Jan klimt na zijn pensioen nog steeds de ladder op om uilen te ringen: ‘’Hoelang ik dit nog blijf doen? Nou ja, zolang ik gezond mag blijven.’’

Foto: Annelin Slomp

Door: Annelin Slomp

Direct bij binnenkomst hangt er een grote opgezette kerkuil aan de muur en schuin tegenover hangt er een havik, die tegen het raam aangevlogen was, met de dood als gevolg: ‘’Het is een jongen, dat kun je aan de strepen zien.’’ Vol passie vertelt Jan Huls (74) verder over de uil en over de havik. Jan is inmiddels met pensioen na een carrière als antiekrestaurator, maar hij blijft doorgaan met het ringen van de uilen in Staphorst en omgeving. De uil krijgt dan een aluminium ring om met een uniek nummer, waarmee de uil herkenbaar is. De toekomst van het uilenringen is onzeker.

Naast de opgezette kerkuil hangt een grote familiefoto. Die foto is gemaakt voor zijn 45-jarige huwelijk samen met zijn vrouw Margje. Ze hebben acht kinderen en zesentwintig kleinkinderen. Eén van zijn dochters woont in Canada, waar hij eens in de zoveel tijd op bezoek gaat. Zij woont dan ook midden in de natuur, een waarde die Jan belangrijk vindt: ‘’Soms gaan de kleinkinderen mee met nestkastjes ophangen. We namen onze kinderen van kleins af aan mee het bos in, die zijn daar ook mee opgegroeid.’’

Toen Jan nog klein was, was hij ook al bezig met de natuur. Hij is in een vrije omgeving opgegroeid waar hij alle ruimte had. Toen begon hij al met het maken van nestkastjes.

Begin 1980. Dat was het jaar dat Jan nestkastonderzoek deed. Bij een nestkastonderzoek worden er gegevens van de broedbiologie verzameld en geanalyseerd. Een nestkastje bekijken, moet vaak hoog in de boom of in de schuur: ‘’Alleen met die grote ladder, nou, dat valt ook niet altijd mee.’’ Daarom gaat hij het liefste samen op pad. 5 mei 2007, dat was de eerste dag dat Jan ringwerk deed: ‘’En dat gaat vooral over de kerkuil, de steenuil, de torenvalk, de bosuil en soms een ransuil. Als je dat nest weet te vinden en erbij kunt komen, want die zitten in een oud kraaiennest.’’ Jan is lid van de natuurbeschermingsvereniging IJhorst-Staphorst.

Foto’s: Jan Huls

Wanneer is uw liefde voor uilen begonnen, ook rond deze tijd?

‘’Ja, dat was in die tijd. Toen is de sectie Roofvogel opgericht eigenlijk.’’ Maar daarvoor geen interesse in uilen gehad? ‘’Jawel, Jawel. Want toen liep het al een hele tijd. En ja wat is er zo mooi aan uilen? De een heeft wat met de zwaluw en de ander met een uil. Mijn favoriet is eigenlijk de steenuil, een klein grappig uiltje en altijd heel vriendelijk. Met de andere uilen is ook niks mis mee natuurlijk, maar de steenuil is toch wat mystiek.’’

Als een steenuil net geboren is, dan komt Jan over veertien dagen terug om de uilen te ringen. De pootjes moeten namelijk een beetje volgroeid zijn, anders past de ring niet. Dan komt Jan een tijdje later wéér terug en gaat hij met de ladder naar boven om de uilenjongen uit het nest te halen. De uiltjes stopt hij in een tas, zodat hij ze beneden kan ringen. Een proces dat hij jaarlijks herhaalt, maar saai wordt het niet.

Wat motiveert u het meeste om door te gaan met het ringen van uilen?

‘’Nou, het is nog steeds mooi werk en we hebben ook nog geen opvolger. Er zijn weleens tijdelijk mensen geweest, maar daar blijft niet zoveel van hangen. Toen we begonnen waren, zeg maar begin tachtig, al 45 jaar geleden, zijn er al veel mensen uit de vereniging gestapt. Maar wij waren toen nog redelijk jong, dus dan kun je nog jaren omhoog. Maakt u zich weleens zorgen of het wel door kan gaan straks? Ja, dat geldt voor de hele vereniging hoor, want de hele vereniging vergrijst wel. Ze hebben nu net een paar nieuwe weer in het bestuur, maar die zijn allemaal al gepensioneerd. Jongeren die zeggen ja ik wil wel wat doen, maar ik ga niet het bestuur in, dan hebben we dat gedoe allemaal. Ze willen dan nog wel een keer een nestkastroute doen in het bos, maar dan is het ook klaar. Uilenringen duurt veel langer.’’

Foto’s: Jan Huls

In al die jaren dat Jan dit werk al doet, heeft hij veranderingen gezien. Alle informatie die hij moet verwerken, zet hij eerst op papier neer. Daarna moet hij de informatie digitaal overzetten, wat in het begin niet altijd even makkelijk was: ‘’In het begin liep het allemaal niet zo goed, want het was ook een nieuw programma. En dan stopte het weleens en dan stopte ik er ook weleens mee. Ik doe het een andere keer wel. De meeste mensen zijn veldmensen, maar geen computermensen.’’

Elke vogel heeft zijn eigen ringmaat. Die ringen gaan via de natuurbescherming. ‘’Ik heb toen een keer een formule gedaan, de vogels waar wij het meeste werk mee hebben, administratief, die waren het duurste.’’ De vereniging betaalt de ringen en hij laat verschillende soorten ringmaten zien, van overleden uilen. Vindt u het moeilijk, dat die uilen dan overleden zijn? ‘’Nou, gewoon jammer. Je weet gewoon dat het kan gebeuren. Soms kom je dan weer een ringetje tegen met daarnaast het skelet.’’

Al die uilenkasten zijn dus te vinden op boerderijen, kent u iedereen dan ook persoonlijk?

‘’Ja, volgens mij wel. Ze zijn niet altijd thuis hoor, maar steenuilen die hangen toch aan de buitenkant, daar kun je altijd bij en de meeste schuren ook wel. Soms kun je er niet bij, als de deur op slot zit. Meestal bellen we wel even met zijn jullie er ook? Maar ja die mensen vinden het ook prachtig.’’

Jan blijft zijn tijd dan ook spenderen in de natuur en op de boerderijen: ‘’Hoelang ik dit nog blijf doen? Nou ja, zolang ik gezond mag blijven. Ik moet nu weer een certificering doen van het ringwerk en dan kun je weer drie jaar vooruit.’’ Tot de dag van vandaag klimt Jan nog steeds de ladder op om te kijken in de uilenkasten, want een opvolger is er nog niet.

Foto: Jan Huls

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *