Kunnen ouderen nog meekomen in onze digitale samenleving?
ZWOLLE – Hoewel de digitale wereld steeds uitgebreider wordt, is het voor sommige mensen moeilijk om mee te komen met de hedendaagse vernieuwingen. Dit kan zich uiten in angst om een computer te gebruiken. Vooral ouderen en vluchtelingen ondervinden hier problemen mee. De computercursus Klik en Tik hoopt deze mensen vooruit te brengen.
In bibliotheek De Stadkamer, in de Zwolse wijk de Aa-landen, vindt ieder jaar een tien weken durende computercursus plaats. Het is een initiatief dat nu al zes jaar bestaat en dat vanwege de vele positieve reacties nog steeds in het leven gehouden wordt.
Een groep van acht cursisten, grotendeels mensen van vijfenzestigplus en enkele mensen met een buitenlandse afkomst, komen eens per week bij elkaar in de bibliotheek. Ze beginnen met een warme kop koffie en een gezellig praatje, en gaan dan aan de slag. Op een laagdrempelige manier leren ze alles over de computer. Zo beginnen bij de muis; wat is het en wat doet het? Uiteindelijk leren ze veilig en vertrouwd omgaan met een computer.
Docent ICT op Hogeschool Windesheim, René Prinz benoemt dat het geïnteresseerd zijn en blijven in vernieuwing, de sleutel is tot het oppikken en bijblijven met vernieuwing. Dit is volgens hem ook de reden dat de ene vijfenzestigplusser heel goed overweg kan met een computer of een smartphone, terwijl een andere oudere hier met horten en stoten mee leert werken.
Niet iedere oudere krijgt hulp van zijn/haar kind(eren) als het gaat om bankzaken regelen met de computer. Docent bij Klik en Tik, Gerrie Brommer, benoemt dat ook als kinderen hun ouders helpen met de computer, dit vaak op een te hoog tempo wordt uitgelegd. Bij Klik en Tik noemen ze dit dan ook ‘klikke-die-klikke-die-klik’. Tijdens de lessen van Klik en Tik krijgen de cursisten wél op een rustige en laagdrempelige manier uitleg. Via de website Oefenen.nl kunnen de cursisten interactieve lessen met beeld en geluid volgen. Daarnaast krijgen ze een lesboek mee naar huis. Zo kunnen ze dus ook na de cursus op hun eigen computer thuis nog verder oefenen.
Inmiddels is de computercursus alweer voorbij. Deelneemster Jennie van Lawick vertelt wat ze geleerd heeft van de lessen. “Ik heb geleerd om niet meer bang te zijn voor wat ik met de computer doe”, zegt ze. “Vroeger gebeurde het weleens dat de computer iets anders deed dan wat ik wilde, dan zette ik hem vervolgens maar uit.”
Toch reist de vraag: kunnen wijzelf later nog meekomen met vernieuwingen of streeft de techniek aan ons voorbij? Daarop antwoordt Prinz: ‘Het zal altijd belangrijk blijven dat er een mens is dat de controle over de techniek behoudt. Daarom zal een mens ook altijd met de techniek bijblijven. Daarbij is het dan ook van belang om te beseffen, dat een mens met kwade bedoelingen schade kan aanrichten met behulp van deze techniek.
Prinz zegt ook dat het aan de andere kant niet per definitie zo hoeft te zijn dat vernieuwing slecht is. “Vroeger was toch ook niet alles beter.” Hij benoemt dat de rekenmachine eerst ook met veel kritiek werd ontvangen, want dat zou slecht zijn voor de ontwikkeling van het brein. Toch werd vernieuwing toen ook nodig gevonden en daarom moest men wel kennis maken met nieuwe uitvindingen.
Kortom, kunnen ouderen nog bijblijven met de techniek? Daarop is niet één antwoord te geven. Dit is immers voor iedereen verschillend. Wel zijn er mogelijkheden om te leren omgaan met deze vernieuwingen. Op deze manier kun je in ieder geval proberen de angst voor het omgaan met de vernieuwde techniek bij iemand weg te nemen.
Redactionele verantwoording:
Deze crossmediale productie heb ik gemaakt in de periode van het Zwols Mediahuis. Mijn doelgroep bestond daarom enkel uit jongeren woonachtig in de Aa-landen in Zwolle. Onze redactie bevond zich in wijkcentrum De Bolder. In de naastgelegen bibliotheek De Stadkamer vond iedere maandag en donderdag, gedurende tien weken een computercursus voor ouderen plaats. Dit vond ik een interessant onderwerp om een nieuwsitem over te maken. Omdat ik wist dat dit onderwerp niet zozeer over jongeren, maar over ouderen ging, heb ik geprobeerd jongeren bij mijn onderzoek te betrekken. Dit heb ik gedaan door hun mening te vragen en te vragen of zij hun opa en oma weleens helpen met de computer. Op deze manier bestaat de doelgroep van de video uit ouderen die woonachtig zijn in de Aa-landen, zodat zij op de hoogte zijn van de cursus en misschien zelf kunnen deelnemen, en uit jongeren die geïnspireerd raken om hun opa en oma vaker te helpen met hun computer.
Na het maken van dit video-item heb ik mijn onderwerp uitvergroot. Ik onderzocht of ouderen nog mee kunnen komen in onze digitale samenleving. Hiervoor interviewde ik een docent ICT op het Windesheim, die mij veel vertelde over hoe meegaan met vernieuwing werkt en hij gaf mij zijn verwachting over mijn onderzoeksvraag. Zijn antwoorden heb ik verwerkt in de geschreven productie.
Tot slot heb ik in mijn audio-item een deelneemster van de computercursus Klik en Tik geïnterviewd over wat zij over heeft gehouden aan de cursus. Daarnaast ging ik met haar en willekeurige mensen in het wijkcentrum De Bolder in gesprek over of ouderen mee kunnen komen met de digitale vernieuwingen of dat we het ze te moeilijk maken. Alle antwoorden zijn te beluisteren in het audio-item.
De verschillende items hebben dus ieder een deel van de onderzoeksvraag beantwoord. ‘Kunnen ouderen nog meekomen in onze digitale samenleving?’ Dit is per persoon verschillend, maar we kunnen er wel wat aan doen om mensen voor te lichten over het gebruik van nieuwe technologieën. Alleen zo kun je voorkomen dat mensen écht niet meer mee kunnen komen.
