Vertrekken naar Benidorm voor de kerk: ‘Zonder de gemeente zou ik hier niet heen gaan’
Jaarlijks trekken tienduizenden pensionado’s naar Spanje om te schuilen tegen de barre winter in Nederland. Driehonderd daarvan zijn lid van de Nederlandse interkerkelijke gemeente in Benidorm. 18 denominaties komen samen onder één dak, en dat zonder ruzie. ‘Ik zou niet eens weten uit welke stroming mijn broers en zussen komen.’
Een kilometer verderop kabbelen azuurblauwe golven uit de middellandse zee tegen de rotsen van het strand in het Spaanse Benidorm. Toch hoor je hier in El Ancla (Het Anker) alleen maar Nederlandse stemmen. En dat is niet zo vreemd. Want al jaren huist er een Nederlandse interkerkelijke gemeente in deze feeststad. Maar liefst achttien verschillende kerkstromingen vieren tweeduizend kilometer van Nederland samen diensten. Van baptisten tot gereformeerden: hoe kan dat goed gaan in één kerk?
“We zijn een digitale, transnationale en hybride kerk”, vertelt kerkenraadvoorzitter Jan Sytze van Wijnen trots en glimlachend. Samen met zijn vrouw Annemieke is hij op bezoek in de pastorie bij dominee Jozias de Koeijer, die op zijn beurt vergezeld wordt door zijn echtgenoot Paulien. De pastorie – een eenvoudig appartement op de eerste verdieping van een vierhoge flat – was de afgelopen drie maanden de uitvalbasis van het predikantsechtpaar. Na dit weekend keren Jozias en Paulien terug naar Nederland.

Wissel van de wacht
Het Anker kent namelijk geen vaste dominee. Elke voorganger staat een periode van ongeveer drie maanden op de kansel in Benidorm en vertrekt vervolgens weer naar Nederland. Zo neemt dominee Jan Hoek samen met zijn vrouw Alie het stokje over na Jozias’ laatste kerkdienst. Annemieke is al vijftien jaar lid van de kerk en vindt de wisseling van de wacht absoluut geen probleem: “Het is uitstekend. Elke voorganger geeft nieuwe inzichten en daardoor eindig je niet in een sleur van preken die op elkaar lijken. Eerlijk is eerlijk: soms heb je het gevoel dat het voor de continuïteit beter is als een dominee langer blijft, maar toch zou ik het niet anders willen.”

Annemieke in de pastorie
Sodom en Gomorra
Een verklaring waarom het in Benidorm met verschillende denominaties goed gaat, heeft dominee De Koeijer niet zo snel. Sterker nog, hij noemt het een wonder dat gemeenteleden naar de kerk trekken. “Benidorm is net zoals Sodom en Gomorra. Dat was mijn beeld voordat ik hier kwam, en dat is na mijn termijn volstrekt bevestigd.” De stad staat voornamelijk bekend als uitgaansoord voor Britten, Ieren en Nederlanders. “Welke idioot zoekt dan in deze omgeving en seculiere tijd een kerk én zet zich daar vervolgens ook nog eens voor in? Mensen komen de kerk binnenwandelen en voelen zich direct verbonden door het horen van hun moedertaal. De theologische leer die achter zo’n kerk zit is dan niet zo belangrijk.”
“Maar”, voegt hij toe, “Wat in deze kerk heel goed gaat, is dat gemeenteleden het gesprek met elkáár aangaan in plaats van tegen elkaar. Dat mocht ik hier ook wel leren: speel op de bal, niet op de man.”
Van strand naar kerk
Vanaf het Benidormse strand is het een kleine vijfentwintig minuten lopen tot de voordeur van de kerk. Naast een grote Canarische Dadelpalmboom wapperen de Spaanse en Nederlandse vlag in een zachte zeebries op deze zonovergoten zondagmorgen. De eerste gemeenteleden begroeten elkaar vriendelijk en de plastic stoelen en tafels staan buiten gedekt voor de koffie na de dienst. Bij binnenkomst wordt één ding duidelijk: men kent hier elkaar goed. Leden knuffelen elkaar, geven drie zoenen en maken een praatje.

De kerk viert haar diensten in een omgebouwd architectenbureau. “De generatie voor ons heeft met bloed, zweet en tranen geld ingezameld om het gebouw in één keer af te betalen. Daardoor kunnen we hier nu zonder zorgen elke zondag kerken”, vertelt Jan Sytze. Vanuit de koffiezaal betreden de gemeenteleden met een trap – of lift als de gezondheid dat eist – de zaal voor de dienst. Elke stoel is belegd met een blauw kussentje. In de hoek van de kerk speelt de organist op een elektrisch orgel een aantal bekende melodieën en ook hier in de zaal knuffelen de gemeenteleden elkaar bij het weerzien. Vanuit de ramen zie je een strakblauwe lucht en doemen in de verte de Spaanse bergen op.
De taal verbindt
Voorin de kerk zit aan het gangpad een vrouw in haar rolstoel, Irene heet ze. Ze draagt een gele blazer en tuurt vrolijk de kerk in. Jaren geleden trok ze met haar man richting Benidorm. “Hij had astma en was altijd ziek in Nederland”, legt ze uit. “Toen we in Spanje waren, hield dat meteen op.” Inmiddels, jaren later, is het niet haar man die zorg nodig heeft, maar zijzelf. “Ik kreeg een beroerte, en dus zijn de rollen zijn nu omgedraaid”, vertelt ze met een glimlach.

Gemeentelid Irene
“We wonen nu permanent in Spanje, en de kerk is een wezenlijk onderdeel van ons leven hier. In Nederland ruziën de dominees, en daarmee de kerken met elkaar. Groepen worden zo uit elkaar getrokken, maar we geloven toch allemaal in hetzelfde? Als we daar nou op blijven focussen”, pleit Irene. Waarom de mensen naar Het Anker komen? “Uiteindelijk verbindt de taal, mensen zijn lang van huis en vinden in deze kerk herkenning en verbinding. Er is geen andere Nederlandstalige kerk in de buurt, dus je moet het met elkaar doen. Máár”, voegt Irene met klem toe. “Ik vind wel dat de mensen hier een basis van de Spaanse taal moeten leren. In Nederland menen ze dat elke buitenlander de taal moet beheersen, maar als ze hier zijn doen ze dat zelf niet. Daarom bied ik vanuit mijn gevolgde opleiding Spaans, lessen aan.”
Volledig Nederlands
Irene kletst verder met haar buurvrouw en tegelijkertijd lopen de dominee en de ouderling van de dienst richting het podium. “Zijn er ook mensen voor het eerst vandaag”, vraagt de ouderling bij de mededelingen. Er gaan een aantal vingers de lucht in. Als je aan het begin van de dienst je ogen sluit, en die pas weer opent bij de zegen, zul je niet hebben gemerkt dat je eigenlijk in Spanje bent. Van het votum tot de zegen, alles is Nederlands gesproken en ook de liederen zijn van Hollandse bodem. Deze morgen zingt de gemeente ‘Lichtstad met uw paarlen poorten’, ‘Eens zal op de grote morgen’ én het ‘Ere zij God’.

Vol passie predikt De Koeijer voor de laatste keer in zijn Spaanse termijn: “Broers en zussen, kijk op uw horloge: over een minuut is het hier op aarde misschien wel afgelopen. Kies nú nog voor de Heere Jezus!” Na afloop van de dienst spreekt Annemieke hem een woord van afscheid toe en begeeft iedereen zich na het zegenen van het echtpaar richting de koffie. Onder die mensen is Leo Koppelaar. Een 65-jarige man die per jaar zo’n zes maanden in Moraira verblijft, een badplaatsje op veertig minuten rijden van de kerk. “Het is heerlijk in Spanje. Ik voel me een BN’er hier: een bevoorrechte Nederlander”, zegt hij. Oorspronkelijk vertrok Leo naar Zuid-Spanje vanwege de ziekte van Parkinson. Hier, in het warme weer, heeft hij minder last van stress en daarmee van zijn ziekte: “Het mooiste aan de kerk? Het samen eren en dienen van God. Maar weet je wat ik het állermooiste vind? Dat we hier met achttien verschillende denominaties samenkomen.”

In Nederland lijken we elkaar de tent uit te vechten in de kerk, kijk naar de scheuring van de CGK, overschrijdend gedrag in kerken of kritiek op mensen zoals Tom de Wal. Maar hier gaat het heel gemoedelijk, heb je daar een verklaring voor?
Leo: “Tja, wat in Nederland niet lukt, lijkt hier wel goed te gaan. Ik denk dat het ook te maken heeft met nestgeur: er is hier een ontzettend vertrouwelijke en warme sfeer. We zitten in hetzelfde schuitje: allemaal Nederlands maar ook woonachtig in Spanje. Daarnaast is er hier simpelweg geen andere Nederlandse kerk. Daarom focussen we ons op de overeenkomsten en niet op de verschillen. En dat gaat hartstikke goed.”

Leo in de kerk
Wat brengen die verschillende visies je?
Leo: “Ontzettend veel mooie gesprekken. Ik zie het evangelie als een diamant. Door in gesprek te gaan met broers en zussen die bijvoorbeeld hun handen omhoog doen tijdens liederen, ontdek ik steeds meer vlakjes van die diamant.”
De 82-jarige Ineke doet er bij de koffie nog een schepje bovenop de verscheidenheid die Leo ziet. “Ik zou niet eens weten welke geloofsstroming mijn broer of zus naast mij aanhangt”, vertelt ze. “Voor mij doet dat er helemaal niet toe. Soms hoor je weleens dat iemand het ergens niet mee eens is. Maar dat escaleert niet zomaar tot een ruzie.” Volgens Ineke leven mensen een rustiger leven dan in Nederland. “In Spanje zijn er minder verplichtingen en daarmee stress. Daardoor ontwikkel je een levensstijl waardoor je elkaar sneller en makkelijker accepteert. Dat strenge en strakke van Nederlandse kerk hoort al helemaal niet bij de Spaanse stijl – daardoor denk ik dat het in de kerk ook beter gaat.”

Ineke tijdens de koffie
Ongelovigen
De gemeente trekt niet alleen gelovigen aan, maar ook mensen die zich niet christelijk noemen. “Ik sprak laatst iemand die de dienst had bezocht”, vertelt dominee De Koeijer terwijl hij rechterop gaat zitten en er een grijns op zijn gezicht verschijnt. “’Man wat kan jij preken’, complimenteerde de man mij. ‘Ik kon niet in slaap vallen: zo mooi en boeiend. Ik bleef luisteren tot het einde. Maar’, zei hij er snel bij, ‘ik ben zo ongelovig als de pest. Ik geloof niets van wat je vertelt.’ Ik vind het zo bijzonder hoe open de mensen hier zijn, dat is echt anders dan in Nederland. Daarmee schep je een verbinding en kun je het hebben over de thema’s die ertoe doen.”

Veroordeeld
Tijdens de koffie loopt er een vrouw die zichzelf niet gelovig noemt, maar wel betrokken is bij de kerk. Ze is druk in de weer met het neerzetten van de stoelen en brengt de vaat richting de keuken. Uitweiden over haar geloof doet ze niet graag. “Maar de mensen hier zijn zó warm en gezellig, ik heb die sociale contacten echt nodig.” Wat ze dan vindt van de geestelijke preken die de dominees geven: “Ach ja, ik vind dat niet het belangrijkste hier. Je wordt hier tenminste niet veroordeeld als je het allemaal niet weet.”
Dutch Angels
Hoe word je een kerk waar zelfs niet-gelovigen graag heengaan? In de pastorie weet Annemieke het wel: “In Nederland ben je kerk op zondag, hier zijn we de hele week kerk. We hebben een wandelclub, een scooterclub – de Dutch Angels –, handwerkavonden, Bijbelstudies, sjoelmiddagen, gemeentevergaderingen, Spaanse les, vrouwochtenden en nog veel meer. Die gezelligheid verbindt én geeft de mogelijkheid om mensen naar de kerk te trekken.” Jan-Sytze voegt toe: “Tijdens het wandelen gaan er ook mensen uit de buurt mee, je zou het missionair wandelen kunnen noemen. De gesprekken over geloof en zingeving komen vanzelf als je een lange tijd met iemand op stap bent.”
Voor Annemieke en Jan Sytze is het duidelijk: “Zonder de kerk zouden we hier niet elk jaar heen gaan. We halen er ontzettend veel uit, en stoppen er daarom ook graag veel tijd en energie in.”

Rijkeluiclub?
Het klinkt bijna als het paradijs. Lekker weer, strand én een kerk waar ruzie niet lijkt te bestaan. Maar is het vertrekken naar Spanje niet weggelegd voor de rijken van Nederland? Terwijl Paulien nog een kop thee en een muffin uitdeelt, reageert Annemieke ferm. “Dat beeld klopt absoluut niet. Er zijn hier genoeg mensen die alleen van een pensioen leven. Er is een gemeentelid dat hier maandenlang vanuit een caravan leeft, dat is niet per se een luxeleventje hoor.”

Er zijn ook mensen die tijdens hun pensioen veel vrijwilligerswerk doen en zich inzetten voor anderen.
Annemieke: “Het beeld dat we hier ‘ons pensioen uitzitten’ klopt ook voor geen meter. Vrijwel de hele kerk draait op vrijwilligers. Er is jaarlijks een bazaar waar we geld inzamelen voor goede doelen. Daarvoor komen mensen speciaal uit Nederland om die hier te organiseren. Dat doen we met en voor de Spaanse buurt, zo blijven we ook verbonden met de mensen om de kerk heen. Vorig jaar haalden we dertienduizend euro op. Vrijwilligerswerk zat hier.”
Verbinding boven verschillen
Dus: hoe gaat het in Het Anker goed met al die verschillende mensen? Wie Het Anker binnenstapt, merkt snel dat deze gemeente niet draait om kerkstromingen, maar om de verbinding met de mensen. De gedeelde taal, het vele contact buiten de zondag én het besef dat iedereen hier ver van huis is, zorgen voor verbondenheid. Daardoor kunnen achttien denominaties hier probleemloos samen onder één dak kerken.

Genieten van het eind
Terwijl de laatste koffiekopjes richting de vaatwasser gaan vertelt Ineke dat ze zonder Het Anker niet in Spanje zou wonen. “Vijf jaar geleden overleed mijn man. De eerste gedachte was: dan ga ik maar weer terug naar Nederland. Maar omdat het de coronatijd was, kon dat niet zomaar. Ik bleef hier en woon er nog steeds. Tot op de dag van vandaag ben ik ontzettend dankbaar dat ik niet terug ben gegaan. De kerk is mijn thuis, en dat ga ik in Nederland nooit zo vinden. Mijn kinderen zoeken mij vaak op en ik geniet hier ontzettend van mijn laatste dagen.”

