Misstanden, gesloten afdelingen en onveilige situaties. Dat er veel misgaat in de Nederlandse jeugdzorg komt naar voren in verschillende rapporten van de Jeugdautoriteit. Voor de 26-jarige Francis Elsalti, een student Social Work uit Zwolle, zijn de verhalen over de falende jeugdzorg zijn eigen realiteit geweest. Toch gaat hij niet bij de pakken neerzitten en kijkt met geheven hoofd op naar zijn eigen carrière in de jeugdzorg.
“Welkom in de gehele jeugdzorg. Alles wat fout kán gaan gaat wel een keer fout; dat is daar de norm,” zegt hij spottend. Geboren in Utrecht met een Palestijnse vader en een Nederlandse moeder, begon zijn leven met een oneerlijke start. Zijn vader was vaak agressief en zijn moeder stond niet stevig genoeg in haar schoenen om er iets tegen doen. Toen hij zes was belandde hij in de eerste jeugdzorginstelling. Hierna ging hij van hot naar her om uiteindelijk voor de langste, aaneengesloten periode te eindigen in instelling nummer 6, van zijn dertiende tot zijn achttiende.
Het zwaarst had Francis het in bij de laatste plek, ‘Groot Emaus’ in Ermelo. Hij voelde zich daar niet op zijn plek omdat de instelling vooral bedoeld was voor jongeren met een lichte verstandelijke beperking of gedragsproblemen. Ook al benoemt hij dat hij wel eens onhandelbaar kon zijn, Francis paste hier met zijn niveau niet tussen. Hij werd verplicht vanuit de instelling naar het speciaal onderwijs gestuurd. “Ik voelde me echt opgesloten. Je voelde de begeleiding constant in je nek hijgen.”
Het breekpunt
De opeenstapeling van trauma’s, pestgedrag en een gebrek aan perspectief eisten een hoge tol van Francis. Op zijn achttiende kampte hij met een zware depressie, en toen corona uitbrak, zat hij geïsoleerd op een kleine kamer in Zwolle. Hij woog inmiddels 180 kilo. Op een avond zat hij zo diep dat hij een suïcidepoging met een combinatie van pijnstillers en alcohol deed.
Achteraf bleek dit breekpunt juist zijn redding. Het was een schreeuw om hulp die hij uiteindelijk zelf beantwoordde. “Door die poging heb ik de knop van mijn leven omgezet,” blikt hij terug. Het zette voor hem een proces in werking van groei en verbetering. Met behulp van een maagverkleining en de sportschool viel hij 95 kilo af. Door therapie ging het uiteindelijk steeds beter met hem. “Ik heb altijd het gevoel gehad dat er veel meer in mij zat dan ik eruit haalde. Dat was het stukje validatie: dit is dus wat erin zat.”
“Je herstelt er nooit van, je geneest er ook nooit van, je leert ermee leven.”
Verspilde potentie of laatbloeier?
Vandaag de dag is Francis een nieuwe man. Hij heeft bijna zijn Associate degree op hogeschool Windesheim en wil daarna aan een bachelor beginnen en misschien uiteindelijk zelfs een master in de persoonsgerichte zorg.
Toch zit het verleden nog diep. De psychische littekens en patronen uit zijn jeugd, zoals sociale isolatie en pesten spelen hem nog weleens parten. “Ik omschrijf mezelf tegenwoordig nog wel eens als verspilde potentie. Als ik al die problemen niet had gehad, had ik misschien nu al een master gehad of was ik getrouwd.” Compleet genezen is ook niet het einddoel: “Je herstelt er nooit van, je geneest er ook nooit van, je leert ermee leven.”
“Ik ben een laatbloeier, maar vaak kunnen die ook nog wel een stuk mooier bloeien als je ze genoeg water en zonlicht geeft.”
Ondanks alle tegenslagen is Francis nooit verbitterd geraakt. Integendeel: zijn trauma is zijn grootste professionele kracht geworden. Hij wil het onderwijs of de jeugdzorg in om de cyclus van problemen te doorbreken. Hij is niet bang om incompetente collega’s aan te spreken en wil jongeren écht betrekken bij hun eigen hulptraject.
Waar anderen pas net beginnen met vallen en opstaan, heeft hij de zwaarste stormen al doorstaan. Zijn blik is stevig op de horizon gericht. “Ik ben een laatbloeier, maar vaak kunnen die ook nog wel een stuk mooier bloeien als je ze genoeg water en zonlicht geeft.”

