Minze Dijksma is al tientallen jaren actief in de wereld van het goochelen. Wat begon als hobby op jonge leeftijd, groeide uit tot een manier van leven waarin optreden, schrijven en vernieuwing centraal staan.
Hoe is het goochelen in uw leven gekomen?
“Het is op twaalfjarige leeftijd begonnen. Ik ben astmatisch en had daar vroeger veel last van. De dokter en mijn moeder stimuleerden mij om te stoppen met voetbal. Goochelen trok mij altijd al wel. Op een gegeven moment zag ik een advertentie voor een schriftelijke cursus goochelen en die heb ik gevolgd. Zo ben ik daar ingerold.”
Al snel begon hij met optreden. “Ik trad eerst op voor kinderen en we hadden ook een jeugdcircus.” In die periode ontdekte hij ook een ander talent. “Bij amateurwedstrijden in dorpscafés deed een evenwichtskunstenaar mee. Toen bleek dat ik daar ook talent voor had.”
Toch bleef goochelen het belangrijkst. “Uiteindelijk ben ik verder gegaan met goochelen, omdat ik dat leuker vond.”
Welke rol speelt goochelen nu in uw leven?
“Het goochelen speelt nog steeds een grote rol. Er zitten veel verschillende kanten aan.” Hij treedt nog op, maar is ook op andere manieren actief binnen het vak. “We hebben hier in Friesland een goochelvereniging: De Magische Ring Friesland. Daar ben ik al zestig jaar lid van en de laatste jaren ook voorzitter.”
Daarnaast schrijft hij over goochelen. “Ik schrijf artikelen voor het landelijke goochelblad. Vanuit dat schrijven is ook een boek ontstaan dat ik heb geschreven: Onvoorstelbaar.”
Ook blijft hij zich ontwikkelen. “Ik vind het leuk om naar andere goochelaars te kijken en nieuwe trucs te bedenken.”
U bent ook op televisie geweest. Hoe was dat?
“Dat was bij de Late Night Show in 1996. Ik werd overdag opgebeld om ‘s avonds op te treden bij het onderdeel one minute of fame.” Het optreden liep anders dan verwacht. “Het zou dus één minuut duren, maar toen ik een paar trucs liet zien, zei Peter Jan Rens: dat gaan we allemaal doen. Uiteindelijk werd het een item van acht minuten.”
Volgens hem draait goochelen om meer dan alleen trucs. “Mensen denken soms dat het alleen om trucs gaat, maar het is belangrijk om er humor bij te gebruiken.”
Merkt u verschillen tussen vroeger en nu?
“Ja, het goochelen heeft zich enorm ontwikkeld. Vooral technisch is er veel veranderd.” Hij noemt een opvallend voorbeeld. “In Korea heb je zelfs een universiteit waar je goochelen kunt studeren. Daar komen veel topgoochelaars vandaan. Sommigen trainen wel zestien uur per dag.”
Volgens hem is techniek belangrijk, maar niet alles. “Het presenteren van de truc vind ik belangrijker.” Als voorbeeld noemt hij een bekende naam. “Uri Geller kende maar een paar trucs, maar hij presenteerde ze alsof het bovennatuurlijk was.”
Wat onderschatten mensen aan goochelen?
“Veel mensen denken dat goochelen vooral voor kinderen is.” Toch merkt hij dat volwassenen vaak verrast zijn. “Ik hoor na een optreden vaak: ‘Ik wist niet dat goochelen zo leuk was.’ Je moet het goed verpakken, anders werkt het niet.”
Hoe ziet u de toekomst van het goochelen?
“Ik denk dat het zich blijft ontwikkelen.” Grote shows blijven volgens hem belangrijk. “In Las Vegas heb je al jarenlang shows van bekende goochelaars. David Copperfield heeft daar veel invloed op gehad.”
Ook nieuwe vormen spelen een rol. “In Nederland heb je bijvoorbeeld het programma MINDF*CK met Victor Mids. Dat is meer mentalisme.”
Daarnaast verandert de manier waarop mensen goochelen leren. “Tegenwoordig kun je via internet veel zien en leren.”
Welke rol spelen jongeren in de toekomst van het vak?
“Veel jongeren vinden het interessant, maar hebben niet altijd de discipline.” Toch ziet hij ook talent. “Lucas Roberts is jong begonnen en is er dag en nacht mee bezig. Ik heb hem ooit een truc geleerd en daar heeft hij een prijs mee gewonnen.”
Volgens Dijksma ligt de toekomst bij dit soort doorzetters. “Het is mooi om te zien hoe ze zich ontwikkelen.”

