De Gemeente Amsterdam deed recentelijk onderzoek, en meldt dat 24 procent van de 821 thuiszittende kinderen en jongeren blijkt te kampen met psychische klachten, zoals angst, trauma of depressieklachten, dit geldt ook voor Indy van 16, door paniek en angsten zit ze al lange tijd thuis. Maar volgend jaar wil ze het helemaal anders, ze wil weer aan de slag en ze zet de knop om.
Indy loopt elke dag samen met haar hond Bo, haar beste maatje. Tijdens de wandeling vertelt ze dat Bo haar kalmeert als ze last heeft van paniek. Als ze ’s nachts niet in slaap komt door hoge stress zoekt ze bescherming bij Bo.
Indy vertelt vervolgens glunderend dat ze een advertentie heeft geplaatst op Facebook. Haar uitdrukking tekent dat ze het zelf nog moet beseffen, soms struikelt ze over haar woorden. Ze biedt zich aan als interne stalwerker. Je woont en werkt dan bij een paardenhouderij. Indy heeft al een lange tijd een grote liefde voor paarden, en ze wil dit al een lange tijd. Na een periode van onzekerheid maakt ze de stap naar zelfstandigheid en ontwikkeling.
Indy en haar ouders beseffen dat dit een grote stap is op 16-jarige leeftijd, misschien is dit juist precies wat ze nodig heeft. Indy kan zich al haar hele leven niet herkennen in het schoolsysteem. In haar derde jaar kader op de middelbare school lukt het Indy niet meer om onderwijs te volgen.
‘Ik voel mezelf snel dom. Ik vind het lastig om andere mensen het wel te zien lukken. Dat bijvoorbeeld al mijn klasgenoten al klaar waren, maar ik nog niet. Ik kreeg bijvoorbeeld op de basisschool en op de middelbare school minder of veel makkelijker werk dan de rest van de klas. Er werd op een gegeven moment gevraagd wie er allemaal klaar zijn, en dan zag je al die vingers omhooggaan behalve die van mij.’
‘Net voordat ik stopte met school kreeg ik een depressie en dat zette door. Uiteindelijk ging het helemaal in mijn lichaam zitten. Waardoor ik bijvoorbeeld heel zwaar werd op mijn benen en zomaar kon flauwvallen. Altijd hoofdpijn, altijd buikpijn en alles deed zeer. Vanuit paniek kon ik verdwalen in ons eigen huis. Ik heb nooit echt hulp kunnen krijgen, andere diagnoses hadden de grootste prioriteit.
‘Toen ik thuis kwam te zitten was dat helemaal oké. Maar mijn ouders hadden liever gezien dat ik net als ieder kind makkelijk naar school toe had gekund. Zonder al die stress en zonder al die moeite. Op de basisschool wou ik eigenlijk ook al absoluut niet meer naar school. Maar toen hebben ze me wel altijd doorgepushed. Wat ook helemaal niet erg is.’
Ik denk dat als ik niet thuis was komen te zitten, ik er op een hele andere manier bij had gezeten.
Indy gaat steeds minder naar school en stopt uiteindelijk volledig met het volgen van lessen. Tijdens deze periode blijft ze in haar bubbel, ze geeft aan hier moeite mee te hebben. Om sociale contacten te behouden bezoekt ze regelmatig een meidengroep met meisjes die dezelfde diagnose hebben. Dit is fijn omdat ze zichzelf hierin kan herkennen. Verder houdt ze zich bezig met haar pony Nickey, paardrijden en haar bijbaantje. Na een jaar wil ze weer wat gaan doen, dat is wat Indy voor zichzelf voor ogen heeft.
‘Maar op een gegeven moment dacht ik, ja waarom een jaar wachten, waarom niet nu? Want ik zit nu thuis, ik heb nu niks te doen. En ik ben nu klaar met het stilzitten. Ik wil gewoon wat nieuws doen, wat nieuws ontdekken en leren. Ik leer in de praktijk, of als ik iemand iets zie doen dan leer ik heel makkelijk. Maar vanuit boeken en zo leren dat werkt niet voor mij. Als ik bijvoorbeeld op werk iets nieuws moet leren dan laten ze het me zien. Dan kan ik het in één keer.
‘Ik heb altijd gezegd dat ik dit wil. Ik had altijd wel de droom om iets in de paarden te gaan doen. Maar nu denk ik gewoon van ik ga het gewoon proberen en ik zie wel hoe dat loopt. Ik heb alleen moeite met het van huis weggaan en niet zo snel meer terug kunnen. Ik heb er wel vertrouwen in dat het goed komt en dat ik het kan.’

