“Ik wist dat het foute boel was”: Eline over het overleven van de tramaanslag in Utrecht

Op 18 maart 2019 verandert het leven van Eline Doggen compleet. Wat begint als een gewone ochtend, eindigt in een van de meest schokkende gebeurtenissen in de Nederlandse geschiedenis: de tramaanslag in Utrecht. Eline zat in die bewuste tram, werd neergeschoten en moest vechten voor haar leven. Precies zeven jaar later kijkt ze terug op die gebeurtenis die haar leven voorgoed veranderde. 

Een normaal leven

Voordat de aanslag plaatsvindt, leidt Eline een leven dat volgens haar “best wel normaal” is. Ze is twintig jaar oud en studeert aan de Hogeschool Utrecht. Daarnaast speelt sport een belangrijke rol in haar leven. 

“Ik was heel fanatiek met krachttraining bezig,” vertelt ze. “Ik had net mijn squad-doel gehaald van tachtig kilo. Daar was ik trots op.”

De ochtend van de aanslag

De ochtend van 18 maart begint rustig in haar huis in Utrecht. Eline heeft geen college, maar wil naar school om met vriendinnen huiswerk te maken. Buiten is het grauw en winderig weer. Normaal pakt ze de fiets, maar deze keer twijfelt ze.

“Uiteindelijk besloot ik de tram te nemen. Ik zag hem aankomen en trok nog een sprintje om hem te halen.”

Ze stapt in zonder te weten dat ze vlak achter de dader instapt. Zodra de deuren sluiten en de tram wegrijdt, verandert de sfeer direct.

“Ik wilde net muziek in mijn oren doen toen ik iemand ‘Allahu akbar’ hoorde schreeuwen. Ik keek op en zag hem in het gangpad staan met een wapen gericht op een vrouw. Toen begon hij met schieten.”  

De paniek breekt uit in de tram en ook bij Eline.

“Ik maakte mezelf zo klein mogelijk en verstopte me achter een plastic shot. Iedereen schreeuwde en het schieten ging door. Tegelijkertijd leek het heel snel te gaan, maar ook weer niet”, vertelt Eline.

Wanneer een passagier aan de noodrem trekt, komt de tram tot stilstand. Even later gaan de deuren van de tram open.

“Ik zag dat de deuren open waren en dacht: dit is mijn kans. Ik keek het gangpad in, zag hem niet en sprong uit de tram.

Neergeschoten

Maar de sprong lijkt moeilijker dan Eline dacht. Omdat de tram niet bij het perron stond, is de afstand tussen de tram en de grond groter.

“Het was ongeveer een meter naar beneden. Ik kwam verkeerd terecht en ging door mijn enkel.”

Eline probeert op dat moment weg te kruipen, maar de dader staat vlak achter haar.

“Hij stond ongeveer een meter achter me vandaag en schoot me in mijn rug.”

De kogel richt een enorme schade aan. “Hij ging links onder mijn rug naar binnen en kwam onder mijn rechterborst eruit. Mijn long was geraakt en ik kon geen lucht meer krijgen. Mijn benen voelde ik ook niet meer.”

Op dit moment maakt de familie van Eline zich grote zorgen om Eline. Zij weten niet waar ze zich bevindt.  

“Ik belde Eline direct, maar kreeg geen gehoor”, vertelt moeder Elvira. “Uiteindelijk gaat er een foto rond van het incident, waar Eline op te zien was met mensen om haar heen. Er ging van alles door ons heen”, vertelt Elvira. 

Liggend op de straat probeert ze om hulp te roepen. Omstanders zien wat er gebeurt en komen naar haar toe.

“Ik wist dat het foute boel was”, zegt ze. “Ik voelde dat ik aan het sterven was.”

Toch bleef er één gedachte die Eline bleef motiveren.

“Mijn enige focus was dat ik mijn moeder en mijn zusje niet kon achterlaten. We waren altijd met z’n drieën.”

Strijd in het ziekenhuis

Eline wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht en meteen geopereerd. De schade blijkt enorm. De kogel heeft haar milt doorboord, een deel van haar long beschadigd en belangrijke bloedvaten geraakt. Artsen moesten die dag zes operaties uitvoeren.

“De kans dat Eline het zou halen was erg klein”, vertelt haar zus Amy. “De artsen waren daar heel eerlijk over. Ze keken echt van minuut tot minuut hoe het ging.”

Uiteindelijk wordt Eline negen maanden in coma gehouden in het UMC Utrecht. Voor de familie breekt dan een spannende tijd aan. “Je weet niet of ze wakker wordt en wanneer dat zou kunnen zijn.” 

En dan gebeurt er iets waar de familie al die tijd op hoopte. 

“Je wordt wakker in totale chaos. Ik had geen controle meer over mijn lichaam. Mijn armen en benen gingen alle kanten op en praten ging nauwelijks”, vertelt Eline.

Door de beschadiging aan haar ruggenmerg kan ze haar benen niet meer bewegen. De artsen weten niet of ze ooit nog kan gaan lopen.

Hoop tijden revalidatie

Tijdens haar revalidatie hoort Eline voor het eerst iets dat haar hoop geeft. Een fysiotherapeut spreekt woorden die voor haar veel betekenen.

“Hij zei: ‘Jij gaat weer kunnen lopen.’ Dat was de eerste professional die dat tegen mij zei.”

Die woorden geven Eline weer nieuwe motivatie.

“Als hij dat zegt, ga ik er alles aan doen om het waar te maken.”

Het revalidatieproces is zwaar voor Eline. Ze moet letterlijk opnieuw leren bewegen.

“Het begon met rechtop in bed zitten. Dat klinkt simpel, maar dat was al loodzwaar. Daarna begon ik met staan, en uiteindelijk de eerste stap in een loopbrug.”

Uiteindelijk lukt het na een paar jaar om zonder hulpmiddelen haar eerste stappen te zetten.

“En tegenwoordig kan ik zelfs weer een stuk hardlopen”, vertelt Eline.

Leven met PTSS

Naast de fysieke gevolgen kampt Eline ook met psychische klachten, namelijk posttraumatische stressstoornis (PTSS).

“PTSS blijft waarschijnlijk voor het leven”, zegt ze. “Maar je kunt er wel mee leren omgaan.”

Ze volgt verschillende therapieën, waaronder EMDR, praattherapie en mindfulness. Ook probeert Eline haar angsten actief tegen te gaan.

“Ik probeer mezelf niet te laten tegenhouden door angst. Soms heb ik slechte dagen, maar meestal ga ik er gewoon doorheen.”

Andere kijk op het leven

De aanslag heeft haar kijk op het leven veranderd.

“Ik heb meegemaakt hoe in één moment alles kan veranderen. Dingen die vanzelfsprekend lijken, zijn dat helemaal niet.”

Daarom probeert Eline tegenwoordig bewust te genieten van de kleine dingen.

“Een wandeling maken, zelfstandig uit eten gaan, gewoon kunnen bewegen. Dat soort momenten zijn voor mij nu echt waardevol.”

Daarnaast geeft Eline lezingen door het hele land. Ze vertelt onder andere op scholen, bij organisaties en andere instellingen.

“Ik vind het bijzonder dat ik mijn leed kan omzetten in iets waar anderen wat aan hebben”, zegt ze. “Als mijn verhaal iemand kan helpen, dan maakt dat het de moeite waard om het te delen.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *