De 62-jarige Richard B. uit Barneveld werd ervan verdacht zijn ex-vrouw te hebben gestalkt. Hij zou medegedetineerden hebben betaald om haar ramen in te gooien en haar in elkaar te slaan. Zijn mening over deze zaak? Daar geeft hij geen antwoord op.
De officier van justitie noemde de aanklachten een stelselmatige inbreuk op het leven van het slachtoffer. “Vindt u het moeilijk om mij aan te kijken?” is een zin die de officier wel twee keer moet uitspreken voordat de verdachte zich tot hem wendt. Hij vindt het duidelijk lastig om de aanklachten aan te horen, maar dan luidt de vraag van de voorzitter: “u zou 500 tot 2000 euro hebben aangeboden aan medegedetineerden om het huis van het slachtoffer over hoop te halen, niet?” Het enige dat Richard B. uit zijn mond kan krijgen over deze situatie is gemompel dat lijkt op “dat kan ik niet beantwoorden.” Dit is een zin die vaak luidt wanneer de verdachte aan het woord is.
Het slachtoffer is niet in zaal aanwezig, maar haar advocaat leest een door haar geschreven brief voor waarin ze benadrukt dat zij en haar kinderen niet meer over straat zullen durven als de verdachte vrijkomt. “Ik hoop dat het contactverbod blijft bestaan en dat ik mijn kinderen nog naar school kan brengen zonder angst,” aldus het slachtoffer. Ze zou bijna elke dag door verschillende nummers gebeld worden, soms zelfs door een Portugees nummer. De meeste nummers waren onderzocht en gelinkt aan de verdachte. Wanneer het slachtoffer opnam klonken zinnetjes als “ik hou van je” of “gefeliciteerd met je nieuwe relatie.” Geen bedreigingen dus, maar ze gaf aan dat ze zich alsnog niet veilig voelde door dit soort berichten. Hij zou medegedetineerden vragen of ze haar wilden bellen en hem aan het belletje toe wilden voegen, een gedetineerde die gevraagd was om dit te doen gaf aan dat hij niet wist dat hij een contactverbod op haar had of dat het zijn ex-vrouw was.
Zijn advocaat neemt het woord: “In zijn tijd in de penitentiaire inrichting is er misbruik gemaakt van mijn cliënt. Hij bood alleen geld aan medegedetineerden om in de groep te passen.” Wanneer de voorzitter de verdachte vraagt of hij hier iets over kwijt wil, laat Richard alleen zijn hoofd hangen. “Bent u bang om hier iets over te zeggen?” Vraagt de voorzitter. “Die jongens zijn niet mals,” zegt de verdachte. Hier geeft hij verder geen toelichting bij. Richard B. zat in de penitentiaire inrichting voor een zedenzaak en daar keken medegedetineerden sterk op neer. “Dit zou een reden kunnen zijn voor medegedetineerden om mijn cliënt in slecht daglicht te zetten,” aldus zijn advocaat.
Uitspraak
De uitspraak had eigenlijk nog twee weken moeten duren, maar wanneer de rechters de zaal weer betreden wordt het al snel duidelijk dat deze nu al wordt gedaan. Richard B. wordt vrijgesproken van het aansporen van medegedetineerden, maar van de stalking en belaging aanklachten komt hij niet af. Hiervoor ontvangt hij 1 jaar gevangenisstraf en een contactverbod. Die gevangenisstraf heeft hij al uitgezeten.

