Revalideren tijdens een pandemie: “Ergens heb ik ook wel geluk”

 

Door: Joni Janssen

“Kom op dames! Nog even volhouden, het is bijna tijd voor een drinkpauze”. De luide, diepe mannenstem doet de IPad bijna trillen. Het is warm op de zolderkamer, al helemaal in haar judo pak. Amber is bezig met push-ups, zweetdruppels glimmen op haar voorhoofd, ze heeft het zichtbaar zwaar. Ondanks de hitte stralen Ambers ogen vechtlust uit, opgeven zal ze nooit doen. Haar vader weet dit ook, vanaf de bruine houten stoel in de hoek let hij nauwkeurig op hoe de training van zijn dochter verloopt. “Pas je op Amber? Als het niet gaat, gaat het niet hé. Je moet wel om je voeten blijven denken”, klinkt het enigszins bezorgd.

De bezorgdheid is niet onterecht, afgelopen januari heeft Amber een zware operatie ondergaan aan haar voeten. De judoka is nog steeds aan het revalideren. “De artsen verwachten dat het nog wel een half jaar kan duren, maar die tijd heb ik niet, in november moet ik weer aan de bak”, de irritatie in haar stem is goed te horen en bovendien ook begrijpelijk. In november beginnen de wedstrijden voor de Nederlandse selectie en Amber is erop gebrand hierbij zijn en een plek te bemachtigen. Via de Nederlandse selectie kan ze namelijk haar droom verwezenlijken: deelname aan de Olympische Spelen.

Amber doet al aan judo sinds ze negen jaar oud is, inmiddels is ze zestien. Ze heeft momenteel de bruine band, dit is één band onder de zwarte band. Ze zit in HAVO 4 en omdat ze een topsportregeling heeft kan school goed combineren met sport. In haar judo carrière heeft ze al veel bereikt, zo is ze al drie keer op rij derde van Nederland geworden in de categorie -18, is ze derde geworden op het plaatsingstoernooi voor het EK en heeft ze aan drie Europacups meegedaan.

Terug naar de circuittraining. Vijftien minuten touwtjespringen zijn wat te zwaar voor de voeten. De donkerblauwe bidon wordt van de grond geraapt en de judoka verplaatst zich naar haar spinningbike, een stukje fietsen als vervangende oefening is zeker geen straf. Ik kijk haar aan en zie dat ze ontspannen is.

De jonge meid heeft veel meegemaakt de afgelopen maanden, ook de coronacrisis speelt een rol tijdens haar revalidatieproces. “Eigenlijk komt corona best goed uit. Ik kon niet trainen door de operatie, maar anderen konden ondertussen enorme stappen maken. Door het coronavirus kan niemand echt trainen en loop ik dus ook minder achter, ergens heb ik dus ook wel geluk.” Even later wordt wel duidelijk dat er ook een negatieve kant is. Door corona kan Amber ook niet naar de fysio toe, dit valt haar duidelijk zwaar: “Ik heb zes weken in een rolstoel gezeten en twee weken niet kunnen lopen, mijn balans is gewoon helemaal weg. Bij de fysio oefen ik dit, maar omdat het tegenwoordig allemaal via video gaat heb ik er lang niet zo veel aan als in het echt.”

“En klaar! Dat was hem weer voor vandaag, goed gewerkt meiden.” De voldoening is van Ambers gezicht af te lezen. “Zo dat was training twee deze week, nog drie te gaan”, alsof het niks was ruimt ze haar spullen weer op. Trainen met een blessure en tijdens een pandemie vindt Amber niet per sé lastig: “Je moet gewoon door. Ik weet waar ik het voor doe, als ik een doel voor ogen heb doe ik er ook alles aan om dat te halen.” Ik bewonder het doorzettingsvermogen van deze meid, hopelijk levert de toekomst haar nog veel moois op.

Add Comment

Required fields are marked *. Your email address will not be published.