Column: Scheidsrechter blijft lelijke eendje van voetballerij

Door: Rick Sinnige

Op de voetbalclub bij mij in het dorp worden jongens en meiden uit de Onder 13 en Onder 15 ingezet als pupillenscheidsrechters bij de jongste jeugd (Onder 8 t/m Onder 11). De jongens melden zichzelf aan uit enthousiasme en de wil om scheidsrechter te worden. Ook daar is het stukje mentale weerbaarheid inmiddels onderdeel van hun spelregelcursus. Het is te bizar voor woorden.

De scheidsrechter. De hele wedstrijd lang kunnen we ze vervloeken omdat ze niet in het voordeel van je team fluiten en dat terwijl er voor de wedstrijd door de trainer nog is gezegd dat zijn team écht geen commentaar zal leveren. Om vervolgens na 90 minuten knerpen de arbiter een hand te geven en ongeloofwaardig te zeggen ‘goed gefloten scheidsie’.

Het is heel makkelijk om de scheidsrechter als slachtoffer te pakken voor als het bij je eigen team niet loopt. Het is een veel gebruikte manier van coaches om hun eigen team scherp te krijgen, zo leerde ik bij het eerste elftal van mijn lokale voetbalclub.

Maar toch. We lijken soms met z’n allen weinig geleerd te hebben van 2 december 2012. Die dag blijft verreweg een van de zwartste in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Richard Nieuwenhuizen, assistent scheidsrechter van SC Buitenboys B3, werd doodgeschopt door zes spelers en een vader van SV Nieuw Sloten B1.

De weken na die moord stonden in het teken van de slogan ‘Zonder respect geen voetbal’. Het raakte het hele land en Eredivisie-spelers stopten spontaan met protesteren tegen scheidsrechters. Serdar Gözübüyük toonde tijdens een wedstrijd van FC Groningen een bandje met ‘Respect’ aan trainer Robert Maaskant.

Nu, zeven jaar later, zitten we niet op het punt dat er meer scheidsrechters zijn doodgetrapt, maar geweld op de velden is nog lang geen verleden tijd. Sterker nog, mentale weerbaarheid is een specifiek thema geworden bij de KNVB. Bij scheidsrechtercursussen van de bond wordt er specifiek over gesproken en voor bondsofficials zijn er zelfs specifieke themabijeenkomsten waarbij een paar uur mentale weerbaarheid in het licht staat. Het is te bizar voor woorden.

Het wordt als normale zaak gezien dat als je niet een juiste beslissing neemt als arbiter, dat je volledig uitgekafferd ‘mag’ worden. Verbaal mag er natuurlijk wat geroepen worden, maar er zijn grenzen. Regelmatig worden die ver overschreden en worden de meest bizarre scheldwoorden en ziektes naar het hoofd geslingerd. Het is te bizar voor woorden.

Het verbale ‘werk’ begint ook steeds op jongere leeftijd. Jongens van 9 of 10 jaar nemen de slechte voorbeelden over van televisie, trainers en ouders en gaan ook op brutale wijze in tegen de scheidsrechters. Ouders en trainers langs de lijn bij een O9 wedstrijd gaan ook al regelmatig vol gas tegen jonge scheidsrechters. Zo heb ik zelf al eens een trainer tegen moeten houden die boos op een jonge jongen afstapte. Vorig seizoen liep er een jongen van 13 huilend weg bij een Onder 9 wedstrijd nadat ouders en de trainer van een niet nader te noemen team op volle kracht hun frustratie te loop lieten, verbaal, jegens de jongen. Het is te bizar voor woorden.

Het is complete gekkigheid waar geen einde aan lijkt te komen. Sterker nog, het lijkt meer te worden. Het resulteert in een terugloop van scheidsrechters in Nederland en teruglopend enthousiasme om er überhaupt aan te denken arbiter te worden. Voetbalclubs hebben hun handen vol aan het laten beheersen van bepaalde spelers en ook de KNVB doet hun best om de boel in de hand te houden.

De vraag is of er überhaupt ooit een einde aan zal komen of dat het weer minder zal worden. Persoonlijk denk ik het niet en dat is gewoon zonde voor deze mooie sport. Kennelijk hebben we nog een zwaar incident nodig om tot het besef te komen dat we weer meer respect moeten krijgen voor het lelijke eendje uit de voetballerij.

2 comments
  1. Mooi stuk, echter is met name de KNVB aan zet. Ze geeft de scheidsrechter onvoldoende middelen en rugdekking indien de situatie onhoudbaar wordt. Neem een voorbeeld aan de KNZB, waar een waterpoloscheidsrechter echt voldoende middelen heeft om dit intolerante gedrag van coaches, spelers en ouders in toom te houden. In ieder geval voldoende middelen om ook preventief en lopende de wedstrijd onder controle te houden op het vlak, buiten de spelsituaties om.

    Niet dat je al het gedrag van iedereen zo maar kan controleren, want ook in de waterpolosport zijn natuurlijk soms excessen. Dan heeft de KNZB een tuchtrechtsysteem dat niet mild is en ook als corrigerende factor uiteindelijk zorgt voor een goed sportklimaat.

Add Comment

Required fields are marked *. Your email address will not be published.