Is er toekomst voor lhbti+-ers in Hongarije? “Al jaren een zondebok”

Hannah de Vries

BOEDAPEST- In een onopvallende bar aan de Donau schalt een harde stem over het rumoer van tientallen mensen heen.  Op de houten vloer van de loft klinkt het getik van onmogelijke hoge, roze pumps. “Wel-come my darlings! Wie is er klaar voor bingo met jullie favoriete dragqueen?” Een gejoel en luid applaus schalt door Gaby’s – een bekende gaybar in de hoofdstad van Hongarije. 

Het is vaste prik voor Valerie Divine, elke woensdag host de winnares van Drag Queen Hungary 2020 “drag bingo” voor een gemêleerd publiek. Een grote groep jongeren, stuk voor stuk gehuld in het zwart zit voor in de zaal met cocktails in de hand, naast hen zit een echtpaar van een jaar of zeventig. “Ik denk dat veel mensen de verkeerde indruk van Hongarije hebben. Alleen omdat de overheid de lhbti+ gemeenschap niet support, betekent dat niet dat de inwoners dat ook niet doen.”

Valerie Divine tijdens een optreden. Foto: Valerie Divine

“Tizenhármas számú! Number thirteen!” schalt de stem van Divine door de bar heen. Iedereen kijkt gehaast naar hun bingokaart, het tempo ligt hoog. Terwijl Divine boven het publiek uittorent, haar lengte van ruim 1,95m gebalanceerd op hoge hakken, is er niets voelbaar van het tumult waar het land zich momenteel in bevindt. Gehuld in een hoog uitgesneden roze bodysuit, volledig bedekt met glitters en diamanten roept Divine theatraal de nummers op de bingokaart uit. Eerst in het Hongaars, daarna in het Engels. Het publiek in de bar hangt aan haar lippen. Een wolvenpoot staat in regenboogkleuren op de muren afgebeeld met daaronder de naam “Gaby’s”. Vanuit de loft in de bar kijk je uit op het water met daarin Margit-sziget, Margit eiland, een van de twee eilanden gelegen in de rivier de Donau die door de hoofdstad heen stroomt. ’s Avonds is het rustig op de promenade voor de bar vergeleken met de binnenstad, slechts tientallen mensen lopen in zomerjassen over de beige straatstenen. Achter hen zijn de bomen nog kaal.

De kade bij de Donau


Spanning
Ondanks het heerlijke lenteweer in maart wordt de pret gedrukt door een overheersende spanning in de bar. Het gevoel van urgentie en onrust is als een sluier over Boedapest gaan liggen en vertikt het al weken om te vertrekken. Dat is niet zo gek: volgende maand is er na zestien jaar kans op een regimeverandering . De regerende partij, Fidesz van minister president Orbán gaat de strijd aan met oppositiepartij Tisza, onder leiding van Péter Magyar.

Hongarije kwam vorig jaar nog in het nieuws als ‘grootste daler op de Europese lijst voor lhbti+-rechten’. Onder het beleid van de lang zittende minister president Orbán zet het land al jaren stappen waarin de rechten van lhbti+-personen worden ingeperkt. ‘Moeder is een vrouw en vader is een man’, staat er geschreven in de Hongaarse grondwet. Dit komt voort uit een aangenomen wetsvoorstel uit 2021 die stelt dat ‘promotie’ van homoseksualiteit aan jongeren is verboden. Het gevolg is dat boeken, films, reclames en andere vormen van media niet zomaar meer mogen worden vertoond. Voor tien uur ’s avonds zul je geen enkele representatie van de lhbti+-gemeenschap op tv zien. Pas daarna, wanneer kinderen voor het merendeel op bed liggen, mag dit worden uitgezonden. Sinds 2025 is dit doorgezet naar een verbod op publieke samenkomsten, waaronder Pride. Dit valt volgens het Hongaarse parlement onder dezelfde ‘promotie’ van homoseksualiteit aan jongeren.  


Met name voor deze jongeren hangt er veel van af deze verkiezingen. Een groepje van hen staat in de pauze van de dragbingo voor Gaby’s te roken. De rook stijgt van hun sigaretten op naar een heldere hemel, achter hen weerkaatst het licht van de ornamentele panden op het water van de Donau. Ze vertellen dat zij het land willen verlaten als Fidesz, de partij van Orbán, wordt herkozen. Ze zijn niet de enigen: een op de drie jongvolwassenen overweegt naar het buitenland te vertrekken. 


Afgebroken democratie
De conservatieve koers en het daarmee inperken van lhbti+-rechten is niet de enige reden dat mensen weg willen, zegt David Bedő. Hij is parlementslid van een liberale oppositiepartij, Momentum. Op een vlot tempo komt hij café Müvház binnengelopen, jas in de hand. Door het hoge plafond echoën de stemmen van het tiental bezoekers door de ruimte heen. Bij het merendeel van hen staat er een laptop naast een haver cappuccino of een iced matcha latte op tafel. “Ik kom hier vaak, it’s nice,” vertelt hij terwijl hij een groene huisgemaakte limonade bestelt. Er drijven blaadjes munt in.  “De afgelopen zestien jaar dat Orbán aan de macht is geweest zijn, nou ja, hectisch geweest. En dan druk ik het nog zacht uit. Vanaf het eerste moment dat ze de verkiezingen in 2010 hadden gewonnen zijn ze gelijk begonnen met het overnemen en controleren van democratische instituten. Ze hebben de grondwet maar liefst vijftien keer aangepast in zestien jaar tijd. Net als het kiesrecht, trouwens.” Bedő’s gezichtsuitdrukking blijft emotieloos terwijl hij dit zegt, het verbaast hem niet meer. “Viktor Orbán is de poster child voor het illiberalisme, een democratie zonder liberalisme. Maar dan zonder de democratie, want dat kan je Hongarije niet meer noemen.”

Onderzoeken beamen het systematisch afbreken van de Hongaarse democratie. Zo stelde het Europees Parlement in april 2025 vast dat “de situatie in Hongarije verslechtert en de rechtstaat continu wordt bedreigd.” In 2022 werd het land al bestempeld als een “electorale autocratie”, ofwel een land waar wel verkiezingen zijn, maar waar deze oneerlijk verlopen. 

David Bedő voor café Müvház

Bedő zet zich namens het liberale Momentum al jaren in voor verandering in het land. Met name door misinformatie proberen tegen te gaan, en door op te komen voor de groepen die door Orbán als ‘scapegoat’, zondebok, gebruikt worden. Bedő vertelt dat deze techniek er voor zorgt dat de schuld van alle problemen die het land kent bij minderheidsgroepen worden neergelegd. “De lhbti+-gemeenschap is al jaren slachtoffer van Fidesz’ zondebok politiek. Ze gebruiken deze minderheidsgroepen als een campagnetool, om de woede van de Hongaren op hen te richten en zo de verkiezingen te kunnen winnen.”

Vorig jaar stak Momentum nog rookbommen af in het parlement uit protest tegen het verbieden van Pride evenementen in het land. Bedő was één van de twee parlementariërs van de partij die de rookbommen afstaken, en hij staat hier nog altijd voor terecht. Maar het proces duurt lang en zijn kans op een eerlijk proces wordt ondermijnd, zegt Bedő. 

Momentum steekt rookbommen af in het parlement. Foto: David Bedő

Boedapest als bubbel

Tussen de bingo door grapt Divine in vlot Hongaars, en zowel publiek als politicus zijn slachtoffer van haar scherpe opmerkingen en rake grappen. Ook Orbán blijft niet ongedeerd. Ze kijkt erg vies terwijl de naam van de minister president over haar tong rolt, en wuift geanimeerd met haar handen, die tevens ook bedekt zijn door roze glitterhandschoenen. Ze kijkt even kort naar haar internationale publiek en vat haar grap samen: “We mogen hem niet, you know darlings.”

Niets in Boedapest verraad de vijandige positie van het Orbán-regime tegenover de lhbti+-gemeenschap. Trots wapperen er pride vlaggen in etalages, clubs en in de raamkozijnen van woningen. Toch reflecteren de mensen die voorbij lopen de verschillen en verdeeldheid in het land. Een oudere dame met een groen-wit-rood Fidesz speldje passeert twee jonge vrouwen die hand in hand lopen. Bouwvakkers in stoffig overal, koffie in de hand, lopen langs een dame in een beige mantelpak op hakken. Meningen net zo gevarieerd als de personen die ze vormen. Het toneel waarop dit zich afspeelt is vergelijkbaar: In Boedapest staan vervallen gevels met afgebladderde verf lijnrecht tegenover monumentale panden met schone beige stenen, gevulde bloembakken en glanzende ramen.

 “Boedapest is veel liberaler dan de rest van het land, het is niet representatief,” vertelt Arnout le Clercq aan de telefoon. Hij is correspondent Midden- en Oost-Europa van de Volkskrant en in de aanloop naar de verkiezingen in april is hij regelmatig aanwezig in Hongarije. Le Clerq vertelt dat de lhbti+-gemeenschap al voor langere tijd een veelbesproken onderwerp is, zowel in de nationale en internationale media. “Aan de ene kant worden ze politiek aangevallen en is daar een activistische tegenreactie op, maar aan de andere kant heerst er bij sommige mensen ook een zekere desinteresse of vermoeidheid rond het onderwerp. Mensen die het activisme niet meer kunnen opbrengen en zich erbij hebben neergelegd.” In de gaybars van Boedapest is dit contrast voelbaar.


Stemmen op hoop
Divine is optimistisch over de toekomst. “Ik denk dat mensen stereotypen over Hongarije te veel geloven. Maar wat mij ook opvalt is dat de overheid de buitenwereld graag hun eigen agenda en propaganda voorschotelt. Dat beeld is anders dan de werkelijkheid, anders dan wat de Hongaren echt denken.” Dat de overheid zich graag op de kaart zet als conservatief, wisten we al. Maar binnen Hongarije wordt de tegenbeweging steeds groter. Oppositiepartij Tisza staat al maanden vooraan in de peilingen, momenteel met 47%. 

De dragqueen praat geanimeerd over de toekomst van haar land, met kracht en zelfvertrouwen. Dat Tisza zich niet actief inzet voor de LHBTI+ gemeenschap ziet zij niet als probleem. “Ik zeg niet dat het bovenaan op zijn agenda staat, maar ik twijfel er niet aan dat hij de situatie van lhtbi+-personen zal verbeteren als Tisza wint. Soms hoor je dit tussen de regels door wel in zijn speeches. Ik ben erg hoopvol.”

In 2018 heeft Fidesz een aanpassing in de grondwet gemaakt waardoor een partij pas met een twee-derde meerderheid van alle stemmen de verkiezingen kan winnen. Dit maakt een regimeverandering erg moeilijk. Daarom heeft Momentum een opmerkelijke politieke afweging gemaakt: Ze hebben zich uit de verkiezingen teruggetrokken om Tisza een kans te geven. Zeven oppositiepartijen volgden hun voorbeeld. Bedő vertelt dat dit een poging is om de krachten te bundelen. “Tisza representeert hoop. Ik gok dat ongeveer de helft van de stemmers die nu op Tisza stemmen, dat in een normale politieke situatie niet hadden gedaan. Maar mensen stemmen voor verandering.”

Weg

De spanningen voor wat de verkiezingen gaan brengen volgende maand, blijven toenemen. Veel mensen zijn bang voor de reactie van Orbán, wat de uitslag ook gaat zijn. Als hij wint en zijn termijn met vier jaar wordt verlengd zal hij er wellicht alles aan zal doen deze macht te behouden. Bedő zucht, zijn limonade is op. “Ik kan me moeilijk voorstellen dat Orbán gewoon zijn positie overdraagt. Hij zal niet zomaar zeggen: ‘Oké, alsjeblieft, Péter Magyar. Succes ermee!’ In dat opzicht ben ik pessimistisch, autocraten geven niet zomaar de macht over. Maar ik ben ook optimistisch omdat het merendeel van het land verandering wil.” Hij is even stil. “Maar als Orbán wint, ga ik wellicht weg uit Hongarije.”


Terwijl de jaren 2000 popmuziek in de loft van Gaby’s doorspeelt staat een deel van het publiek weer buiten. Hun laatste rookpauze voor de grote finale. Wederom in gesprek vertellen ze wáárom ze weg willen: Ze zijn moe. Moe van de huidige overheid, moe van het beleid, en bovenal moe door er elke dag weer mee om te moeten gaan. Hoewel je je als lhbti+-er grotendeels vrij kan uiten in Boedapest, is dat simpelweg niet het geval in het hele land. “Evenementen als dit zijn heel erg leuk, dan merk je het niet,” vertelt een jonge vrouw. Ze staat zonder jas buiten, maar heeft haar armen om zich heen geslagen. Ze zucht. “Maar de situatie in ons land is gewoon niet best. Nederland is een gaaf land, daar zou ik graag heen willen. Is Amsterdam leuk?”

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.