Iraanse jongeren stonden aan de basis van de protesten in het land. Zij zijn het oneens met de huidige situatie in Iran en uiten hun onvrede over de politieke en economische omstandigheden. Sinds 28 december vinden er in verschillende steden protesten plaats. De protesten ontstonden in de bazaar, een traditionele markt. Iraanse studenten uit de hoofdstad sloten zich bij deze groep aan, waarna de protesten zich over het hele land hebben verspreid.
Rol van de Jongeren
De jongeren in Iran zijn niet anders gewend dan het huidige regime vertelt Paul Aarts, Midden-Oostenexpert. “Veel jongeren hebben de revolutie van 1977 in Iran niet meegemaakt en zien alleen dat hun situatie belabberder werd. De politieke vrijheden zijn afgenomen, het enige dat veranderd is voor hen is dat vrouwen geen hoofddoeken meer hoeven te dragen”. Zij zijn dus niet anders gewend, maar staan toch aan de basis van de protesten. “De jongeren zien heel weinig perspectief om zich verder te ontwikkelen, je ziet ook een enorme braindrain naar buiten toe. Ook zijn jongeren snel betrokken bij demonstraties in het algemeen.”
Aanleiding van de protesten
De protesten ontstonden na economische problemen en groeiden uit tot hevige demonstraties tegen het regime. “In tegenstelling tot eerdere protesten gaan de demonstraties nu niet uitsluitend over economische of culturele thema’s. Het begon met het kelderen van de waarde van de Iraanse munt. Na verloop van tijd werd het Iraanse regime hiervoor verantwoordelijk gehouden door de demonstranten,” vertelt Aarts.
De aanleiding wordt bovendien versterkt door de Verenigde Staten. “Sancties vanuit de VS hebben ervoor gezorgd dat de economie verder is verslechterd. Het gaat om een combinatie van economisch falen van de overheid en Amerikaanse sancties, waardoor levensmiddelen aanzienlijk duurder zijn geworden.”
Schending van mensenrechten
Wat de Iraanse overheid momenteel doet, is in strijd met het internationaal recht. De stappen die de overheid zet tegen de demonstranten zijn alles behalve legitiem, vertelt Elke Kuijper, persvoorlichter van Amnesty International. “Ordehandhavers mogen volgens internationale regels slechts dodelijk geweld inzetten als zij met de dood worden bedreigd. Dat is in Iran niet zo: de meeste mensen in Iran demonstreren vreedzaam en zijn ongewapend. In dat geval mag je niet zomaar mensen doden”.
Aarts bevestigt dit beeld, “98% is geweldloos protest. Het geweld van de demonstranten is echt minimaal t.o.v. van het geweld van de overheid. Een overheid die geweld gebruikt tegen geweldloze opstandige burgers dat heeft geen enkele vorm van legitimiteit”
Rol van Nederland
Wat kan de Nederlandse overheid doen in deze situatie? Kort gezegd: niet veel, vertelt Aarts: “Nederland kan zijn zorg uitspreken en de ambassadeur op het matje roepen. Ze kunnen communicatiemiddelen sturen en financiële bijdrage leveren om te proberen een sterke oppositie te organiseren. De oppositie is er groot, maar ook heel verdeeld. Het leger inzetten zou het domste zijn wat Nederland kan doen”.

