De 31jarige Palestijnse Yahya Natour is vier jaar geleden gevlucht uit Palestina. In Nederland verhuisde hij maar liefst zes keer voordat hij asiel kreeg. “Je komt in een nieuwe omgeving en moet overal aan wennen, waar is de supermarkt? Waar kan ik dit doen? Waar kan ik dat kopen? Terwijl je weet dat het een tijdelijke plek is… en dat is raar.” Inmiddels heeft hij een eigen woning in Zutphen en is hij aan het werk als evenementenplanner, maar zijn familie woont nog in de Westelijke Jordaanoever. “Ik spreek ze elke dag, maar het is echt verschrikkelijk om te zien wat daar gebeurt.”
Hoe is het voor jou om te zien wat daar allemaal gebeurt, terwijl jij zelf hier bent?
“Het is echt verschrikkelijk om te zien wat er daar gebeurt. Het gevoel is gewoon machteloos, je voelt je écht machteloos… No matter what you do, you can’t change anything. En de hele wereld wil het bloedvergieten wel stoppen, maar dat gebeurt gewoon niet. Dat leidt mij naar de vraag, waarom? Wat is het geheim achter de oorlog? Van welke kant het ook is, dat is nooit oké. Een mens is een mens, maar dat wil de wereld niet begrijpen.
Er zijn meer dan 70.000 mensen doodgeschoten. Dat zijn allemaal kinderen, vrouwen, mannen en families. Zij hebben niets gedaan in hun leven, ze hebben gewoon dromen. Ik zag een moeder de namen van haar kinderen op de lijven schrijven. Van haar overleden kinderen, zodat zij weet wie wie is… Het is verschrikkelijk en niet in woorden te beschrijven.”
Hoe vaak spreek jij jouw familie?
“Ik spreek ze elke dag. En gelukkig zijn we, ik wil eigenlijk niet gelukkig gebruiken, maar wij zijn niet in Gaza. Mijn familie woont in de Westbank. Het is daar iets minder gevaarlijk, maar het gevaar is wel daar. ”
Leef jij dan in constante angst?
“Ja. Je bent altijd alert dat er iets kan gebeuren. De mogelijkheid dat ik het slechte nieuws hoor dat iemand is doodgeschoten door een Israëlische militair, dat is echt fiftyfifty. Dat kan op elk moment gebeuren. Dat maakt mij wel heel angstig”
En is Nederland voor asielzoekers dan een fijne plek om terecht te komen?
“Dat hangt er van af… Wie ben je? Wat wil je? Hoe open ben je? Wil je komen om kritiek te geven? Wil je komen om de verschillen tussen de culturen te zien? Of sta je ervoor open om mensen die je niet kent uit jouw wereld wel te respecteren en accepteren?
Dus het verschilt heel erg. Als voorbeeld, sommige mensen komen van het platteland van Syrië. Daar dragen mensen een Labia, dat is een traditioneel kleed. Als je dan hier komt en dat blijft dragen, vinden mensen dat niet normaal.
Als je hier komt met jouw traditie, jouw geloof en jouw gebruiken, moet je ook beseffen dat dat voor deze mensen niet normaal is. Zij komen niet van jouw land en daar moet je ook rekening mee houden.”
Zou je dan zeggen dat je de reactie van Nederlanders deels kunt sturen door de houding die je zelf aanneemt?
“Zeker, dat kan.”
En hoe is het voor jou geweest om in Nederland te komen?
“Voor mij is het natuurlijk ook heel erg wennen geweest om in Nederland te komen. Nederland is een plek met veel meer respect en minder apartheid en racisme, maar aan de andere kant, ik sta ook heel erg open om de taal en cultuur te leren. Het vele verhuizen heeft er wel voor gezorgd dat het lang duurde voordat ik gewend was ergens, maar het was wel een mooie manier om het land te leren kennen en de treinen.
Voor mij was het niet heel vervelend, maar voor veel mensen is het niet een stabiliteit en stevigheid geweest. Dat je telkens aan een nieuwe locatie moet wennen en voor je gevoel opnieuw moet beginnen.”
Heb je ook verschil gemerkt in hoe verwelkomend mensen waren op verschillende plekken?
“Toevallig zijn alle plekken waar ik heb gewoond altijd pro-asielzoekers geweest, dus het voelde nooit als minder welkom. Maar ik kan me voorstellen dat als je naar een plek gaat waar mensen op een andere partij stemmen, zij minder vriendelijk zijn naar asielzoekers.”
Hoe kijk je ernaar als je dat op het nieuws ziet gebeuren?
“Ik begrijp het. Ik begrijp het heel goed. Ik kan me goed voorstellen dat het voor de Nederlanders niet leuk is dat er mensen naar je land komen en dingen krijgen via het belastinggeld terwijl je zelf geen baan hebt of als alles te duur is.
Maar wij kwamen hier niet voor vakantie. Ik heb Nederland niet als vakantieland gekozen. Ik moest weg.”