Voor Lars (24), student Leraar Nederlands aan de HAN in Nijmegen, is politieke betrokkenheid geen kwestie van één rood potloodmoment in het stemhokje. Wie verandering wil, moet zichtbaar zijn. Op straat, op een plein, tussen honderden anderen die hetzelfde voelen. In 2025 telde Amsterdam een recordaantal van 3323 demonstraties, meldde burgemeester Femke Halsema. Van woonprotesten tot solidariteitsmarsen voor Gaza: de straat lijkt voller dan ooit. Wat maakt dat iemand zijn zondagmiddag inruilt voor een regenachtig plein?
Geen kantelpunt, maar een opeenstapeling
Lars kan geen specifiek moment aanwijzen waarop hij activist werd. “Het was geen plotselinge omslag,” zegt hij. “Maar er zijn wel drie onderwerpen waarvoor ik in de trein stap om ergens op een plein te gaan staan.”
Woonrecht is het eerste. Sinds zijn achttiende woont hij op zichzelf en had hij naar eigen zeggen “altijd een te duur of onprettig huurcontract”. Wat begon als persoonlijke frustratie, groeide uit tot iets breder. “Bijna iedereen in mijn omgeving heeft ermee te maken. Als iets zo universeel is, waar moet je anders voor demonstreren?”
Daarnaast zet hij zich in voor transrechten en Palestina. Tijdens zijn studie in Utrecht leerde hij voor het eerst trans vrienden kennen. “Door met hen te praten merkte ik hoe het gebrek aan goede zorg hun leven structureel moeilijker maakt. Alsof je een videospel op de hoogste moeilijkheidsgraad speelt, maar dan je hele leven.” Ook het conflict in Gaza houdt hem bezig. “Wat er sinds 2023 gebeurt, kan iedereen live volgen, terwijl het al decennia speelt. Daar kon ik niet voor thuisblijven.”
Uiterst links en daar open over
Op het politieke spectrum plaatst Lars zichzelf “uiterst links”. Op zijn achttiende verjaardag sloot hij zich aan bij ROOD. Daar werd hij geschoold in het orthodox marxisme, een stroming gebaseerd op het werk van Karl Marx, maar volgens hem duidelijk distantiërend van leiders als Stalin of Mao.
Een gebeurtenis die hem sterk bijbleef, was de winst van Forum voor Democratie bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2017. “Ik vond het eng dat een partij openlijk de gelijkwaardigheid van etnische groepen in twijfel durft te trekken.”
Hoop of frustratie?
Wat gebeurt er mentaal wanneer je tussen honderden anderen staat? Lars maakt onderscheid tussen een ‘gewoon’ protest en een solidariteitsprotest. Bij het eerste is er vaak een concrete eis, zoals het terugdraaien van een gemeenteraadsbesluit. “Het is geen klaagclubje,” benadrukt hij. “Er is meestal echt een doel.”
Bij solidariteitsprotesten ligt dat anders. “Je steunt een zaak waar je zelf weinig directe invloed op hebt. Dat is belangrijk, maar soms ook frustrerender.” Protesteren geeft hem alleen hoop “als er een reële kans op verbetering is”. Anders is het vooral een uiting van frustratie. Toch blijft hij gaan. “Wat me het meest bijblijft, zijn de gezichtsuitdrukkingen van mensen in de menigte. Dat moment van erkenning: ik ben niet de enige die dit raakt.”
Democratie in beweging
Is het recordaantal demonstraties een teken dat de democratie onder druk staat of juist dat ze functioneert? “Dat ze werkt,” zegt Lars resoluut. “Wat mij betreft zouden mensen nóg meer moeten demonstreren. Ook mensen die compleet anders denken dan ik. Alleen om de paar jaar stemmen is niet genoeg.”
Tegelijkertijd ziet hij versnippering binnen de activistische wereld. “Ik zou het mooier vinden als verschillende bewegingen hun krachten bundelen. Een groter machtsblok vormen.”
Conclusie
Wat maakt dat iemand niet aan de zijlijn blijft staan? Voor Lars ligt het antwoord niet in één beslissend moment, maar in ervaringen die zich niet meer laten negeren. Wat begint als frustratie, groeit uit tot verantwoordelijkheid. Protest is voor hem geen identiteit, maar een logisch gevolg van hoe hij naar onrecht kijkt. Misschien verklaren die 3323 demonstraties in Amsterdam zich uit duizenden van zulke persoonlijke afwegingen, uit mensen die besluiten dat een regenachtig plein soms beter voelt dan thuisblijven.
De drang om niet stil te blijven

