
Met zes ogen tegelijk wordt naar de klok gekeken. Twintig minuten wachten voelt lang in een stille rechtszaal. Dan komt verdachte Van Dijk binnen, ondersteund door twee agenten die hem aan beide armen vasthouden. Ze zetten hem naast zijn advocaat neer. Boven zijn kraag steken tatoeages uit zijn nek.
Opvallend is dat het slachtoffer met advocaat niet aanwezig is in de zaal. De rechtbank blikt kort terug op de vorige behandeling van de zaak, waar meerdere deskundigen werden gehoord. Die zitting werd toen geschorst. Nog voordat de officier van justitie begint, vraagt de voorzitter waar het kind van de verdachte verblijft.
“Voor zover ik weet bij zijn moeder,” antwoordt hij.
Zijn advocaat kijkt meteen vragend zijn kant op en zegt: “Het kind zit inmiddels op een andere veilige plek.”
“Dan weet u blijkbaar meer dan meneer zelf?” reageert de voorzitter argwanend.
Even blijft het stil in de zaal. Het slachtoffer blijkt inmiddels in traumabehandeling te zitten. Ook wil jeugdbescherming dat het kind voorlopig niet meer bij moeder woont.
De officier van justitie begint met het woord. Eerst weigert de verstelbare tafel omhoog te gaan en met wat moeite verplaatst de officier naar de tafel links om het dossier van 89 pagina’s op te lezen. ‘Vol met terreur en intiem geweld.’
Het slachtoffer is uiteindelijk zelf naar de politie gestapt. Niet vanuit haar woning, vertelt de officier, omdat daar camera’s hingen die gesprekken mogelijk konden opnemen. Met tranen in haar ogen wilde ze ergens anders haar verklaring afleggen. Volgens haar verklaring ontstond op 4 oktober een ruzie die uren duurde. Terwijl haar zoon lag te slapen, zou ze meerdere keren zijn mishandeld. Ze verklaarde bang te zijn geweest dat haar kind iets zou worden aangedaan als ze zich verzette tegen de verdachte. Volgens de officier werd het slachtoffer bij haar keel gegrepen en met de dood bedreigd. Eerst zou een dekbed over haar hoofd zijn getrokken, daarna zouden handen gebruikt zijn om haar te wurgen. Het slachtoffer verklaarde dat ze uit angst nooit eerder aangifte had gedaan. Het publiek is doodstil en in de rechtszaal klinkt op dat moment alleen het schuiven van de dossierpapieren.
De verdachte ontkent mishandeling. Volgens hem viel het slachtoffer tegen een tafel. Wel bevestigt hij dat sprake was van “wurgseks”. Het woord blijft daarna nog lang in de zaal hangen. In de rechtszaal heeft de verdachte zich niet uitgesproken, alles ging via zijn advocaat. Een groot deel van de zitting draaide om geloofwaardigheid. De officier zette verschillende vraagtekens bij de wisselende verklaringen van getuigen en noemt ook de verdachte onbetrouwbaar. Eerst zou hij hebben verklaard dat er geen geluidsopnames bestonden, later kwamen er alsnog opnames van een oude telefoon die “automatisch alles had opgenomen”.
De sfeer in de zaal werd grimmig wanneer de officier spreek het woord “femicide”. Volgens haar was er sprake van controle, angst en manipulatie binnen de relatie. Ze verwijst ze naar een uitspraak van de verdachte in het dossier doet: “Door haar problemen heeft onze relatieproblemen.” De officier noemt dat “pure gaslighting”. Het slachtoffer lijdt aan autisme en PDD-NOS.
Forensisch onderzoek bevestigt letsel op meerdere plekken van het lichaam en “samendrukkende kracht” op de hals. De officier neemt even een slok water voordat ze verdergaat met de medische conclusies. Volgens de rechtbank zijn er aanwijzingen voor een mogelijke poging tot doodslag. Deskundigen concluderen dat de verdachte lijdt aan zwakbegaafdheid, borderline, narcistische kenmerken en middelengebruik. Volgens hen beïnvloedden deze stoornissen zijn gedrag tijdens de escalatie. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat hij een uitgebreid strafblad heeft.
De rechtbank komt uiteindelijk met verschillende voorwaarden: een contactverbod met het slachtoffer, verplichte dagbesteding, regels rondom middelengebruik en controle op elektronische apparaten. Contact met zijn zoon mag alleen nog onder begeleiding plaatsvinden.
De eis van de officier luidt: 38 maanden gevangenisstraf, waarvan 20 maanden voorwaardelijk.
Daarna krijgt de advocaat van de verdachte het woord. Opnieuw werkt de verstelbare tafel niet mee. De verdediging noemt het dossier “eenzijdig” en “overdreven”. Volgens de advocaat handelde zijn cliënt tijdens de ruzie uit zelfverdediging en speelde zijn psychische problematiek een grote rol in de relatie. ’Ze hebben allebei een eigen rugzakje.’ De advocaat meldt tientalle keren het begrip wurgseks, waar volgens de verdachte de verschillende verwondingen van komen. En lijkt inmiddels wel de enige definitie van tegenargument te zijn.
Terwijl de advocaat blijft praten over aannames en wederzijdse instemming, kijkt de voorzitter meerdere keren op de klok. De lange zittingsdag lijkt nog niet aan zijn einde te komen. Want een oordeelkwam er tevens niet.
