5 april 2026

Surrendy. T.: ‘Dat betekent niet dat ik de schutter ben’

‘Ik heb niks gedaan, ik zit hier voor niks.’ In de rechtszaal in Den Haag spreekt Surrendy T. de 23-jarige man uit Curaçao zich uit over de schietpartij in Rotterdam uit 2021 waarbij hij betrokken was. Hij wordt verdacht van het doodschieten van een 20-jarige Rotterdammer. ‘Ik heb niemand van zijn leven beroofd.’ 

De schietpartij van 11 oktober 2021 in de Rotterdamse wijk Bloemenhof, een wijk die Na een overval bij een pinautomaat ontstond een achtervolging tussen twee auto’s. Tijdens die rit werd geschoten in de schiltmanstraat. Ellis werd dodelijk geraakt en overleed later in het ziekenhuis. In eerste aanleg volgde vrijspraak voor betrokkenheid bij de schietpartij. Nu beoordeelt het hof de zaak opnieuw.

De officier van justitie stelt dat het bewijs in samenhang bezien overtuigend is. Meerdere getuigen zagen een man in donkere kleding met capuchon, rennend met een gestrekte arm waarin een pistool werd vastgehouden. De verdediging wijst op verschillen in details, zoals de precieze kleur van de kleding, en betoogt dat die onzekerheid niet mag worden genegeerd.

Volgens de officier van justitie spelen de telefoongegevens een belangrijke rol. Rond het tijdstip van het incident voerde de verdachte korte telefoongesprekken, die door lokale zendmasten werden opgepikt. Een getuige zag dat een rennende man op dezelfde locatie bellen in een andere taal. Volgens de officier van justitie past dit “naadloos in de tijdlijn” en kijkt vervolgens de verdachte aan: ‘Er is maar een conclusie en dat is dat daar de schutter zit.’ 

De verdachte zou een gevangenisbewaker verteld hebben op de plaats delict aanwezig te zijn geweest. Wanneer de rechter vraagt of hij zich het gesprek nog kan herinneren, antwoordt hij: “Nee, dat was vijf jaar geleden, mevrouw.” Even later zegt hij dat het een gesprek was “gedetineerden onder elkaar”, een moment van vertrouwen. De rechter benadrukt dat hij toen zou hebben gezegd aanwezig te zijn geweest. Surrendy reageert: “Dat betekent niet dat ik de schutter ben.”

Wanneer de verdachte zelf spreekt, zegt hij: “Ik heb niks gedaan.” Even later volgt: “Ik heb niemand van zijn leven beroofd.” De rechter moedigt hem aan om vragen te beantwoorden: “Het is uw strafzaak. Als u verklaart, kunt u duidelijk maken dat u het niet bent.” Toch beroept de verdachte zich grotendeels op zijn zwijgrecht. Zijn advocaat fluistert hem toe: “Zeg niks, ze hebben niks op je.”

Een emotioneel moment volgt wanneer de verklaring van de moeder van het slachtoffer wordt voorgelezen “Na de vrijspraak stortte alles in,” zegt de advocaat namens de moeder. Ze beschrijft hoe “de vrolijkheid die mijn zoon was, uit ons huis is verdwenen.” 

De officier van justitie noemt de houding van de verdachte “kil” en eist 24 jaar gevangenisstraf. ‘Door te zwijgen, blijkt dat de verdachte zijn verantwoordelijkheid wil ontlopen. Terwijl het nota bene om een dood gaat.’ spreekt de officier van justitie uit tegenover de verdachte. In zijn laatste woord zegt de verdachte: “Ik ben onschuldig.” 

Related Post

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *