Van onbekende loper naar Rotterdamse doorbraak
Op de ochtend van de Marathon van Rotterdam in 2024 werd Jonatan Venema wakker bij zijn opa en oma. “Ik had lekker alles zelf geregeld”, vertelt hij. Met de trein reisde hij naar Rotterdam, waar hij mocht starten in het voorste vak, net achter de elite.
Zijn plan was duidelijk: een sterke groep vinden en daar zo lang mogelijk bij blijven. “Ik wilde tenminste tot de 30 kilometer aanhaken. Dan komt het goed, dacht ik.” In een marathon is samen lopen belangrijk. Het tempo ligt hoog en hoe verder je komt, hoe kleiner de groepen worden. Tot 30 kilometer verliep alles volgens plan. “Ik was vrij hard gestart, dat was ook het plan.” Lopers om hem heen haakten af, maar Jonathan Venema hield zijn ritme vast.
Na 30 kilometer versnelden drie atleten. “Dat kon ik net niet bijhouden.” Het laatste deel werd zwaar, omdat hij toch snel was gestart. Hij finishte met een tijd van 2:13:45. Een persoonlijk record.
Lopen om gezien te worden
Achter deze prestatie zat een duidelijk doel, namelijk bekendheid krijgen. Eerder dat seizoen had hij meegedaan aan het Europees kampioenschap cross. Hij werd derde in zijn categorie, maar merkte dat alleen de winnaars echt aandacht kregen. “Bij het EK cross kende niemand mij”, zegt hij. “Dus dacht ik: hoe zorg ik dat mensen mij wél kennen? Door een goede tijd te lopen in Rotterdam.”
De marathon werd voor hem het perfecte moment om gezien te worden. Hij trainde doelgericht voor deze marathon. Zijn snelle tijd bracht hem ook nieuwe sponsoren. “Dat was eigenlijk het doel, en dat is behoorlijk goed gelukt.” Rotterdam voelde voor hem als een echte doorbraak.
De lange afstand zat er altijd al in
Hoewel hij met zijn 24 jaar nog jong is voor een marathonloper, voelt de keuze voor de lange afstand logisch voor Jonathan. Al op jonge leeftijd merkte hij dat langere afstanden hem beter lagen. “Toen ik 14 was liep ik al 5 kilometerwedstrijden. Dat vond ik gewoon leuk.” Later volgden de 10 kilometers, die beter bij hem pasten dan kortere crossafstanden.
Toch kende zijn progressie een moeilijke periode. Twee jaar lang had hij last van een heupblessure. “Ik heb bijna twee jaar niet goed kunnen hardlopen.” In die tijd schaatste en fietste hij wel, maar het hardlopen stond grotendeels stil. Meerdere artsen konden de oorzaak niet vinden, tot één specialist duidelijkheid gaf. “Vier weken nadat die dokter wist wat er mis was, liep ik een marathon.” Opvallend is dat zijn ambitie in die periode niet verdween. “Eigenlijk wist ik al veel eerder: ik wil marathons lopen.” De blessure zorgde voor vertraging, maar niet voor twijfel.
Extreem als uitdaging
Naast marathons loopt Jonathan soms ook ultra-afstanden. Hij deed al wedstrijden van 80 en 90 kilometer en zelfs 100 kilometer in de bergen. “Maar dat doe ik niet elke week hoor”, zegt hij lachend. Vooral de bergruns zijn zwaar door de hoogtemeters. “Je loopt vooral omhoog, omdat het zo steil is.”
Volgens hem overschatten veel mensen de marathon. “Ik denk dat iedereen die 10 kilometer kan lopen zonder echt kapot te zijn, ook een marathon kan lopen.”
Wanneer het niet meer leuk is
Toch zijn er momenten waarop het puur doorzettingsvermogen is. Tijdens een 12-uursrun op de VAM-berg bereikte hij halverwege een dieptepunt. “Na zes uur had ik het wel gezien en was ik pas op de helft.” Even zitten met een colaatje klinkt dan aantrekkelijk, maar ondertussen halen anderen je in. “Dan is het misschien wel het zwaarst om weer uit je stoel te komen.”
Ook tijdens een 800 kilometer lange ultrafietstocht werd hij getest: midden in de nacht, alleen in een natuurgebied, verkeerd gereden en zijn bril kwijtgeraakt. “Op sommige momenten ben je er ook wel klaar mee.”
Jonathan Venema is een loper die blijft doorgaan, ook wanneer het zwaar wordt. In Rotterdam kwam alles samen en dat leverde zijn doorbraak op.

