Defensie wordt vaak nog gezien als een mannenberoep, toch kiezen steeds meer vrouwen voor een carrière binnen de krijgsmacht. Bij de Nederlandse luchtmacht is op dit moment 17% van de werkenden vrouw. Een van hen is Annick Beekhuizen; zij is onderofficier loadmaster op de C-130 Hercules. In dit open gesprek vertelt ze over haar passie voor vliegen, haar werk en hoe het is om als vrouw binnen die mannenwereld te werken.
“Ik ben onderofficier loadmaster bij de luchtmacht op de Fixed Wing,” vertelt ze. “Voor Nederland betekent dit eigenlijk dat ik werk op de C-130 Hercules.” Als loadmaster is ze verantwoordelijk voor alles wat er achter in het toestel zich afspeelt. “Wij zijn als het ware de oren en ogen van de vlieger achterin. We regelen alles wat met vracht en passagiers te maken heeft. Ook bedienen we de systemen achterin.” Met haar werk maakt ze soms veelzijdige en indrukwekkende dingen mee. “We waren ook verantwoordelijk voor de Gaza-airdrops met voedselleveringen. Dat zijn momenten waarop je echt beseft hoe belangrijk je werk kan zijn.”
Dat ze ooit bij Defensie terecht zou komen, stond voor haar al heel snel vast. “Ja, het is echt van kleins af aan gekomen,” zegt ze lachend. “We zijn thuis een echte luchtmacht familie. Mijn vader nam me vroeger overal mee naartoe; airshows, musea, noem het maar op. Daardoor wist ik al jong dat ik militair wilde worden.” Toch betekende die meisjesdroom niet dat ze nooit getwijfeld heeft. Zeker omdat defensie bekendstaat als een omgeving waarin veel mannen rondlopen. “Ja, daar heb ik echt wel over nagedacht,” vertelt Annick. “Je gaat je toch afvragen hoe het zal zijn als ik daar straks als vrouw binnenkom.”
In de praktijk viel het haar heel erg mee: “Het is echt één grote familie. Het lijkt soms alsof ik twintig grote broers en twintig vaders om me heen heb lopen. Iedereen staat voor elkaar klaar. Als je laat zien dat je het echt wil, dan hoor je er gewoon bij.” Ook op fysiek vlak voelde Annick zich nooit buitengesloten; “Je wordt gewoon behandeld als de rest. Zolang je maar laat zien dat je gemotiveerd bent en initiatief wil tonen, maakt het eigenlijk niet uit als iets fysiek een keer wat lastiger gaat.” Het gevoel van één grote familie zie je volgens Annick ook terugkomen in het veld. “Als een doos net iets te zwaar is, is er altijd wel iemand die je even wil helpen.”
Een onderwerp waar veel jonge vrouwen binnen de defensie nog steeds tegenaan lopen, is de combinatie van werk en een toekomstig gezin. Ook dat speelde wel door het hoofd van Annick, al speelde het voor haar geen doorslaggevende rol. “Ik dacht vooral: ik heb nu de kans om mijn droombaan te bereiken. De rest zie ik later wel, ik ben nog jong.” Wel vertelt ze dat er binnen de luchtmacht steeds meer rekening gehouden wordt met vrouwen die moeder willen worden. “Wat ik van vrouwelijke collega’s hoor, is dat zaken zoals verlof en ouderschapsregelingen goed geregeld zijn. Er wordt echt met je meegedacht.”
Ondanks deze positieve aspecten is er ook binnen de defensie nog ruimte om te groeien. Vooral de uitrusting was lange tijd volledig afgestemd op mannen. “Scherfvesten en helmen waren vroeger standaard mannenmodellen,” vertelt ze. “Vrouwen zijn ook gewoon anders gebouwd.” Het lijkt misschien een heel klein detail, maar het maakt volgens Annick echt een groot verschil. “De nieuwe vesten worden beter aangepast aan smallere schouders en de vrouwelijke vorm. Daardoor zitten ze comfortabeler en kan je beter je werk uitvoeren.” Ze noemt het een belangrijke ontwikkeling binnen de defensie. “Het laat zien dat er steeds meer aandacht komt voor vrouwen binnen de organisatie.”

