Lina Vermeer is herstellende van de eetstoornis anorexia. Wat begon als een poging om gezonder te leven, groeide langzaam uit tot een obsessieve strijd met eten, controle en haar eigen lichaam. In dit interview vertelt ze openhartig over haar ervaring met de eetstoornis en het proces van herstel.
Wanneer merkte je voor het eerst dat je relatie met eten problematisch werd?
Het begon ongeveer twee jaar gelden, en het ging eigenlijk heel geleidelijk. Eerst wilde ik gewoon gezonder leven en wat afvallen. Dat voelde positief en werd ook aangemoedigd. Maar langzaam veranderde het in iets obsessiefs. Ik dacht de hele dag aan eten, calorieën en mijn gewicht. Als ik meer at dan gepland, voelde ik intense schuld en schaamte. Toen besefte ik nog niet dat het een eetstoornis was, maar achteraf zie ik dat daar het kantelpunt lag.
Wat gaf de eetstoornis je op dat moment?
Het gaf me een gevoel van controle. In een periode waarin ik me onzeker en overweldigd voelde door school, sociale druk en mijn eigen perfectionisme, was eten iets wat ik kon beheersen. Minder eten voelde als een prestatie. Het gaf me een tijdelijk gevoel van succes en eigenwaarde. Alleen werd dat gevoel steeds afhankelijker van hoe streng ik voor mezelf was.
Hoe beïnvloedde anorexia je dagelijks leven?
Mijn hele leven draaide er uiteindelijk om. Ik plande mijn dagen rondom maaltijden die ik juist probeerde te vermijden. Sociale afspraken zegde ik af als er eten bij betrokken was. Ik was constant moe, prikkelbaar en kon me slecht concentreren. Mijn wereld werd kleiner en eenzamer. Dingen waar ik vroeger plezier uit haalde, zoals afspreken met vrienden of hobby’s, verloren hun betekenis.
Hoe reageerde je omgeving op wat er gebeurde?
In het begin kreeg ik complimenten over mijn gewichtsverlies, wat het gedrag eigenlijk versterkte. Later begonnen mijn ouders en vrienden zich zorgen te maken. Ze zagen dat ik afviel, weinig at en me terugtrok. Dat leidde soms tot spanningen en discussies. Ik ontkende vaak dat er een probleem was. Pas toen mijn gezondheid zichtbaar achteruitging, drong de ernst ook echt tot mij door.
Wanneer kwam het moment dat je hulp accepteerde?
Dat moment kwam nadat ik flauwviel op school. Mijn lichaam was uitgeput en ik kon het niet langer ontkennen. De huisarts bevestigde dat het niet goed ging. Ik voelde me bang, maar ook opgelucht dat iemand het serieus nam. Hulp accepteren was moeilijk, want het voelde alsof ik mijn ‘houvast’ moest loslaten, maar diep vanbinnen wist ik dat het nodig was.
Hoe ervaar je het herstelproces?
Herstel is allesbehalve lineair. Sommige dagen gaan goed en voel ik me sterk, andere dagen komen oude gedachten hard terug. Therapie helpt me begrijpen waar mijn behoefte aan controle vandaan komt. Ik leer stap voor stap weer normaal te eten en mijn lichaam te vertrouwen. Het is confronterend, maar ook bevrijdend om te merken dat mijn leven niet meer alleen om eten draait.
Wat is het moeilijkste onderdeel van herstel?
Het moeilijkste is het omgaan met de stem in mijn hoofd die kritiek blijft geven. Die stem zegt dat ik niet genoeg ben of dat ik moet compenseren. Het vraagt veel oefening om die gedachten niet automatisch te geloven. Ook aankomen in gewicht was emotioneel zwaar, omdat ik mijn identiteit zo had gekoppeld aan dun zijn.
Wat zou je willen meegeven aan anderen die worstelen met anorexia?
Ik zou willen zeggen dat je meer bent dan je eetstoornis. Het voelt misschien alsof het je beschermt, maar uiteindelijk neemt het je vrijheid af. Hulp zoeken is geen teken van zwakte, maar van moed. Herstel kost tijd en energie, maar het geeft je je leven terug. Je verdient het om vrij te zijn van constante angst rondom eten en gewicht.
