DEN HAAG – Het Openbaar Ministerie legt een celstraf op van 16 maanden waarvan 8 voorwaardelijk aan de 33-jarige verdachte Stefan V. Hij wordt verdacht van het vernielen van 32 graven en urnen. V. ontkent stellig.
V. werd ook aangeklaagd voor een inbraak in een chalet van een vakantiepark dat naast de begraafplaats lag en voor een bedreiging. Alle drie de zaken werden tot een zaak gevoegd.
Op een begraafplaats in Den Haag zijn voornamelijk vrouwelijke en kindergraven volledig vernield. Zo zijn er grafstenen gevonden waarbij het lijkt dat er met grof geweld is geslagen met een hamer. Ook zijn er urnen kapot gemaakt. Op de begraafplaats is een jas en een parfumflesje gevonden waarvan de jas het DNA bevatte van V. Ook werd V. gevonden met verschillende gereedschappen waaronder een klauwhamer tijdens zijn aanhouding.
Verdachte V. heeft al een strafblad van 27 pagina’s met onder andere het al eerder vernielen van graven in 2017. Hiervoor heeft V. ook in een ISD-inrichting gezeten, dit is een speciale gevangenis voor mensen die vaak de wet overtreden. Zij stelde dat de kans op herhaling van vernieling groot zou zijn.
‘’Ik vind het spijtig voor de nabestaanden maar ik heb er niks mee te maken,’’ stelde V. nadat de voorzitter voorlas waar V. van verdacht wordt. V. was dakloos en gaf aan dat hij regelmatig sliep in een tuinhuisje bij de volkstuin dat ook naast de begraafplaats lag. Ook gaf hij toe dat hij het gereedschap bij zich had om chalets te openen om daar te slapen als het koud was. ‘’Dus u heeft wel ingebroken op het vakantiepark,’’ stelde de voorzitter. ‘’Ik brak niet in maar zocht alleen een plek waar het warm was als het buiten koud was.’’
“Rust in vrede staat er op de meeste grafstenen,” toen hield de officier van justitie twee seconden stil, “maar dat gold niet voor de mensen die begraven waren op de betreffende graven die vernield zijn.” De officier gaf aan dat V. schuldig is omdat V. met een klauwhamer werd aangetroffen. Ook door de jas en het parfumflesje met zijn DNA erop dat op de begraafplaats lag. “Het moet er wel die dag zijn neergelegd, als het er eerder was neergelegd dan was het wel vies geweest want de dag ervoor regende het.”
Het OM eist naast de gevangenisstraf een meldplicht, middelencontrole voor drugs en een locatieverbod van vijf jaar rond de omgeving van de begraafplaats. Hierin is meegenomen dat V. aangaf dat hij weigert mee te werken aan begeleid wonen.
De eis is gebaseerd op het vernielen van de graven en de inbraak, de aanklacht van de bedreiging werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
“Het bewijs deugt simpelweg niet,” aldus de advocaat van V. “De officier geeft aan dat de jas en het parfumflesje anders vies geweest had moeten zijn maar dat kan niet. Ik heb even een simpel onderzoek gedaan en gekeken hoeveel neerslag er die dag ervoor was gevallen. Dat is tien minuten aan motregen en vervolgens is de zon gaan schijnen en was het 14 graden.” De advocaat van V. beweert dat de spullen helemaal niet vies kunnen zijn als die die dag neergelegd zouden zijn. Dit als je kijkt naar de regen en het weer na de regen.
Tot slot pleitte de advocaat dat de hechtenis van V. opgezegd moest worden omdat hij onschuldig is, V. zit al 142 dagen in hechtenis.
“Ik vind het heel spijtig voor de nabestaanden,” zei V. in het laatste woord. “Dat was het?” zei de voorzitter. “Ja dat was het.”
Op 12 maart doet de rechter uitspraak in de rechtbank van Den Haag.

