{"id":141,"date":"2026-03-27T19:16:10","date_gmt":"2026-03-27T19:16:10","guid":{"rendered":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/?p=141"},"modified":"2026-03-27T21:37:11","modified_gmt":"2026-03-27T21:37:11","slug":"de-mens-achter-het-afscheid-een-uitvaart-ontstaat-vanzelf","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/2026\/03\/27\/de-mens-achter-het-afscheid-een-uitvaart-ontstaat-vanzelf\/","title":{"rendered":"De mens achter het afscheid; \u201cEen uitvaart ontstaat vanzelf\u201d"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Het aantal uitvaartondernemers in Nederland groeit snel. Steeds meer mensen kiezen voor werk waarin ze anderen begeleiden op een van de meest emotionele momenten in hun leven. Wie er tussen al die nieuwe gezichten uitspringt, is Rob Oostenrijk (59). Hij staat op elk moment van de dag klaar om families te helpen bij het vormgeven van een persoonlijk en passend afscheid. Daarin is gevoel en humor voor hem de essentie.<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het is vroeg in de ochtend. Rob Oostenrijk zit net aan de keukentafel als zijn telefoon overgaat. Hij neemt snel op en luistert aandachtig. Iemand is overleden. De nabestaanden vragen om zijn begeleiding. Hij werkt snel zijn ontbijt weg en stapt in de auto. Als hij aanbelt, gaat de deur al snel open. Wanneer Rob binnenstapt, verandert de sfeer door zijn open en warme houding. \u201cWe gaan er samen iets moois van maken,\u201d zegt hij. Hij schudt handen, condoleert en neemt plaats aan tafel. Rustig leidt hij het gesprek: begraven of cremeren, klein of groot, wel of geen geloof. Daarna begint hij met verzorgen. Hij wast, kleedt en baart de overledene op met aandacht en respect. In de dagen erna regelt hij alles met de familie: de begraafplaats, de rouwkaart en het afscheid. Hij is er de hele week. Op de achtergrond, maar onmisbaar. Hij houdt overzicht, stemt af en zorgt dat alles verloopt zoals bedoeld.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het werk van een uitvaartbegeleider is niet voor iedereen weggelegd, maar toch groeit de branche snel. Het aantal uitvaartondernemers is in 2024 gestegen met 67% ten opzichte van 2014. De branche blijft groeien. Het aantal vestigingen lag in 2024 op 3100, terwijl dit in 2025 alweer is gestegen naar 3340 vestigingen. Rob is een van de velen die sinds 2014 het vak zijn ingedoken. Hij werkt nu al tien jaar als uitvaartbegeleider en runt een uitvaartbedrijf in Deventer. Daarvoor had hij een heel ander leven; hij studeerde aan de kunstacademie en begon daarna een internet- en identiteitsbureau. Zijn weg naar de uitvaartbranche begon met persoonlijk verlies.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe ben je bij zo\u2019n bijzonder beroep gekomen?<\/strong><br>\u201cMijn dochter is 20 jaar geleden overleden, toen ze 7 maanden oud was. Heel vaak zie je dat mensen dit vak ingaan omdat ze tijdens een uitvaart zien: maar dat kan ook heel anders. Dat was bij ons helemaal niet zo. Degene die ons begeleid heeft, die deed het juist heel erg goed. Ik merkte dat je heel dicht bij jezelf komt en heel puur bent op zo\u2019n heftig moment. En ik dacht dat dat heel uniek voor mijzelf was, maar de jaren daarna heb ik dat op heel veel andere plekken ook gezien. Dat mensen precies datzelfde konden. Ze handelen echt vanuit gevoel op zo\u2019n moment. Toen dacht ik, op zo\u2019n moment wil ik daar eigenlijk heel graag heel dichtbij zijn als anderen dit meemaken.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De manier waarop Rob naar een uitvaart kijkt, komt niet uit het niets. Op de kunstacademie leerde hij dat je niets hoeft te bedenken, maar dat alles er al is &#8211; je moet het alleen leren zien. Die gedachte vormt nog altijd de basis van zijn werk. \u201cEen uitvaart hoef je niet te verzinnen, het ontstaat vanzelf als je goed kijkt en voelt,\u201d zegt hij. Voor Rob is een uitvaart dan ook een vorm van kunst: de kunst van het voelen. \u201cEr is geen vast draaiboek. Het gaat heel erg op gevoel. Mensen denken vaak dat dingen \u2018zo horen\u2019, maar meestal voelen ze zelf wel wat klopt. Mijn rol is om dat naar boven te halen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Juist in de week tussen overlijden en uitvaart ziet hij dat gebeuren. Het is een emotionele periode, maar volgens Rob ook een moment waarop puurheid en creativiteit vanzelf naar boven komen. Dat merkt hij bijvoorbeeld bij het maken van de rouwkaart. \u201cIk hou van taal, dus dat is mooi om te zoeken: wat zijn nou de woorden die passen? Ik begin altijd met, er komt een zin boven. \u2018Mijn lieve vrouw, onze bijzondere moeder en trotse oma\u2019, en dan snapt iedereen: oh ja, standaard. Maar dat idee, daar gaan we dan mee puzzelen. Dat duurt anderhalf uur zo ongeveer. En dan hebben we gewoon een tekst waar iedereen zegt: wow, dit is precies goed.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Word je zelf weleens emotioneel tijdens je werk?<\/strong><br>\u201cIk ben nooit verdrietig om degene die is overleden. Nee, die ken ik eigenlijk niet. Maar het verdriet van anderen, dat raakt me wel. Het is absoluut niet dat ik afgestorven ben. Maar ik merk wel: het is mijn verdriet niet. En het helpt ook niet als ik ga zitten meegrienen. Maar ja, ik ben dan toch blijkbaar op zo&#8217;n manier professioneel bezig. Ik heb gewoon een oog voor iedereen en kijk of het goed gaat.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Praat je weleens met collega\u2019s over wat je meemaakt?<\/strong><br>\u201cJa, soms denk ik: wat gebeurt hier? Hoe kan dit? Nou, daar moet ik dan Mari\u00ebtte wel over bellen. En echt ook even uitblazen. Gewoon even je frustratie kwijt.\u201d Collega Mari\u00ebtte bevestigt dit: \u201cWij bellen altijd als we een uitvaart gedaan hebben en in de auto stappen. Het is echt een beetje \u2018truttie puttie\u2019, zeg maar. Sommige mensen denken dan ook dat we getrouwd zijn, maar dat is niet zo. Dan moeten we even ons verhaal kwijt en dat is heel fijn. Dan heb je het eerste al een beetje verwerkt.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Opvallend genoeg is er ook genoeg ruimte voor humor tijdens zijn werk. Veel nabestaanden stellen dat erg op prijs; ze voelen zich snel op hun gemak bij hem. \u201cWe lachen wat af. Dat is echt absurd, maar dat is echt waar. Al die emoties zijn er. En natuurlijk is er ook verdriet, als we met die teksten bezig zijn of als we muziek gaan uitzoeken. Maar je kunt niet een week lang hier met z&#8217;n allen huilend aan de tafel zitten. Want zo is het ook niet. En dat is met elke familie zo.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Zijn nuchtere en positieve houding ten opzichte van de dood be\u00efnvloedt ook zijn omgeving. Zijn zoon Teun (22) was pas 12 jaar oud toen zijn vader begon als uitvaartondernemer. Hij kwam dus al vroeg in aanraking met verhalen over de dood. Voor hem is de dood nu de normaalste zaak van de wereld. Zijn vader heeft er zelfs voor gezorgd dat hij een heel positieve kijk heeft gekregen op de dood en het laatste afscheid. Hij ervaart een uitvaart nu als iets heel moois: een moment om iemands leven te vieren en hen een laatste eer te bewijzen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Wat maakt een uitvaart voor jou echt geslaagd?<\/strong><br>\u201cHet zit hem in de aandacht, dus als je dat voelt in de zaal. Als mensen iets goed aanvoelen, ontplof ik bijna van blijdschap. Wanneer iets heel natuurlijk gaat, is dat heel mooi. Iets wat we nooit hadden kunnen regisseren. En ik hoop dat dat ook mijn manier van begeleiden is. Dat ik mensen veel ruimte geef. Dat mensen de ruimte voelen om iets uit zichzelf te doen en niet gaan vragen: \u2018mag ik dat wel?\u2019 Ik wil gewoon dat ze handelen vanuit hun hart.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Foto door: Rob Oostenrijk<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het aantal uitvaartondernemers in Nederland groeit snel. Steeds meer mensen kiezen voor werk waarin ze anderen begeleiden op een van&hellip;<\/p>\n","protected":false},"author":1587,"featured_media":142,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-141","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-niet-gecategoriseerd"],"jetpack_featured_media_url":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-content\/uploads\/sites\/277\/2026\/03\/image0-5.jpeg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/141","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1587"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=141"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/141\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":146,"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/141\/revisions\/146"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/media\/142"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=141"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=141"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/journalistiekwindesheim.nl\/jou2d\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=141"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}