Wenen: een woonparadijs?

Wenen, de progressieve socialistische hoofdstad in een doorgaans conservatief Oostenrijk. Je ziet het op veel manieren terug. Denk aan regenboogzebrapaden, antifascistische pamfletten en kunst op straat. Maar ook de teksten die op de gevels van vele flats en appartementen te vinden zijn vertellen een sociaal verhaal.

Om mij heen zie ik tientallen mensen met camera’s in de weer om foto’s te maken van de kleurrijke gevels, krullende regenpijpen, gemozaïekte hallen en piepkleine balkonnetjes. Het Hundertwasserhaus is een van de toeristische trekplijsters die Wenen te bieden heeft. Hoewel dit gebouw vanuit elke hoek indrukwekkend oogt, maken maar weinig bezoekers een foto van de oostkant van het gebouw, terwijl daar misschien wel het meest bijzondere gevelelement pronkt. Een tekst die is aangebracht door de gemeente Wenen: “Wohnausanlage der Gemeine Wien errichtet in den Jahren 1983-1985.” Dit huis is gebouwd in opdracht van de gemeente én de gemeente is nog altijd de eigenaar van de huurwoningen. Wie goed oplet, spot dit soort woningen door de hele stad.

Ook in het 10e bezirk (stadsdeel), staan gemeentewoningen, die worden afgewisseld met particulier verhuurde woningen. Hier woont ook Jeffrey Aarns, geboren in Nederland, maar al zeven jaar woonachtig in Oostenrijk. Ik ontmoet Jeffrey in het Helmut Zilk-park, waar hij, al in pak gestoken, “want ik moet vanmiddag nog naar m’n werk”, klaarstaat. Jeffrey werkt sinds het afronden van zijn opleiding in verschillende hotels in verschillende landen. “Op dit moment in een vijfsterrenhotel”, glundert hij. Hij woont nu ruim een jaar in dit stadsdeel en betaalt voor een woning van zeventig vierkante meter met een balkon in totaal 1200 euro per maand. En dat voor een nieuwbouwwoning, gelegen op vijf minuten vanaf het centraal station. Die huur zal in de toekomst ook niet snel stijgen. Weners worden namelijk beschermd door een huurplafond dat plotselinge huurstijgingen voorkomt. “Mijn huur kan niet ineens duurder worden, omdat ze pas na een paar jaar de huur mogen verhogen. Ik woon hier nu één jaar en pas over twee jaar mogen ze de huur met maximaal 2,5 procent verhogen.”

Wat zeggen de cijfers

De huur die Jeffrey betaalt voor zijn woningen is klinkt voor vele Randstedelingen als een droom. Wenen wordt in Europa dan ook gezien als een woonparadijs. Dat komt deels doordat de stad investeert in sociale huurwoningen. De gemeente is eigenaar van 220.000 huurwoningen en nog eens 200.000 woningen zijn gebouwd met subsidies vanuit de provincie Wenen. Die 200.000 woningen zijn in bezit van woningbouwcoöperaties. Al met al woont ruim de helft van de twee miljoen inwoners van Wenen in een zo’n woning. Daar waar de sociale huur in Nederland een relatief lage inkomensgrens kent, zit dat in de Oostenrijke hoofdstad anders. In Nederland mag je maximaal 51.537 euro per jaar verdienen, om aanspraak te mogen maken op een sociale huurwoning. Voor twee personen geldt dat het maximale jaarinkomen 56.910 euro is. In Wenen geldt dat één persoon maximaal 61.280 euro per jaar mag verdienen en een tweepersoonshuishouden een maximaal jaarinkomen van 91.320 euro mag hebben. Dat leidt ertoe dat een sociale huurwoning in Wenen niet alleen voor de laagste inkomensgroepen is, maar middeninkomens aanspraak maken op een sociale huurwoning. De hoofdstad kent geen maximale huurprijs. Dit doordat de huurprijs afhankelijk is van het oppervlakte van de woning. De prijzen lopen uiteen van de 300 tot 900 euro.

Uit onderzoek van Deloitte blijkt dat de gemiddelde huurprijs per vierkante meter in Wenen 10,80 euro bedraagt. Ter vergelijking in de vrije sector in Utrecht ben je 21,55 euro kwijt, in Amsterdam 25,14 euro, in Rotterdam 17,26 en in Den Haag kost een vierkante meter gemiddeld 20,74 euro per maand. Dat blijkt uit de cijfers van NVM en Vastgoedmanagement Nederland.

Het Rode Wenen

Misschien wel het bekendste voorbeeld van de gemeentewoningen in Wenen is het Karl Marx-hof, gelegen in het 19e Bezirk van Wenen. Ik heb op de laatste halte van metrolijn 4 op afgesproken met cultureel historicus Reinhard Travnicek; mijn gids voor vandaag. Terwijl ik de roltrap omhoog naar het bescheiden stationshalletje van station Heiligenstad neem, staat hij al op mij te wachten. Op zijn neus staat een zonnebril en hij draagt, ondanks dat het vandaag een stralende lentedag is, ook een muts op zijn hoofd. We schudden elkaar de hand en als snel begint Travnicek te spreken over dit bijzondere gebouw. “Dit is het dus: het Versailles van de sociale woningbouw”, vertelt hij terwijl het kolossale roze gebouw de horizon vult. Hoe kolossaal? Het Karl Marx-hof is ruim een kilometer lang en is daarmee het langste aaneengesloten woninggebouw ter wereld.

Volgens Travnicek is dit het toonbeeld van het Rode Wenen. “Na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije kampte Wenen met een grote overbevolking. Soldaten kwamen terug en er waren simpelweg te weinig goede woningen”, vertelt de cultuurhistoricus. De SPÖ, de sociaaldemocratische partij, won de verkiezingen na de eerste wereldoorlog en besloot Wenen op te bouwen aan de hand van vier pijlers, gezondheid, sociale zekerheid, onderwijs en die ook in beeldhouwvorm zijn afgebeeld op het gebouw. Met die pijlers in het achterhoofd is het Karl Marx-hof ontworpen en gebouwd. Travnicek vertelt: “Het gebouw is ontworpen met alles wat de werkende man nodig had. Er waren wasserettes, cafés, parken, apotheken, bibliotheken, badhuizen en tandartsen. Het is eigenlijk een kleine stad, binnen de stad.”

We lopen verder naar het noordelijke deel van het hof, waarvandaan we de wijnheuvels kunnen zien liggen en de vogels kunnen horen fluiten. Tussen de betonnen constructie liggen grasvelden, met bankjes, slingerende grindpaden en bloeiende bomen. Op de bankjes leest een bewoner een boek, terwijl een ander haar hond aan het uitlaten is in de grasvelden. Tussen de rust door hoor ik spelende kinderen. De kleuterschool die hier bijna een eeuw geleden is gebouwd, heeft nog steeds dezelfde functie. “Dat geldt voor veel ruimtes hier. Alleen in de wasserette is nu een kunsttentoonstelling, omdat men al een tijdje hun eigen stromende water heeft”, vertelt Travnicek lachend. “Het zegt ook wel iets over hoe goed de architect (Karl Ehn red.) heeft nagedacht over dit project en hoe goed de stad het heeft onderhouden”, vervolgt Travnicek. Het leek allemaal een sprookje in Wenen, totdat de het fascisme in Europa oprukte. Oostenrijk raakte in een burgeroorlog en werd later geannexeerd door Nazi-Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de sociaaldemocraten weer aan de macht, maar “ze zijn niet meer zo idealistisch en ambitieus sinds de tweede wereldoorlog.” concludeert Travnicek enigszins bedroefd.

Terug naar het 10e bezirk, waar Jeffrey verder vertelt over de voorzieningen die hij in de buurt heeft: “Ik zit twee minuten van de metro, de supermarkt, drogist en huisarts zitten ongeveer aan het einde van de straat en ben met vijf minuten naar m’n werk.” We lopen door, totdat Jeffrey mij wat aanwijst: “Kijk, dit zijn studentenwoningen, die zijn hier ook best wel betaalbaar.”

Iets wat Dwayne Voskuijl kan bevestigen. Hij studeerde van 2020 tot 2024 Slavistiek aan de Universiteit van Wenen. “Je had best wel veel faciliteiten voor een vrij lage prijs. Ik betaalde in het eerste jaar dat ik studeerde 450 euro. Ik woonde in een nieuwbouwgebouw, had een eigen kamer en deelde mijn badkamer en keuken met één ander.” Maar dat is niet alles. In het gebouw waar Dwayne woonde kon hij ook gebruik maken van een dakterras, sportschool en sauna, zonder daar extra voor bij te hoeven betalen. “Maar niet iedereen woont zo hoor, er zijn ook gewoon gemeenschappen, die je het best kan vergelijken met studentenhuizen”, nuanceert hij. “Maar de woningmarkt in Wenen is sowieso top. Je komt er bijna geen Amsterdamse taferelen tegen.”

Een voorbeeld voor Nederland?

Kan Nederland dan misschien een voorbeeld nemen aan Wenen? Marja Elsinga, hoogleraar Housing Institutions & Governance aan de TU Delft denkt dat een Weens model in Nederland niet haalbaar is: “Het is een prachtig model, met bescheiden prijzen op de woningmarkt, maar het prijskaartje is nogal een ding. Wonen is politiekgevoelig en het is de vraag of men bereid is om er zoveel geld voor vrij te maken. Met het huidige politieke klimaat lijkt mij dat niet het geval.” Vroeger leek de Nederlandse woningmarkt meer op die van Wenen. “Ooit was de sociale sector 42 procent. Maar hij is aan het krimpen en aan het verzelfstandigen.” Ongeveer tien jaar geleden is die verandering ingezet. “De sociale woningbouw werd alleen nog maar voor de laagste inkomensgroepen. Daarnaast riep woonminister Blok een verhuurdersheffing in het leven, waardoor woningcorporaties werden gestimuleerd om huurwoningen te verkopen en de prijzen van sociale huurwoningen te verhogen, waardoor deze geen sociale huurwoningen meer waren.” In 2021 daalde het besef in dat we in een crisis zitten. “Sindsdien hebben we weer een minister van wonen, zien we woningcorporaties weer als bijzonder nuttig en de corporaties zijn weer veel meer sociale huurwoningen gaan bouwen”, licht Elsinga toe.

Dan is er ook nog nieuws vanuit Brussels: “De EU ziet dat niet alleen de allerlaagste inkomens, maar ook dat de middeninkomens moeite hebben op de woningmarkt. Volgend jaar wordt het mogelijk om ook woningen te bouwen in het middensegment en die betaalbaarder te verhuren. Er komt dus een verruiming van de mogelijkheden in de bouw van sociale huurwoningen”, legt de hoogleraar uit. Toch is het bouwen van sociale huurwoningen zeker niet de enige oplossing. “In Nederland wonen we heel ruim. Dat wil zeggen dat we per persoon heel veel vierkante meters tot onze beschikking hebben. Als we mensen beter kunnen laten doorstromen en kijken naar alternatieve nieuwe woonvormen komt er ook ruimte vrij”, vertelt Elsinga.

Toch is ook het Weense model gevoelig voor wachtlijsten. Zo zijn de eisen om een Wiener wohn-ticket, een bewijs dat je moet hebben om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning, streng. Je moet al twee jaar een hoofdverblijf in Wenen hebben, moet inwoner zijn van de EU, een vluchtelingenstatus of Oostenrijkse verblijfsvergunning hebben en je moet aan de inkomenseisen voldoen. Zonder spoedreden kun je jarenlang op de wachtlijst staan. Hierbij bestaat ook nog een regeling dat je een ticket kan erven. “Best wel oneerlijk, gezien woningen zo binnen families worden doorgegeven”, vindt Jeffrey. De strenge eisen waren voor hem reden om een particuliere huurwoning te zoeken. “Ik had snel iets nodig en gelukkig is het heel makkelijk om zelf iets te vinden. Alleen voor deze buurt is het belangrijk om snel te reageren. Iedereen wil immers dicht bij het station wonen.” Ook is hij van mening dat particuliere woningen net wat mooier en luxer zijn: “Dan betaal ik liever 200 euro meer.”Terwijl we weer terugkeren in het park, zegt Jeffrey. “Ook het groen is erg fijn. Dat zie je sowieso veel in wenen, zeker aan de andere kant van de Donau is het bijna landelijk te noemen.”

Het begint stevig te regenen en besluiten een kop koffie te gaan drinken. Op zijn telefoon laat Jeffrey de Weense equivalent van Funda zien. “Hier moet je kijken! 50 vierkante meter voor 800 euro. Dat hoef je in Utrecht niet te proberen.” Bij het afrekenen van de koffie concludeert Jeffrey: “Het wonen hier is niet perfect, maar in elk geval een stuk beter dan in Nederland.”

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.