In het jeugdhuis van het Leger des Heils in Groningen is veiligheid niet alleen in het geding wanneer de spanning oploopt. Voor jeugdzorgmedewerker Rowanne Thiewes (30)zit veiligheid juist in de momenten waarop er ogenschijnlijk niets aan de hand is. In hoe jongeren worden begroet, aangesproken en gezien. “Als een jongere zich op zijn gemak voelt, ontstaat veiligheid vanzelf,” zegt ze. Die veiligheid gaat ook haar aan.
Wanneer Rowanne de eetruimte inloopt om de lunch klaar te zetten, schuiven de jongeren langzaamaan aan tafel. Nog voordat de lunch begint, wordt de lege ruimte bruisend, iedereen is aan het converseren, grapjes maken en er worden vragen gesteld. Rowanne is hier het middelpunt, zo ontvangt zij vragen over speciale verzoeken voor het eten (‘is er geen vleesvervanger?’). Ze is het mikpunt van de grappen waar zij zelf ook om kan lachen. Ze laat leuke foto’s zien van haar kindje van twee. De jongeren tonen duidelijke interesse in zowel Rowanne als haar kind.
Rowanne werkt sinds 2017 in de jeugdzorg. Wat begon als een flexfunctie naast haar studie toegepaste psychologie groeide uit tot een vaste plek op dezelfde locatie. Ze werkt op de leefgroep met jongeren tussen de 13 en 18 jaar, en daarnaast met jongvolwassenen in het trainingshuis. Jongeren komen hier terecht omdat het thuis niet meer lukt. De achtergronden verschillen, maar trauma, ADHD, autisme en spanningen in de thuissituatie komen veel voor. Juist in zo’n omgeving is veiligheid geen vanzelfsprekendheid.
Eind september concludeerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat de overheid faalt in de bescherming van de meest kwetsbare kinderen door chronische tekorten aan personeel en plekken. De stagnatie in het stelsel zorgt ervoor dat honderden kinderen met een zware maatregel op wachtlijsten staan, wat de veiligheid ernstig in gevaar brengt. Ook werd er in Friesland en Groningen door honderden medewerkers gestaakt. In februari legden zij het werk neer gedreven door hoge werkdruk, personeelstekorten en onveilige werkomstandigheden. De acties werden opgeschort nadat werkgevers een nieuw cao-eindbod deden dat gericht is op het verbeteren van arbeidsvoorwaarden en veiligheid.
Voor Rowanne betekent veiligheid allereerst dat jongeren zich gehoord voelen. Niet alleen op papier, maar in de praktijk. “Ze hebben te maken met verschillende begeleiders, allemaal met hun eigen karakter. Dat kan botsen. Dan vind ik het belangrijk dat een jongere bij mij terecht kan en durft te zeggen als iets niet goed voelt.” Betrouwbaarheid is daarin de basis. Niet alleen nabij zijn, maar ook consequent en eerlijk blijven.
Dat betekent ook handelen wanneer er wél dreiging is.” Rowanne heeft situaties meegemaakt waarin spanningen escaleerden: jongeren die doelbewust grenzen opzochten, spullen die door de ruimte vlogen, vuur dat werd gebruikt om te intimideren. Ze noemt het zeldzaam, maar juist die momenten maken haar scherp. “Ik heb toen geleerd dat ik mezelf soms overschatte. Ik dacht: ik heb een goede band, ik los dit zelf wel op. Achteraf besefte ik dat ik sneller hulp had moeten inschakelen, voor de veiligheid van iedereen.”
Rowanne neemt haar werk tegenwoordig minder mee naar huis dan vroeger. Moederschap heeft haar geleerd sneller risico’s in te schatten en hulp te vragen. “Je wil gewoon veilig thuiskomen.”
Toch benadrukt ze dat haar werk niet draait om crisis na crisis. Integendeel. Het grootste deel van de tijd is haar focus gericht op structuur en voorspelbaarheid. Dagdiensten bestaan uit jongeren wekken, samen eten, dagbesteding volgen, afspraken plannen en vooral: aanwezig zijn. “Je bent constant bezig met kleine dingen. En juist die maken het verschil.”
De manier waarop Rowanne veiligheid waarborgt is sterk gebaseerd op de non-violent resistance-methodiek. Straf en sancties staan niet centraal; het gesprek wel. Gedrag wordt begrensd, maar de jongere zelf wordt niet afgewezen. “We zeggen: wat je doet is niet oké, maar jij bent wel oké.” Dat klinkt eenvoudig, maar vraagt in de praktijk veel zelfreflectie. Als Rowanne merkt dat ze zelf te fel is geweest, benoemt ze dat. Ze biedt excuses aan en gaat het gesprek aan. “Dat maakt je betrouwbaar. Jongeren zien dat je ook mens bent.”
Vertrouwen ontstaat volgens haar niet door trucjes, maar door echtheid. Ze speelt geen rol en probeert niet boven jongeren te staan. Transparantie en directheid zijn belangrijk, net als grenzen. Professionele nabijheid betekent voor haar dat ze duidelijk is over wat ze wel en niet kan beloven. Geheimen die niet gerapporteerd mogen worden? Die belofte doet ze niet. “Dat moet helder zijn, anders tast het vertrouwen juist aan.”
Ook haar eigen houding heeft invloed op het veiligheidsgevoel in de groep. Jongeren voelen feilloos aan of een begeleider stevig staat. “Als iemand zichtbaar onzeker is, geeft dat onrust. Als jij rustig blijft en weet wat je doet, voelen jongeren dat.” Echte veiligheid, zo laat haar verhaal zien, ontstaat niet pas als het misgaat. Die wordt elke dag opnieuw opgebouwd, in aandacht, eerlijkheid en aanwezigheid.

