Het aantal jongeren dat problematisch mediagebruik vertoont, stijgt alarmerend. Zowel wetenschappelijk onderzoek als GGZ-instituten waarschuwen voor de gevolgen van overmatig schermgebruik, waaronder sociaal-emotionele problemen en afnemende leerprestaties.
Mark Tigchelaar, expert op het gebied van digitale verslaving, ziet de trend duidelijk. “Steeds meer jongeren spenderen dagelijks meerdere uren aan hun telefoon. Dat kan leiden tot concentratieproblemen, angstklachten en een afname van sociale interactie. Vroege signalering en interventie zijn cruciaal om deze ontwikkeling tegen te gaan,” vertelt Tigchelaar. Zijn adviezen richten zich op het instellen van duidelijke schermregels, het stimuleren van offline activiteiten en het ondersteunen van ouders in het begeleiden van hun kinderen.
Onderzoek van Anika van der Klis bevestigt dat mediagebruik bij jonge kinderen al verband houdt met sociaal-emotionele uitdagingen en taalontwikkeling. “Meer schermtijd lijkt ten koste te gaan van andere leerzame activiteiten zoals lezen en spelen. Kinderen die gemiddeld minder schermtijd hadden, werden vaker voorgelezen door hun ouders en ontwikkelden daardoor meer woordenschat,” zegt Van der Klis. Zij benadrukt dat het onderzoek correlaties laat zien en geen oorzaak-gevolgrelaties kan aantonen. “Kinderen met problemen kunnen ook juist vaker voor de televisie worden gezet.”
De combinatie van wetenschappelijke inzichten en GGZ-data laat zien dat de gevolgen van digitale verslaving breed zijn. Naast taal- en sociale ontwikkeling kan langdurig mediagebruik leiden tot slaapstoornissen, prikkelbaarheid en een afname van fysieke activiteit.
Tigchelaar geeft praktische tips: “Ouders kunnen schermtijd reguleren door vaste momenten in te stellen, samen schermloze activiteiten te ondernemen en kinderen te stimuleren om ook offline hun interesses te ontwikkelen. Preventie begint bij bewustwording en regelmatige controle van mediagebruik.”
De GGZ merkt een duidelijke stijging in meldingen van problematisch mediagedrag. Interventies variëren van ouderbegeleiding tot gerichte therapieën voor jongeren met ernstige verslavingsverschijnselen. Voor Van der Klis ligt de focus op preventie en het benadrukken van positieve alternatieven voor schermgebruik.
“Uiteindelijk leren kinderen vooral door interactie met anderen, en nauwelijks via passief televisiekijken of spel op tablets,” concludeert Van der Klis. Ouders spelen daarin een sleutelrol door een evenwichtige mix van digitale en offline activiteiten te stimuleren.
De boodschap is duidelijk: digitale verslaving is geen probleem van de toekomst, maar van nu. Tijdig ingrijpen kan de gevolgen voor sociaal-emotionele ontwikkeling en taalvaardigheid beperken.

