Jorieke Alderliesten is 18 jaar werkzaam als jeugdbeschermer en jeugdreclasseerder op locatie Enschede. Ook is ze voorzitter van de landelijke ondernemingsraad. Jorieke weet dus als geen ander hoe het werk in de jeugdzorg is veranderd in de afgelopen 18 jaar.
‘‘Het is qua rol veranderd. Dus dat betekent dat we vroeger wat meer hulpverlener waren en dat we nu veel meer op de regiefunctie zitten. Dat betekent concreet ook dat we veel drukker zijn met financieringen regelen, protocollen, vinkjes, lijsten. Dus het gaat eigenlijk niet meer over wat kan ik als professional, wat vind ik dat er nodig is voor een jongeren. Het is maak een inschatting wat er nodig is vanuit je professionele blik. Dus het is bureaucratischer geworden. Minder menselijk vind ik ook.’’
Hoe zie je dat aan het contact met het kind?
‘‘Er wordt eigenlijk niet aan jongeren gevraagd. ‘Zie jij je jeugdbeschermer genoeg?’ Dat is gek. Of aan jongeren die onder voogdij staan. ‘Zie jij jouw voogd genoeg?’ ‘Heeft hij genoeg tijd voor jou?’ ‘Zou je willen dat hij er wat vaker was?’ Wat we vroeger vaker deden, was bijvoorbeeld ook naar belangrijke dingen meegaan. Dus een doop, afzwemmen of schoolgesprekken. Dat kan nu een stuk minder helaas.’’
‘‘Ik heb jongeren die al tien jaar bij mij uit de voogdij zijn, en die nog steeds bellen als ze niet lekker in hun vel zitten, of die nog steeds bellen om te zeggen: ‘Ik heb een baan,’ ‘Ik ben zwanger,’ of ‘Ik ga trouwen’ en ‘Ik wil dat even laten weten.’ Volgens mij zit daar juist je meerwaarde.’’
Hoe merk je dat aan werkdruk?
‘‘Ik werk 18 jaar in de jeugdbescherming. Ik heb nog nooit gehad dat werkdruk niet een thema was. Ik zie wel dat het plezier er wat uitgaat als je natuurlijk heel veel moet leveren, volgens allerlei procedures moet werken, en wat minder de hort op kan. Want de mensen die als jeugdbeschermer werken, zijn mensen die graag met mensen werken, en niet de hele dag over mensen praten in rapportage. Dus werkdruk is natuurlijk wel een thema.’’
De overheid geeft aan dat jeugdzorg vaak te veel geld kost. Wat is jouw mening daarover?
‘‘Het is ook duur, omdat de wachtlijsten bijvoorbeeld heel lang zijn, en er heel weinig goede plekken zijn. Dus dan heb ik een jongere die eigenlijk traumatherapie nodig heeft, alleen de wachttijd voor traumatherapie is zes maanden. In die zes maanden valt hij ook uit van school, wordt hij thuis niet meer houdbaar, moet hij ook nog naar een plek, maar die plek is eigenlijk niet goed, dus knalt hij eruit, dus moet hij naar een andere plek. Dus de vraag is, is het heel duur, of is het stelsel kapot?’’
Hoe merk je nog meer dat er minder naar het kind wordt gekeken en meer naar het geld?
‘‘Ik had een meisje in de begeleiding en zij is fors misbruikt, ingezet in een kinderpornonetwerk. Ze heeft daar hele nare, echt hele nare, expliciete herinneringen aan. Dit meisje heeft dat verteld bij een GGZ-instelling omdat ze vastliep. De GGZ-instelling heeft gezegd, wij kunnen jouw traumatherapie bieden en we denken 8 sessies EMDR is prima.’’
‘‘Ik word gebeld en de gemeente zegt: ‘Wij denken dit kan ook in 4.’
‘‘Maar jullie kennen haar helemaal niet. Jullie kennen haar trauma niet. Inhoudelijk ga ik niks delen, want privacy technisch valt zij onder mij, niet onder jullie als gemeente. 8 sessies heeft zij nodig.’’
‘‘Nou, we betalen er 4.’’
‘‘Dat zijn gesprekken die ik serieus met enige regelmaat heb. Dan kan je mij echt boos maken. Ik snap dat het hartstikke duur is. Maar ben je knettergek geworden? Dat kan toch niet? Als ik dit meisje naar 4 sessies ter wereld instuur. Dan staat ze over een jaar weer op de stoep.’’
‘‘Kortom: er wordt te veel naar het geld gekeken in plaats van het kind, en dat is kwalijk.’’

