Monique Pijnaker koos ervoor om haar baantje in de supermarkt achter te laten en meervoudig gehandicapte mensen te gaan begeleiden. Sinds januari is ze actief in Nieuwenoord, een woon- en dagbestedingslocatie van Stichting Eemhart. Waarom koos ze voor deze carrièreswitch? En hoe ziet ze de toekomst van haar baan nu het kabinet opnieuw bezuinigingen voor de gehandicaptenzorg heeft aangekondigd?
Monique (40) wil afspreken in het Cultureel Centrum in Nieuwenoord, net buiten Baarn. Hier serveren bewoners met een lichte verstandelijke beperking de koffie en lunch. Monique helpt de ober met het opnemen van de bestelling en checkt of hij niet te weinig rekent. Voor haar groep zou dit werk al te ingewikkeld zijn.
Hoe noem jij de mensen waarmee je werkt?
‘Bewoners. Ik vind dat woord beter dan cliënten of patiënten; zo zie ik ze niet. Ik werk natuurlijk in hún huis, hun woning. De locatie waar ik werk is relatief groot, het is hier bijna een soort Center Parcs. Andere Eemhartlocaties bestaan soms maar uit één huis, maar deze plek voelt als een klein dorpje.’
Je hebt je baan op de broodafdeling van een supermarkt opgezegd en werkt sinds december met meervoudig gehandicapten met Moeilijk Verstaanbaar Gedrag (MVG). Dat lijkt een veel zwaardere baan, waarom heb je voor deze carrièreswitch gekozen?
‘Ik heb heel lang mijn baantjes aangepast aan mijn eigen kinderen. Mijn oudste dochter heeft autisme waardoor zij vooral in de eerste jaren veel van mijn tijd en energie vergde. Mijn dochter heeft nu een leeftijd dat ze beter voor zichzelf kan zorgen, dus ik heb nu eindelijk de mogelijkheid om dit werk te gaan doen. Daar was ik heel enthousiast over, want deze zorgsector heeft me altijd al getrokken. Ik haal er nu heel veel voldoening en uitdaging uit.’
Wat houden die voldoening en uitdaging in?
‘Dat ik mensen kan helpen die het echt nodig hebben. En ik leer heel veel van ze door hun gedrag te observeren. Waarom ze bepaald gedrag vertonen, en wat daar de verwachte reacties op zijn. Ik vind dat heel interessant.’
Zoals een moeder die haar huilende baby probeert te begrijpen.
‘Daar kan je het mee vergelijken. De baby huilt, maar waarom? Dan ga je het lijstje af: is het bijna etenstijd, heeft ‘ie gepoept of geplast, is ‘ie moe? Dat is bij deze groep ook het geval – je moet ze lezen.’
‘Toen ik hier voor het eerst kwam zei ik dat ik nul ervaring had in de zorg. ‘Hoezo nul ervaring?’ zei mijn manager toen, ‘je hebt twee kinderen gehad!’
Ik heb inderdaad al billen afgeveegd, luiers omgedaan, geholpen met eten geven, aankleden en douchen. Ik had daar nooit bij stilgestaan. Er zijn natuurlijk verschillen, maar ik sta dezelfde tandenpoetsliedjes te zingen als destijds.’
Het nieuwe kabinet wil meer bezuinigen op de zorg, met name de gehandicaptenzorg. De kortingen lopen op tot een half miljard per jaar in 2030. Leeft dit onder je collega’s?
‘Op het werk gaan de gesprekken vooral over de bewoners, grotere thema’s binnen de gehandicaptenzorg bespreken we nauwelijks. Als we moeten bezuinigen, dan gaan we als eerste van bijvoorbeeld drie verzorgers op een groep van zeven á acht bewoners naar twee. Dan is er minder tijd voor een wandelingetje of een persoonlijk moment.’
In een interview met de NRC verteld Angelique Koevoets, voorzitter van gehandicaptenzorgaanbieder Ipse de Bruggen, dat ‘het geld nu al ontoereikend is om personeel te werven en op te leiden.’ Is er bij Eemhart ook sprake van een personeelstekort?
‘Zeker, op bijna elke afdeling zoeken we wel medewerkers. Ik weet niet waarom mensen niet komen – misschien onwetendheid over de sector? Volgens collega’s zou een salarisverhoging kunnen helpen bij het werven, maar met bezuinigingen zullen lonen alleen maar dalen. Je hebt oprechte interesse nodig om hier te werken, echt een feeling voor de sector. Op de groep waar ik nu werk is het tekort het grootst.’

Kwijl opruimen en billen afvegen is niet voor iedereen een droombaan. What’s in it for you?
‘De band die ik opbouw. Toen ik hier voor het eerst kwam zei de manager tegen me: ‘zie het als een tweede gezin.’ In eerste instantie vond ik dat een raar idee, maar de bewoners kregen snel een plekje in mijn hart. Het is de toewijding – dat ik deel mag uitmaken van de zorg voor deze mensen.’
Het is dus een eer om voor de bewoners te mogen werken?
‘Ja, vind ik wel. En niet alleen voor de bewoners, je neemt ook de zorg uit handen van de ouders en verwanten.’
In hetzelfde NRC-artikel omschrijft Boris van der Ham van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland de verzorging als ‘meer care dan cure.’ De bewoners worden nooit meer beter, demotiveert dat?
‘Dit is wat het is, ik vind dat überhaupt een belangrijke instelling om te hebben. Je maakt er het mooiste van door ze te begeleiden en ruimte te geven. En dan ontstaan er genietmomentjes die vaak worden vergeten. De één vindt bijvoorbeeld bepaald eten erg lekker, de ander vindt het heerlijk om naar een muziekje te luisteren. Die momenten moet je koesteren. Wat ik al zei: dat ik daar onderdeel van mag zijn, dat vind ik juist een eer.’
Vind je het jammer dat je geen gesprekken met de bewoners kan voeren?
‘Nee, want je zoekt juist andere manieren om hun aandacht te krijgen en contact te leggen. Een puzzeltje bijvoorbeeld. Maar het verbale contact mis ik helemaal niet, nee. Tijdens een wandeling zou ik met iemand anders gaan kletsen, maar met een bewoner benoem ik de dingen die ik zie. Dan kijk ik naar zijn of haar mimiek; dan ben je op een heel ander vlak bezig.’
Een heel down-to-earth-vlak, lijkt me?
‘Ja, dat is het zeker.’