Wiener Prater laat de Nederlandse kermissen zien wat zij verkeerd doen

Rond half vier ’s middags melden vier jongeren zich bij een met kunstrots aangekleed betaalhokje. Onder toeziend oog van de doorbrekende middagzon betaalt ieder glimlachend ruim zeven euro om in de Bergrallye GoKarts te mogen klimmen. “Je hoeft nergens te remmen. Lekker vol gas!” Het zijn uitspraken van het personeel die de lat voor het aanstaande ritje hoog leggen. Het is een van de vier kartbanen in het Weense attractiepark Wiener Prater. Dit exemplaar onderscheidt zich van de anderen door haar hoogteverschil. Één rondje op de Bergrallyebrengt je zeker een meter of drie de hoogte in, voordat je slalommend de afdaling maakt die je klaarstoomt voor een nieuw rondje.

Nauwkeurig volgen de twee medewerkers laat in hun twintiger jaren de veiligheidsprotocollen. Bij de meiden met lange haren zetten ze een zilverkleurig haarnetje op, afgetopt met een zwarte, ietwat kleine helm. De ene operator voorzien van een glimmende bodywarmer, de andere van een achterstevoren gedrukte pet. De compleet zwart gekleurde outfits staan in contrast met hun energie en liefde voor de karts: “Echt niet remmen. Geniet van de snelheid!”

Serieuze successen
Hun enthousiasme is in lijn met het succes van Wiener Prater. Per jaar ontvangt Wiener Prater bijna zeven miljoen bezoekers. Dit zijn er meer dan grote Europese parken als Efteling (5,6 miljoen in 2024) en Europa-Park in Duitsland (6,2 miljoen in 2024). Alleen Disneyland Parijs trekt meer bezoekers per jaar in Europa (10,2 miljoen in 2024). Entree tot Wiener Prater is gratis, en dus geeft lang niet elke bezoeker ook daadwerkelijk geld uit in het park. Toch zijn deze bezoekersaantallen zeer serieus te nemen. De attracties in Wiener Prater worden door particuliere eigenaren beheerd. Deze werkwijze herkennen wij in Nederland alleen op de kermissen, die juist enorm in bezoekersaantallen teruglopen. Sinds 2015 is het aantal bezoekers van Nederlandse kermissen tot 2024 met zo’n 25 procent gedaald. Over het hele land bezochten in 2015 zo’n twaalf miljoen mensen een kermis, terwijl dit in 2024 geen negen miljoen meer bedroeg. Het concept van de Nederlandse kermis snakt naar vernieuwing, en kan wellicht iets leren van Wiener Prater.

Hartje Wenen
De karts krijgen groen licht en vertrekken van hun plaatsen. De veilige turquoise boarding wordt ingeruild voor het vrije asfalt. Ondanks het feit dat de voeten het gaspedaal niet hoeven te verlaten, is er genoeg ruimte om je voorganger voorbij te gaan. De scherpe slalom naar beneden is niet voor iedereen weggelegd en biedt de mogelijkheid tot inhalen.

Deze kartbaan is een van de meer dan 250 attracties die Wiener Prater te bieden heeft. Dit park, net ten oosten van het stadscentrum van Wenen, is al jarenlang onderdeel van de stad en opereert als een jaarronde kermis. Al sinds de achttiende eeuw staat dit park in het teken van vrijetijdsbesteding. In de negentiende eeuw maken koffiehuizen plaats voor carrousels, en even later worden carrousels weer overtroffen door reuzenraden en achtbanen. Met slechts tweeënhalve kilometer afstand van de gotische en renaissancearchitectuur van de Stephansdom, De Hofburg en het stadhuis is Prater met haar felle kleuren, LED-lampen en popmuziek een uniek uitje binnen Wenen. Ondanks de dissonantie met het oude Weense centrum, blijft Wiener Prater verbonden met de stad en haar historie. Het Wiener Riesenrad, dat in 1897 opent en de bakermat van het attractiepark blijkt, blijft tot op de dag van vandaag dé attractie van Prater en staat fier overeind op de Weense skyline.

Verleden omarmen
Het bewaken van die historie is iets wat Wiener Prater tot een succes maakt, zegt prokurist Alexander Ruthner: “Wij willen blijven innoveren en vernieuwen, zonder dat de historische waarde verloren gaat. De authenticiteit van Wiener Prater moet altijd voorop blijven staan.” Wanneer men een kaartje koopt voor het bekende reuzenrad, komt deze geschiedenis je tegemoet lopen. Voor het betreden van de attractie komt elke gast in een mini-museum terecht dat de geschiedenis van het park uiteenzet. Maquettes die Prater door de jaren heen illustreren vertellen de gast wat er gebeurd is voordat het park eruitziet zoals het vandaag de dag doet.

“Die historie is een grote reden voor ons succes, maar ook de ligging is erg gunstig. Met de bezienswaardigheden op zo’n korte afstand is het heel makkelijk om even langs Prater te lopen en wellicht iets te kopen. Toeristen komen graag naar het reuzenrad kijken en een ritje maken, omdat het zo’n icoon voor de stad is. Het hoort echt bij Wenen.”

Weense identiteit
Vanaf het toeschouwersverhoginkje voor de kartbaan ontdekt de scherpe bezoeker de groene luifels van de Gösser Eck Beer Bar. Het café, voorzien van een houten terras en rijke beplanting, bevindt zich in het hart van Prater. Op het terras geniet een tiental gasten van een van de eerste zonnige dagen van het jaar. Ze trakteren zichzelf op een biertje en een schnitzel. Eenmaal binnen prijkt de hoge, warmbruine bar met haar tapbieren. Op de menukaart vindt men Wiener Lager; typisch Weens bier. Het staat tussen de grote, bekende merken als Heineken en Gösser. Het sluit aan bij wat Ruthner vertelt over het waarborgen van de eigen historie en de Weense authenticiteit.

Viola Pondorfer omarmt deze Weense identiteit in haar restaurant Buddys. Gelegen in het zuiden van het park, ingepakt door een muisachtbaan en de ronddraaiende kinderattractie Apollo 12, vormt het restaurant een aura van rust en stabiliteit waar de bezoekers hun maag kunnen vullen met verscheidene snacks en hoofdgerechten. Schnitzels en burgers maken de dienst uit, maar de verschillende Lángos-opties springen in het oog.

In haar restaurant Buddys biedt Viola Pondorfer verschillende Lángos-varianten aan


Lángos is een gerecht dat oorspronkelijk uit Hongarije komt, maar onder de lokale bevolking in Wenen een van de favoriete snacks is. Het bestaat uit gefrituurd gistdeeg dat warm gegeten wordt, en meestal belegd wordt met zure room en kaas. Op de kaart van Buddys kan elke Lángos-liefhebber zijn of haar hart ophalen. Toast-Lángos, Pizza-Lángos, Golden Lángos Nachos, Käsekrainer-Lángos en Wiener Lángos-Sticks domineren de eerste pagina’s van het menu. Volgens Pondorfer is dit wat Wiener Prater zo mooi maakt: “Het belangrijkste is dat je blijft vernieuwen en prikkelen, maar dat met Wenen in het hart doet. Ik denk dat dit een heel mooi voorbeeld is van deze visie. Gasten kunnen iets nieuws, maar typisch Weens bij ons proeven.”


Attractie-aanbod

Naast haar restaurant heeft Viola met haar bedrijf FUN Vergnügunsbetriebe GmbH zeven andere attracties. De eerder benoemde kartbaan en kinderattractie Apollo 12 vallen onder haar paraplu. Ook de torenhoge Praterturm, Turbo Booster, Black Mamba, Tornado en katapultattractie worden beheerd door haar bedrijf. Gasten bereiken in haar attracties toppen boven de honderd meter, en dat heeft een reden: “Mijn vader werkte vroeger op grote hoogtes aan de Weense kerken en vond het belangrijk dat het uitzicht op Wenen voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk zou worden. Vandaar dat we voornamelijk hoge attracties geopend hebben.”

“Zodra het idee uniek is, en er ruimte voor is, mag Viola haar attracties bij ons openen”, zegt Ruthner met een glimlach. “Als zij nu een tweede katapult zou willen openen, komt dat er niet doorheen.” Blijkbaar weten de ondernemers dit maar al te goed, want volgens Ruthner komen ze zelden naar hem toe met een attractie die al in het park staat: “Ik heb bijna nooit iets hoeven weigeren. Het zijn stuk voor stuk goede ondernemers die weten wat ze doen.”

Wiener Looping opende in 2025 en is de grootste achtbaan van het park

Ondernemersdrukte
Pondorfer is met haar bedrijf een van de zeventig verschillende ondernemers in het park. Volgens Alexander Ruthner maakt dat het niet altijd even makkelijk voor Prater. “We hebben één duidelijke visie voor het park. Door te blijven innoveren moeten de volgende generaties van de mensen die Prater nu bezoeken, in de toekomst ook blijven komen. Dat kan alleen wanneer alle neuzen dezelfde kant op staan. Om zeventig neuzen dezelfde kant op te laten staan, is er een hele hoop nodig. Niet iedereen is een teamplayer, maar dat hoort erbij. Uiteindelijk merk je wie echt hart voor het park heeft, en daar werk je het best mee samen.”

Deze complexe formule blijkt toch echt te werken voor het park, vertelt Alexander Ruthner: “We zitten momenteel op meer bezoekers dan voor de coronaperiode, en we blijven groeien. Tijdens de wintermaanden organiseren we onze Winter Market met livemuziek, attracties en eetkraampjes. Alleen met dat evenement trekken we al zo’n 800.000 bezoekers naar Prater.”
Het lijkt haast wel rozengeur en maneschijn bij Prater, iets waar de Nederlandse kermissen totaal niet over mee kunnen praten.

Weinig verandering in Nederland
Volgens Wim Strijbosch, expert Attractions & Team Park Management van de Breda University of Applied Sciences, dalen de kermisbezoekersaantallen door een combinatie van twee factoren. “Ten eerste zie je dat het stageld steeds duurder wordt. Op het moment dat dat het geval is, en jij als exploitant je stageld niet terug kunt verdienen, is het veel minder aantrekkelijk om ook naar de kleinere kermissen te gaan. Je ziet ook dat veel van die kleine kermissen hierdoor verdwijnen. Daarnaast is de kermis iets wat al enorm lang bestaat”, vervolgt Strijbosch. “Je hebt elk jaar wel een andere attractie, maar het concept van de kermis is in de laatste vijftig tot honderd jaar niet veranderd. Het is nog steeds een selectie van attracties en exploitanten die van stad naar dorp reizen.” Strijbosch vertelt dat mensen de kermissen sneller links zullen laten liggen, omdat ze op zoek zijn naar nieuwe evenementen waarbij ze echt verbondenheid met hun dorp of stad voelen. “De kermis legt het gewoon af tegen alle soorten vrijheidsbestedingen die wel met de tijd mee zijn gegaan.”

Binding met de stad
Strijbosch legt uit dat Wiener Prater haar zaken uitstekend voor elkaar heeft. “Het is een park dat écht onderdeel van de stad is. Een bezoek aan Wenen is niet compleet zonder een bezoek aan Prater. Als je op Google Maps kijkt, is het reuzenrad zelfs een icoontje op de kaart. Iets wat eigenlijk alleen maar wordt toegedicht aan echt belangrijke bezienswaardigheden.” Ook de metrostations, het vliegveld en de wegwijsborden zijn voorzien van foto’s, tekeningen en video’s van het reuzenrad. Het reuzenrad zit in het DNA van de stad. Strijbosch vertelt dat dit niet zomaar op te bouwen is in Nederland: “Je ziet dat ze bij Tivoli in Rotterdam dat idee hebben gehad, maar iedereen weet waar dat op uitgedraaid is. Ik denk dat men in Nederland eens moet gaan kijken naar hoe we kermissen uniek voor de specifieke plaatsen kunnen maken. Waarom zou je bijvoorbeeld écht naar de kermis in Deurne moeten gaan, in plaats van dat je een maand later ook net zo goed naar die van Helmond of Eindhoven gaat? Hierbij kun je denken aan het toevoegen van evenementen zoals tentfeesten met muziek of iets dergelijks. Dan kun je iets echt stadseigen maken. Op die manier blijven mensen naar hun eigen kermissen komen, en blijven ze hun waarde behouden.”

Een zwart-wit geblokte vlag markeert het einde van de vijf minuten karten. Zorgvuldig zetten de jonge parkgasten hun karts aan de kant, en werken zich voetje voor voetje uit hun ronkende voertuigen. Glimlachend delen ze hun ervaringen en verwijten ze elkaar van momenten waarop het mis had kunnen gaan, waar “er was genoeg ruimte, joh!” een veel voorkomende comeback blijkt te zijn. “Ook dit hoort bij de kartsport”, roept er één grijnzend. Nadat ze de helmen netjes inleveren, wensen de twee operatorsze een fijne dag. En dat menen ze oprecht. Men is blij met de ontwikkeling van Wiener Prater en werkt er met plezier. Het lijkt zaak dit plezier terug te vinden op de Nederlandse kermissen door in te zetten op verpersoonlijking per stad. Het goede voorbeeld is voorhanden.

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.