De dierenambulances van de Dierenbescherming rijden ongeveer 70.000 keer per jaar uit voor dieren in nood. De noodgevallen kunnen variëren van dieren die vervoer nodig hebben naar de dierenarts tot vermiste, gewonde en zelfs overleden dieren. Begin dit jaar rukte de dierenambulance (van DierenLot) uit voor een aangespoelde dolfijn op het wad bij het Friese Wierum. Voor deze acties zijn vaak veel media-aandacht, maar voor de dierenambulance is die er vaak niet. Achter dit soort reddingsacties zitten mensen, zoals Samantha. Zij is vrijwilliger bij dierenambulance De Meren.
Samantha is ongeveer een half jaar vrijwilliger bij de dierenambulance De Meren. Zij rijden uit in de gemeenten Súdwest-Fryslân, de Fryske Marren en Heerenveen. “Ik wou eigenlijk al een paar jaar terug vrijwilliger worden, maar ik had het destijds nog heel druk met jonge kinderen. Nu komt het beter uit. Ik ben vrijwilliger geworden, omdat ik het heel belangrijk vind om wat te betekenen voor het dierenwelzijn.”
Altijd bereikbaar
De werkzaamheden van de dierenambulance gaan altijd door: “Wij zijn 24 uur per dag bereikbaar,” vertelt Samantha. “In de ochtenden, middagen en avonden zijn er altijd een paar vrijwilligers aanwezig op het hoofdkantoor in Joure. De nachtdienst wordt vaak wel thuis gedraaid. De ochtenddienst begint dan om acht uur. We starten dan vaak met administratieve taken. Daarna ligt het eraan hoeveel meldingen er vanuit het hoofdkantoor in Almere binnenkomen via de portofoons.” Het is volgens Samantha afwisselend werk: ”Soms zit je stil, maar het kan ook voorkomen dat je echt wel direct in de ambulance zit en er ook de hele dag niet meer uitkomt. Het kan echt heel druk zijn. Mocht het dan toch rustiger zijn, dan doen we ook wel schoonmaakwerkzaamheden op kantoor.”
De twee kanten van het werk
De meldingen die Samantha en haar collega’s doorkrijgen zijn heel wisselend. “Het allerleukste vind ik als we mensen weer kunnen herenigen met hun huisdier. Een tijdje terug hadden we een kat opgehaald die al een aantal weken bij een huis rondliep. Toen hebben we hem naar het asiel gebracht, want de kat had geen chip. We hebben een foto van de kat op Facebook gedeeld en uiteindelijk kwam de eigenaar de kat ophalen. Dat vind ik toch het allermooiste van dit werk.”
Toch zitten er ook wel verdrietige kanten aan het werk van Samantha. Een dier kan soms ernstig verwond blijken of al overleden zijn bij aankomst. “Een tijdje terug hadden we een ree die al overleden was bij aankomst. Dat gebeurt helaas wel vaker en dat vind ik wel jammer. Ik ga dan allemaal dingen bedenken die we anders hadden kunnen doen. Je zou natuurlijk het liefst alle dieren redden.”
Leren omgaan met dieren
“Door de verschillende meldingen leer je ook echt omgaan met dieren,” vertelt Samantha. ”Zo heb ik geleerd dat als een schaap op zijn rug ligt, je hem eerst op zijn kont moet zetten. Ook weet ik nu dat een egel een gewicht moet hebben van minimaal 500 gram. Dat zijn allemaal kleine weetjes waar ik van tevoren helemaal niet bekend mee was.” Samantha weet nu ook dat de dierenambulance niet uitrukt voor hele gevaarlijke dieren. “We gaan wel altijd kijken, maar bij een ontsnapte gevaarlijke slang of hele agressieve honden kan je vaak als vrijwilliger ook niks doen. We nemen dus geen onnodige risico’s”
Samantha raadt iedereen aan om vrijwilliger te worden bij de dierenambulance. ”Het is heel afwisselend werk en je kunt wat voor de natuur betekenen. Daarmee bedoel ik dat we de natuur zeker ook met rust moeten laten voor zover dat kan. Alleen wij mensen verstoren de natuur ook gewoon. Denk hierbij aan milieuvervuiling, maar ook het aanrijden van dieren. Daarom vind ik het wel gerechtvaardigd om dit werk te doen.”
Om vrijwilliger te worden bij de dierenambulance hoef je niet aan specifieke eisen te voldoen. ”Het is natuurlijk wel belangrijk dat je van dieren houdt,” zegt Samantha. ”Ook moet je tegen dierenleed kunnen, maar je hoeft niet specifieke kennis in huis te hebben. Een rijbewijs hebben is wel handig, maar niet verplicht.”
Over negatieve reacties hoeven toekomstige dierenambulancemedewerkers zich ook geen zorgen te maken. “De meeste mensen snappen wel wat wij doen. Alleen kan er soms wel argwaan ontstaan als we naar een boerenerf moeten. Wij rijden vanuit de dierenbescherming en ze denken dan soms dat we hun dieren komen controleren. Dat is niet onze taak en dat leggen we dan ook uit. We komen dan bijvoorbeeld, omdat er een gewonde eend of gans op hun velden zit.”
Bijzondere reddingen
De redding van de dolfijn in het Friese Wierum deed Samantha goed. “Ik vind het heel mooi dat we juist die bijzondere dieren ook kunnen redden. Zelf ben ik een keer bij een otter geweest die gewoon op een pad lag, toen wij daar aan kwamen sprong die zo weg. Later zagen we hem nog zitten aan de waterkant. Ook reeën vind ik altijd heel speciaal door hun bijzondere verschijning. Het is mooi dat we met verschillende dieren in aanraking komen en we ze kunnen helpen.”

