Door: Tess Venema
Het is nog rustig op de wielerbaan van sportcentrum Papendal wanneer Tim de Vries zijn handschoenen uittrekt. De ochtend is fris met een felle zon, ideaal voor een training. Tim controleert zijn handbike met de precisie van iemand die weet dat hij niets aan het toeval moet overlaten. “Het materiaal moet kloppen, zeker nu,” zegt hij. “Maar uiteindelijk ben je zelf degene die het verschil maakt.”
“Op de trampoline leerde ik wat controle echt betekent”
Voordat de Vries naam maakte in het handbiken, stond hij op de trampoline voor het selectieteam van Nederland. Als jonge sporter trainde hij ook op Papendal voor Europees- en Wereldkampioenschappen. ‘Trampolinespringen is eigenlijk één grote oefening in vertrouwen,” vertelt Tim. “Je springt omhoog en in die paar seconden moet alles kloppen. Er is geen ruimte om na te denken. Twijfel is je grootste vijand.”
Wat nam Tim mee naar zijn huidige carrière? “De focus. En herhaling. Op de trampoline oefen je een sprong honderden keren totdat hij perfect is. Dat principe pas ik nu nog steeds toe, ik probeer mijn techniek elke dag weer te verbeteren.”
Abrupt einde, een nieuw begin
Tim’s carrière als trampolinespringer kwam door een ingrijpend ongeluk plotseling ten einde. In 1997 slaat tijdens een training het noodlot toe; na een verkeerde landing komt zijn linkerbeen tussen de veren terecht, met een amputatie van zijn onderbeen tot gevolg. Ineens staat alles stil. Een hoofdstuk sloot zich onvrijwillig. “Het eerste wat je voelt is ongeloof,” zegt hij, zichtbaar aangedaan door de herinnering. “Je denkt; dit gebeurt mij niet. Ik was jong, fit, had talent voor mijn sport en begon net door te breken. Dan lig je van de ene op de andere dag in het ziekenhuis en moet je een nieuwe versie van je leven accepteren.”
Lang had Tim niet nodig om vrede te sluiten met zijn nieuwe realiteit. Na anderhalve week werd hij ontslagen uit het ziekenhuis, en maakte 2.5 jaar later de overstap naar professioneel handbiken. “De eerste keer dat ik écht snelheid maakte, voelde ik weer iets wat ik herkende en waar ik twee jaar naar gezocht had. Ik voelde me weer vrij, ik voelde weer dat competitieve in me naar boven komen.” Tim glimlacht en kijkt naar de wielerbaan. “Ik dacht; misschien kan ik hiermee weer ergens naartoe werken.”
“De Spelen voelden als thuiskomen”
Toen de Vries in 2016 zijn handbike voor het eerst klaarzette op het startpodium van de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro, was dat meer dan alleen een sportieve mijlpaal. Het was het hoogtepunt van een proces dat begon met verdriet, rouw en aanpassing, en uitmondde in een terugkeer naar het internationale toneel. Dit keer niet op de trampoline, maar op het asfalt als handbiker.
“In Rio voelde het meteen als thuiskomen. Ik voelde de energie van de Spelen meteen.” Vertelt de Vries. “Je loopt door het Olympisch dorp, iedereen is daar met een eigen verhaal, maar onderling heb je diezelfde honger naar prestatie.” Die honger leverde in 2016 respectabele resultaten op; op de tijdrit eindigde hij als vierde, de beste Nederlander in zijn klasse. In de wegwedstrijd weerhield een lekke band hem van een plek in de top tien.
Vier jaar later, tijdens de Spelen in Tokio 2020, gereden in 2021 vanwege de coronapandemie, maakte die honger plaats voor een nog grotere wens; een medaille. In klasse H5, de ‘minst beperkte’ klassering in het handbiken, wist Tim brons te winnen in de wegwedstrijd. “Dat moment was geweldig, echt ongelooflijk,” zegt hij erover. “Je voelt de steun van iedereen thuis, je weet wat je hebt opgeofferd, en dat alles komt bij elkaar in die ene finish.”
Tegenslag en twijfel
Toch waren de Spelen van Parijs in 2024 een stuk lastiger. Na een jaar vol tegenslagen, waaronder het overlijden van zijn moeder en materiaalpech tijdens de wedstrijden, kwam De Vries niet tot dezelfde topklasseringen als in Tokio, met twee vierde plaatsen in de H5-tijdrit en wegrace als eindresultaat.
“Het was een seizoen dat me meer heeft gekost dan ik had voorzien,” kijkt hij terug. “Maar ook dat hoort bij topsport: je leert van de dagen dat alles tegenzit.”
Zijn teleurstelling werd een drang om nog beter te presteren. Dit mondde zich later uit in een bronzen medaille op het Wereldkampioenschap handbike in Zürich, een resultaat dat hem bevestigde dat zijn veerkracht nog altijd intact is. Met de blik op de toekomst gericht, spreekt De Vries open over zijn ambitie om zich te blijven meten met de wereldtop, mogelijk zelfs richting de Paralympische Spelen van Los Angeles in 2028. “Tot die tijd blijf ik trainen, verbeteren en vooral genieten van elke kilometer.”

