Dagbesteding vindt steeds vaker plaats buiten de muren van zorginstellingen. Dit biedt deelnemers meer kansen om mee te doen in de samenleving, maar tegelijkertijd zorgt het voor uitdagingen. Met name goede begeleiding, ondersteuning en afwisseling binnen de dagbesteding moeten verder ontwikkeld en verbeterd worden.
Uit het rapport Simpel Switchen op de kaart (2020) blijkt dat naar schatting 93.250 mensen in Nederland gebruik maken van een maatwerkvoorziening voor dagbesteding via de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Waar dagbesteding lange tijd vooral binnen zorgorganisaties werd aangeboden, verschuift het aanbod steeds meer richting de maatschappelijke initiatieven en bedrijven. De verandering verloopt nog niet soepel.
Volgens participatie-expert Marjet Van Houten is er een tekort aan goede samenwerkingen tussen verschillende partijen. Ze spreekt van een ‘’woud aan regelingen’’ waarin WMO, WLZ en Participatiewet langs elkaar heen lopen. Aanbieders lopen mogelijk inkomsten mis bij succesvolle doorstroom naar betaald werk en deelnemers zijn bang om hun indicatie of inkomen te verliezen. Van Houten ziet vooral bij de overheid oplossingen. ‘’Gemeenten moeten zorg en werk beter verbinden en succesvolle doorstroom niet belemmeren.’’
Deskundigen pleiten daarom voor meer flexibiliteit bij gemeenten en goed geïnformeerd overstappen, zodat mensen kunnen groeien richting werk zonder direct rechten kwijt te raken.