Van student geschiedenis naar betrokken politiek: dit is Cor Vrieswijk

Met zijn leeftijd van 22 jaar is Cor Vrieswijk een van de jongste kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen in Assen. Cor staat op de lijst van het CDA tussen ervaren politici en is door de politiek anders gaan kijken naar de wereld: ‘’Ik dacht eerst heel zwart-wit, maar toen zag ik dat er altijd iets achter zit. Je moet altijd de menselijkheid achter mensen blijven zien.’’ De politiek heeft hem niet alleen geleerd zijn mening te vormen, maar heeft hem ook als mens veranderd.

Toen Cor 14 jaar was raakte hij gefascineerd door geschiedenis. Vooral de Tweede Wereldoorlog trok zijn aandacht. “Ik begon filmpjes op YouTube te kijken en dacht: hoe kan zoiets gebeuren?” zegt hij. “Ik wist dat eerst helemaal niet, en toen wilde ik er steeds meer over weten.” Cor zijn moeder vertelt lachend hoe zijn de politieke ideeën van Cor op jonge leeftijd al tot uiting kwamen: “Dat begon op de middelbare school, toen hij met zijn groepje de politieke partij Cor-rect oprichtte.’’ Die interesse groeide al snel uit tot iets groters. Hij begon zich af te vragen wat er achter historische gebeurtenissen zat, zoals bijvoorbeeld de Holocaust: welke keuzes mensen maakten, welke ideeën een rol speelden. “Toen kwam ik ook bij politiek terecht,” legt hij uit. “Omdat je ziet dat er altijd politieke motieven achter zitten.”

Volgens zijn moeder is Cor iemand die altijd veel wil doen, misschien wel meer dan hij aankan. “Cor wil heel veel, meer dan hij eigenlijk aankan met zijn autisme. Hij loopt op zijn tenen om alles te doen wat hij graag wil. En hij kan heel moeilijk nee zeggen.” Ze glimlacht even wanneer er een herinnering naar boven komt: “Hij doet alles voor je. Als ik ziek ben, komt hij me drinken brengen. Dan is hij bezorgd. Hij is eerlijk en betrouwbaar.” Deze eigenschappen, zegt ze, maken hem ook iemand die andere mensen kan inspireren en ondersteunen.

Toen Cor begon met zijn studie geschiedenis op de universiteit in Groningen werd zijn interesse in politiek steeds concreter. Hij volgde het nieuws intensief en merkte dat hij zich begon te storen aan de toon van het debat. “Ik zag heel veel onrust en polarisatie,” zegt hij. “Aan beide kanten van het politieke spectrum.” Dat riep vragen bij hem op. “Ik dacht: wat is er nou aan de hand? Waarom zijn zoveel mensen ontevreden?”

Een belangrijk moment kwam toen hij zich tijdens een universiteitstraject verdiepte in de Weimarrepubliek. “Ik heb toen het boek De Weimarrepubliek van Patrick Dassen gelezen en dacht: dit is eigenlijk best heftig,” vertelt hij. “Hoe een democratie kan vallen door polarisatie.” Die historische vergelijking bleef hangen. “Toen begon ik echt na te denken: hoe kan dat nou? En hoe voorkom je dat?”

Die vragen vormden uiteindelijk zijn belangrijkste drijfveer om zelf actief te worden. Zijn keuze voor het CDA kwam voort uit diezelfde gedachte. Hij zocht bewust naar een middenpositie. “Ik zag aan beide kanten dingen waar ik me niet in kon vinden,” legt hij uit. “Ik wilde niet meegaan in die uitersten.” Voor hem bood het CDA een vorm van balans. “Een beetje het midden, gewoon normaal doen,” zegt hij nuchter.

Toch verliep zijn politieke ontwikkeling niet zonder slag of stoot. Cor vertelt open over een periode waarin hij zoekende was en zich liet meeslepen door radicalere, meer uitgesproken ideeën. Er valt een stilte en Cor slikt: “Ik was op een gegeven moment best wel heel erg klaar met bepaalde dingen,” zegt hij. “En toen begon ik heel negatief over mensen te denken.” Hij noemt het zelf een fase waarin hij “een beetje de verkeerde kant op ging”.

Die periode ontstond niet alleen uit zijn overtuiging, maar ook zijn eigen onzekerheden en frustratie. “Je ziet dingen in de wereld en je denkt: dit klopt niet,” legt hij uit. “En dan ga je op zoek naar antwoorden.” In die zoektocht kwam hij in aanraking met andere ideeën en groepen. “Ik vond het ook wel interessant om een beetje grenzen op te zoeken,” zegt hij eerlijk.

Achteraf kijkt hij daar genuanceerd op terug. “Je merkt hoe makkelijk je ergens in meegezogen wordt,” zegt hij. Toch benadrukt hij dat juist die periode hem veel heeft geleerd. Een belangrijk keerpunt kwam toen hij in gesprek ging met mensen die totaal anders dachten dan hij. “We hadden een groepsproject voor de universiteit en daar zaten mensen tussen die heel anders waren,” vertelt hij. “Anarchisten, hele andere ideeën.”

In plaats van afstand te houden, besloot hij het gesprek aan te gaan. “Toen hebben we gewoon gepraat,” zegt hij. “En toen kwam ik erachter: het zijn ook gewoon mensen.” Dat inzicht maakte indruk. ‘’Of het nou demonstranten zijn of mensen die anders stemmen, het zijn allemaal mensen.”

Die overtuiging neemt hij mee in zijn rol als jonge politicus. Inmiddels staat hij op plek 7 van de kandidatenlijst en bevindt hij zich tussen ervaren politici. Dat is soms wennen. “Je kijkt wel op tegen die mensen,” zegt hij. “Maar je moet jezelf ook laten horen.” In het begin merkte hij dat hij snel in een ondersteunende rol werd geplaatst. “Dan denken ze: leuk, een jongere,” zegt hij. “Maar je moet wel laten zien dat je meer bent dan dat.”

Wat hem daarbij helpt, is zijn persoonlijke betrokkenheid bij zijn omgeving. Assen is voor hem geen abstracte plek, maar zijn thuis. “Ik fiets er doorheen en dan zie ik dingen,” zegt hij. Vooral de situatie van jongeren houdt hem bezig. “De mentale gezondheid van jongeren hier is best laag,” vertelt hij. “En dan zie je gedrag waarvan je denkt: waar komt dat vandaan?” Dit probleem raakt hem. Niet alleen als politicus, maar ook als inwoner. “Je denkt soms: waar zijn de ouders? Wat gebeurt hier?” zegt hij. Voor hem laat dat zien dat politiek niet alleen over beleid gaat, maar ook over de mensen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *