapest doen er wel vier onafhankelijke kandidaten uit onze partij mee, daar gaan we campagne voor voeren. Maar uiteraard willen we TISZA, de grootste kanshebber, de kans geven daadwerkelijk te winnen.”

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.