De Libanese restauranteigenaar Ali Farhat heeft in de afgelopen week acht familieleden verloren tijdens de aanvallen van Israël op Libanon. ‘Je vraagt je meteen af: ‘Wanneer stopt het? Waarom? Hoeveel nog?’

Ali Farhat in zijn restaurant
Foto: Dunya Sindy

De vloer in het restaurant van Ali is nog vochtig van een dweil, de tafels zijn netjes gedekt en klaargemaakt om benut te worden. Ali gaat schuin tegenover de tafel zitten, de Arabische muziek op de achtergrond klinkt door de stilte heen. Ali (44), die nu 10 jaar lang in Nederland woont: ‘Het is oneerlijk, hè? Ja, oneerlijk. Ik wil geen oorlog. Ik wil dat de oorlog nu stopt. Het maakt niet uit wie er verliest of wint. Het moet stoppen, zodat mensen verder kunnen. Dat is wat ik wil.’ Ali is opgegroeid in een klein dorpje naast de grote stad Nabatiye. In 1993, toen Ali elf was, zag hij hoe een buurt werd gebombardeerd door een aanval van Hezbollah, een Libanese sjiitische groep en politieke partij.

Een familie weggevaagd door bombardementen
Ali’s familie die is omgekomen door de bombardementen woonde 100 meter van zijn oude huis. Het was een familie van vader, moeder, drie dochters en drie kleinkinderen. ‘Drie van de kinderen, waaronder een jongen, zijn jonger dan 10 jaar. Hoe kunnen deze mensen nog zo doorgaan?’Terwijl Ali met een neerslachtige blik aan het vertellen is, komt er een gast binnen. Ali staat onmiddellijk op en begeleidt hen naar hun tafel. Bij terugkomst pakt hij zijn telefoon van de tafel en laat hij de voorkant van de rouwkaart van het gezin zien. Op de foto hebben de slachtoffers witte kleren aan en lachen ze vriendelijk. Op de achtergrond is er een regenboog te zien, met een grasveld van lavendelbloemen en madeliefjes. ‘De donkere kant van je hart groeit steeds meer’.

Het eerste verlies
Ali’s eerste verlies maakte hij mee in 2006, waarbij er een aanval was op zijn ouderlijk dorp. Een huis in zijn buurt was geëxplodeerd, na de explosie liepen ze er samen heen om te helpen. Het eerste wat Ali zag was een open hoofd van een kind: ‘Je ziet het niet in een film.’Ali is even stil en zegt dat hij hen heeft geholpen en het kindje in zijn handen heeft gekregen. ‘Daarna, als je iets hebt doorstaan, duurt het misschien bij mij een half uurtje voordat ik weer normaal kan leven. Maar dit was één kind, één deel van het hoofd van een kind, in jouw handen.’ Hij maakt met zijn handen een kommetje en moet zenuwachtig lachen. Hij is weer stil en maakt een gezicht van afschuw: ‘Het was helemaal zwart en grijs, met wat rood erbij. Drie verdiepingen hoog, en onder zie je een groot gat, verder niks. Echt verschrikkelijk. Ze gebruikten raketten of iets dergelijks waardoor alles van de lucht verdween.’De dag na de explosie is Ali vertrokken met zijn moeder en zussen naar een ander dorp. Ali’s vader bleef in het dorp: ‘Hij is wat ouder dan wij. Hij is meer geaard en kan niet snel weg.’

Veiligheid in Nederland, zorgen om Libanon
Ali voelt zich veilig in Nederland, maar zijn hart en thuis zullen altijd in Libanon blijven. Ali’s vader ligt momenteel in het ziekenhuis: ‘Ja, hij heeft een huis tijdens de oorlog gehad. Als ik mijn vader en mijn moeder zie, en misschien nog een paar woorden met hen kan praten, denk ik: het mag niet uitmaken wat er gebeurt, welke bom naar ons komt. Want misschien, als de oorlog stopt, is mijn vader er niet meer in deze wereld. Misschien, als ik daar heen ga, kan ik voor de laatste keer met hem praten. Ja, maar dat…’ Ali is even stil en zijn ogen beginnen rood te worden.’En de hele familie zegt tegen mij: je moet hier niet komen. Ook mijn familie hier zegt: je moet daar niet heen gaan. Toen heb ik met mijn vader over de telefoon gesproken. Hij kon niet praten, maar ik vroeg het hem. Hij opende zijn ogen naar mij, en ik zei tegen hem: als je wilt dat ik naar je toe kom, houd dan je ogen open. Daarna deed hij zijn ogen dicht en hield hij ze dicht. Toen begreep ik dat hij niet wilde dat ik daarheen ging.’

Ali Farhat met zijn toegestuurde brieven
Foto: Dunya Sindy

Steun
Ali krijgt steun van zijn klanten en mensen die zijn verhaal hebben gelezen: ‘Ik denk dat iedereen de situatie begrijpt. Voor mensen die hier geboren en opgegroeid zijn, kan het moeilijk zijn om te begrijpen dat ik dat niet ben. Sommige mensen zijn onbekend voor mij, maar hebben toch contact gezocht via brieven, e-mails of telefoontjes. Het mooiste voorbeeld was een kaart met een cederboom en mijn naam erop. Een vrouw schreef: ‘Je kent mij niet, maar ik hoor over jouw verhaal. Ik vind je sterk.’ Het is bijzonder om te ervaren dat zelfs mensen die je niet persoonlijk kent, meevoelen en steun tonen.’ ‘Het gaat voor mij niet over nationaliteit, geloof of iets dergelijks. Dat betekent niets voor mij. Ik ben mens, en de ander is mens. Als je naar mij komt en niets te maken hebt met deze oorlog, maakt het niet uit wat je over mij denkt of wat ik over jou denk. Je komt hier met respect, en je bent welkom. Iedereen. Alleen Netanyahu niet,’ zegt Ali met een snelle lach en hij slikt zijn zucht in.

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.