Er leven in Nederland naar schatting zo’n 15.000 mensen met een dwarslaesie. Koen is er één van. Wat begon als een gewone werkdag eindigde in een klap die zijn leven voorgoed veranderde. Toch zit er tegenover mij geen verbitterde man, maar iemand die desondanks alles positief is gebleven.
Het verhaal van Koen
Het is tegen zessen wanneer Koen van Zeeland (38) en zijn collega besluiten nog één boom om te zagen. “Dan hebben we een mooie dag gehad,” zeggen ze tegen elkaar. Het is een beslissing die hij later nog vaak zal herhalen in zijn hoofd.
“Ik begon aan de verkeerde kant met zagen,” vertelt hij. “Daardoor draaide die boom weg. Achter mij stonden allemaal prikkelstruiken, dus ik kon niet naar achteren stappen. Ik was bang dat de boom op me zou klappen en ben weggerend. Toen kreeg ik een klap van een tak of van de boom zelf.”
Even is hij buiten bewustzijn. Wanneer hij bijkomt, voelt hij het meteen. Zijn benen doen niets meer. “Toen wist ik wel dat het goed fout was.”
Wat volgt is een ruis van sirenes en zwaailichten. Ambulance, politie, brandweer, zelfs een traumahelikopter. In het ziekenhuis bevestigt een scan de harde realiteit: een dwarslaesie. “Dan schrik je wel even,” zegt hij nuchter.
De volgende klap komt een dag later. Na een operatie wordt hij wakker en blijkt hij niet meer zelfstandig te kunnen ademen. “Ik had iets bij mijn longen. Dat was wel heftig. Dan besef je pas hoe kwetsbaar je bent.”
Revalideren met sterke armen en een sterke wil
Koen revalideert acht weken. Fysiek is het zwaar. “Je moet alles ineens met je armen doen. Gelukkig had ik al sterke armen, maar toch: alles gaat anders.”
Mentaal, zegt hij zelf, viel het hem mee. “Ik wilde gewoon door. Natuurlijk heb ik momenten gehad dat ik dacht: waar ben ik mee bezig? Maar opgeven? Dat zit niet in mij.”
In het begin krijgt hij veel steun van vrienden en familie. “Maar uiteindelijk moet je het zelf doen. Je moet leren luisteren naar je lichaam en accepteren dat sommige dingen niet meer kunnen. Dat is een lastig proces.”
De echte confrontatie komt pas thuis. Het grind op zijn oprit blijkt onbegaanbaar. De trap in huis is ontoegankelijk. Zijn eigen bed te hoog. “Het is klap op klap op klap van dingen die niet meer vanzelfsprekend zijn.”
Met hulp van de gemeente wordt de woning aangepast. Beneden komen een slaapkamer en badkamer. Praktisch is er veel mogelijk, maar het gevoel verandert niet meteen. “In het begin voel je je helemaal niet je oude zelf.”
Onzichtbare drempels
Naast fysieke obstakels zijn er sociale drempels. Bij concerten moet hij op de rolstoelplek staan, apart van de menigte. In winkels praten medewerkers soms over hem, in plaats van met hem. “Dan vragen ze aan degene naast mij welke maat ík heb. Alsof ik er niet bij ben.”
Toch probeert Koen situaties waarin hij afhankelijk is te vermijden. “Ik ben eigenlijk heel zelfstandig. Alleen trappen ga ik uit de weg.”
Discussies over zorg en hulpmiddelen horen er inmiddels bij. Een nieuwe rolstoel aanvragen betekent formulieren, artsenbezoeken en beoordelingen. “Terwijl je lichaam verandert en je stoel gewoon niet meer goed is.”
Dromen en vooruitkijken
Droomt hij nog? “Natuurlijk hoop ik dat ik ooit weer mag lopen. Of dat er iets wordt uitgevonden. Maar of dat gebeurt, geen idee.”
En stel dat hij één dag weer zou kunnen lopen? Hij lacht breed. “Ik zou helemaal gek worden. Rondjes rennen, springen, gekke dingen doen. Waarschijnlijk zo druk dat ik weer een dwarslaesie oploop.”
Het is typerend voor zijn humor en relativeringsvermogen.
Wat moeten mensen onthouden van zijn verhaal? Koen hoeft niet lang na te denken. “Blijf vooruitkijken. Denk niet in problemen, maar in oplossingen. Het is vervelend dat je in een rolstoel komt, maar er is nog zoveel meer. Ik ben hartstikke gelukkig. Misschien geniet ik nu wel meer van het leven dan daarvoor.”
Zijn leven ziet er anders uit dan hij ooit dacht. Maar de kern van wie hij is, is gebleven. Misschien zelfs sterker geworden.

