Hoewel de vraag naar leraren groot is, blijkt baankans niet altijd de belangrijkste reden voor studenten om een studie te kiezen. Dat blijkt uit ervaringen van studenten en docenten op hogeschool Windesheim.
Sanne Lanting, student aan de pabo, maakt zich weinig zorgen over haar toekomst. “Ik verwacht dat het niet erg lastig gaat zijn om een baan te vinden,” zegt ze. “In mijn omgeving hoor ik dat er veel docenten Engels nodig zijn, dus de baankansen zijn hoog.” Toch was dat niet haar enige motivatie om voor de opleiding te kiezen.
Volgens docent Leon van der Veen speelt baankans vaker een bijrol dan gedacht. “Weinig studenten komen hier naar de pabo voor de baankans,” legt hij uit. “Ze stappen vaak over van een andere studie omdat die niet bij hen paste. Wat ze zelf willen, is meestal belangrijker.”
Dat is opvallend, omdat Windesheim veel studenten uit het noorden trekt, waar juist minder werkgelegenheid is in het basisonderwijs. “Je ziet dus dat studenten niet altijd strategisch kiezen op basis van de arbeidsmarkt,” aldus Van der Veen.
Toch merkt Lanting dat de kansen verschillen per regio. “Ik hoor wisselende verhalen,” vertelt ze. “Sommige medestudenten werken al naast hun studie omdat er zoveel vraag is, maar anderen, vooral in het noorden, kunnen geen fulltime baan vinden.”
De opleiding zelf helpt volgens haar wel bij de voorbereiding op het werkveld. “Ik loop al vanaf het eerste jaar stage, dus ik heb veel praktijkervaring,” zegt ze. Tegelijkertijd ziet ze ruimte voor verbetering. “Soms sluiten opdrachten niet helemaal aan op wat je in de praktijk doet.”
Ondanks die kanttekeningen maakt Lanting zich geen zorgen over werkloosheid. “Mocht het toch niet lukken, dan zijn er gelukkig meer mogelijkheden,” zegt ze.
Om de aansluiting tussen studie en werk verder te verbeteren, ziet ze kansen in meer contact met werkgevers. “Het zou helpen als er vaker banen worden aangeboden na een stage, of als er een soort beurs is waar studenten en werkgevers elkaar kunnen ontmoeten.”
De verhalen laten zien dat baankansen zeker een rol spelen, maar zelden doorslaggevend zijn. Studenten kiezen vooral een studie die bij hen past, zelfs als de arbeidsmarkt minder zeker is. Zoals Van der Veen het samenvat: “De meeste studenten kijken eerst naar wat ze echt willen, en pas daarna naar hun kansen op een baan.”

