Voor de laatste keer mogen Nederlanders legaal vuurwerk afsteken. Maar wat betekent dat voor de veiligheid van burgers en hulpverleners? Terwijl ziekenhuizen zich voorbereiden op mogelijke verwondingen, de politie de straat in de gaten houdt en belangenvereniging HVLV waarschuwt voor risico’s van een totaalverbod, laten ervaringen van hulpverleners en handhavers zien hoe complex het vuurwerkprobleem is.

In het Deventer Ziekenhuis begint radiologisch laborant Eline Lubberink op 31 december haar dienst al om elf uur ’s avonds. De spanning is voelbaar. Extra personeel staat klaar, een ervaren SEH-arts is aanwezig en ambulances worden nauwlettend gevolgd. “Je bent vol adrenaline,” vertelt ze. “Je weet niet of er iemand binnenkomt met een brandwond of met vingers die eraf liggen” . De verwachting is hoog, zeker omdat dit een van de laatste jaarwisselingen is waarin consumentenvuurwerk nog legaal is.

Aan de andere kant van de stad begint jeugdagent Nick aan zijn nachtdienst. Op straat is de sfeer onstuimig. “Je ziet direct jeugdgroepen die vuurwerk afsteken en zich weinig aantrekken van de regels,” zegt hij. Voor Nick is oud en nieuw geen feest, maar een nacht waarin hij voortdurend risico’s moet inschatten: voor burgers, collega’s én zichzelf.

Het vuurwerkdebat roept ieder jaar opnieuw veel discussie op. Voorstanders van een verbod wijzen op letsel, overlast en de druk op hulpdiensten, terwijl tegenstanders benadrukken dat vuurwerk onderdeel is van een traditie en dat problemen vooral samenhangen met illegaal gebruik. Inmiddels is het besluit genomen: de jaarwisseling van 2025 was de laatste zonder een landelijk vuurwerkverbod.

Die naderende verandering lijkt invloed te hebben gehad op het koopgedrag van consumenten. Tijdens deze jaarwisseling werd voor een recordbedrag aan vuurwerk aangeschaft. Volgens belangenvereniging Pyrotechniek Nederland gaven consumenten gezamenlijk ongeveer 129 miljoen euro uit aan vuurwerk. Dat hoge aantal bleef niet zonder gevolgen: 1.239 mensen raakten gewond, een toename van zeven procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Rond één uur ’s nachts komt het eerste vuurwerkslachtoffer binnen bij Eline. Iemand met handletsel, veroorzaakt doordat vuurwerk in de hand is ontploft. “Je weet nooit hoe ernstig het is,” zegt ze. “Is het een brandwond of zijn er echt vingers kwijt?” Het blijkt mee te vallen. Later die nacht volgt nog een tweede patiënt met vergelijkbaar letsel. Grote trauma’s blijven uit.

Dat is opvallend, want in andere steden loopt de spoedeisende hulp wél vol. In ziekenhuizen in onder meer Zwolle en Nijmegen melden zich tientallen vuurwerkslachtoffers. “Je ziet dat het heel lokaal kan verschillen,” zegt Eline. “Bij ons was het relatief rustig.”

Op straat is dat gevoel absoluut niet aanwezig. Nick krijgt te maken met vuurwerkoverlast en jeugdgroepen die de grenzen opzoeken. Bij een melding probeert hij de situatie te de-escaleren, maar dat loopt anders. “We werden bekogeld met vuurwerk,” vertelt hij. “Je komt om mensen te helpen, omdat een melding terecht is, en dan keert het zich tegen je.” Veiligheid gaat dan voor alles. In sommige gevallen besluit de politie bewust niet in te grijpen, omdat de situatie te gevaarlijk is.

Volgens Nick speelt vuurwerk een grote rol in groepsgedrag onder jongeren. “Het is stoer gedrag, groepsdruk,” zegt hij. “Als iemand zegt: ‘Moet je kijken wat ik heb’, dan wil de rest dat ook.” Hij ziet dat jongeren steeds jonger lijken te worden. “Je ziet soms jongens van twaalf, dertien jaar met zwaar vuurwerk.”

Of jongeren zich bewust zijn van de risico’s, betwijfelt hij. “Ze weten wel wat er kan gebeuren als het in hun hand ontploft,” zegt hij. “Maar ik vraag me af of ze weten wat het strafrechtelijk betekent, of hoe gevaarlijk het is om grote hoeveelheden illegaal vuurwerk in huis te hebben.”

Die zorgen deelt Jeffrey Peters, woordvoerder van Stichting HVLV (Het vuurwerk liefhebber verbond) en werkzaam in de handhaving. Volgens hem wordt in het vuurwerkdebat te weinig onderscheid gemaakt tussen legaal en illegaal vuurwerk. “De zwaarste verwondingen, zoals amputaties en dodelijke ongelukken, komen niet voort uit legaal vuurwerk,” stelt hij. “Daar is het simpelweg niet krachtig genoeg voor.”

Jeffrey wijst erop dat de illegale vuurwerkmarkt de afgelopen jaren sterk is gegroeid. “Sinds corona is die markt het hele jaar door actief.” Hij vreest dat een volledig verbod op legaal vuurwerk het probleem deels verplaatst. “Het totale volume vuurwerk zal waarschijnlijk afnemen, maar het aandeel zwaar illegaal vuurwerk kan juist toenemen.”

Nick ziet dat terug in zijn werk. Als jeugdagent preventief te werken. In de aanloop naar oud en nieuw roept hij via social media op om het gezellig te houden. Of dat effect heeft, is lastig te zeggen. “Preventie is moeilijk zichtbaar,” zegt hij. “Je weet pas dat het werkt als iets níét gebeurt.”

Toch gelooft hij in voorlichting. “Strengere regels alleen lossen het probleem niet op,” zegt hij. “Groepsdruk blijft het lastigste.” Jongeren moeten mentaal sterk zijn om nee te zeggen, en dat is op jonge leeftijd niet vanzelfsprekend.

Jeffrey benadrukt dat vuurwerk diep verankerd is in de Nederlandse traditie. “Het emotioneert mensen en maakt deel uit van onze culturele identiteit. Verbieden is makkelijk, maar het lost de problemen volgens hem niet op. Hij pleit voor meer focus op de illegale markt en voorlichting in plaats van een totaalverbod.

In het ziekenhuis kijkt Eline met gemengde gevoelens naar het aankomende vuurwerkverbod. Ze is er persoonlijk voorstander van, omdat ze de gevolgen van ongelukken ziet. Tegelijkertijd vreest ze dat mensen illegaal vuurwerk gaan halen. “Dat is vaak veel krachtiger,” zegt ze. “Ik ben bang dat de letsels dan juist ernstiger worden.”

Jeffrey deelt die zorg, terwijl Nick verwacht dat het verbod een meerjarenproces zal zijn. “We moeten ons niet voorhouden dat volgend jaar ineens al het vuurwerk weg is,” zegt hij. “Dat is een utopie.” Hij stelt wel dat minder beschikbaarheid, minder incidenten betekent en het maakt handhaving en bescherming van hulpverleners haalbaarder.

De laatste jaarwisseling met legaal vuurwerk laat zien hoe verschillen in risico, gedrag en handhaving samenkomen, terwijl ziekenhuizen, politie en belangenorganisaties zich voorbereiden op de komende overgangsperiode richting een vuurwerkvrije toekomst.