Wanneer mag je besluiten dat iets niet meer goed voor je is? Voor Shadi (19) liep die vraag jarenlang sluipend met haar mee. Ze besefte dat haar studie niet goed voor haar was, maar doorgaan was vanzelfsprekender dan stoppen.
“Ik keek naar het college en dacht: ik vind dit niet interessant. Ik schrijf alles op, maar wat heb ik nou eigenlijk opgeschreven?” Wat begon als een veilige keuze, een studie die logisch voelde en aansloot bij wat ze altijd goed had gekund, veranderde binnen een paar weken in overleven. “Het was alleen maar opletten, opschrijven, stampen en reproduceren. Momentopname, succes ermee.”
Shadi koos voor Wiskunde aan de universiteit van Utrecht. Ze was er goed in geweest op de middelbare school, haar omgeving vond het passend en zijzelf ook. Toch was de keuze haastig gemaakt: de focus lag op haar eindexamens, over een vervolgstudie dacht ze nog niet echt na. “Het voelde als de makkelijke route. Gewoon kiezen en doorgaan.”
Dat doorgaan kende ze al langer. Voor het gymnasium had ze aanvankelijk een mavo/havoadvies gekregen, maar haar ouders pleitten bij de school dat ze het kon. “En ik wilde het zo graag.” Doorzetten zat in haar natuur, de eerste jaren gingen haar goed af, in klas 4 kreeg het haar zelfs na een moeizaam jaar nog over naar het volgende jaar. In de 5e bleef ze toch zitten. “Een jaartje overdoen is niet erg, maar op dat moment besef je je dat nog niet: al je vrienden zijn weg, in een andere levensfase, terwijl jij achterblijft. Ik wilde gewoon niet blijven zitten.”
Op de universiteit herhaalde dat patroon zich. Ze pendelde dagelijks op en neer naar Utrecht. Lange dagen, weinig slaap. “Alles maakte me moe.” Wat ze vooral miste, was verbinding. “Ik probeerde daar mijn mensen te zoeken. Studeren is niet alleen vakken halen, het is ook samen door iets heen gaan. Dat heb ik op die opleiding niet kunnen vinden.” Daarnaast slokte de stof haar op, hoewel haar studiegenoten de vakken juist als leuk bestempelden. Ze trok zich terug uit sociale activiteiten en zette haar studie op één. “Dat hoort ook wel, maar niet zó erg.”
Op een avond drong het tot haar door dat het zo niet verder kon. “Ik dacht: ga ik mezelf hier nog langer doorheen trekken?” Ze sprak met zichzelf af dat ze zou stoppen als ze haar herkansingen niet zou halen. Het beslissende cijfer kwam, en nam rust met zich mee. “Toen wist ik het. Dit is het niet.”
Opvallend genoeg probeerden studiegenoten haar te overtuigen om te blijven. “Ze zeiden: ‘We vinden je leuk, je moet blijven.’ Dat snap ik. Ik vind mezelf ook leuk,” zegt ze lachend.
Op de dag dat ze officieel stopte, voelde ze in een lange tijd rust. “Soms vergeet je als mens om te ademen. Toen kon ik weer ademen.” Toch betekende stoppen niet meteen opluchting. De structuur viel weg. “Ik ben zo lang elke dag doorgegaan. En opeens stopt de trein. Dan denk je: wat nu?” De dagen voelden leeg. Hard werken had haar leven vormgegeven. “Nu voelt rustig aan doen soms als niks doen. Alsof het zinloos is.”
Inmiddels volgt ze tijdelijk een andere opleiding als tussenstap en oriënteert ze zich breder. Ze kijkt naar studies in een hoek die ze eerder niet aandurfde. Sociale studies trokken haar altijd al aan, maar formuleren was nooit haar sterkste kwaliteit geweest. “Misschien moet ik mezelf nog overtuigen dat ik meer kan dan ik denk.” Wat ze vooral heeft geleerd, is dat studeren voor haar meer is dan cijfers. “Ik heb menselijk contact nodig. Mensen die je door je dag heen helpen. Het ligt niet alleen aan de studie, maar ook aan de omgeving.” Ze heeft zich voor aankomend jaar ingeschreven voor Psychologie in Groningen.
Maar waarom voelt stoppen toch zo zwaar? Volgens Shadi verheerlijken we doorzetten. Ze merkt hoe mensen reageren als ze vertelt dat ze is gestopt. “Dan kijken ze: en wat doe je nu dan? Alsof je meteen een perfect plan moet hebben. Maar die druk helpt niet: je mag ook even niet weten wat het volgende is.”
Haar advies aan studenten die twijfelen is simpel: “Eerst ademhalen. Dan kijken.” De mentale druk verdwijnt niet meteen volgens haar, maar het wordt wel lichter. Misschien zien we stoppen te vaak als het einde, terwijl het soms gewoon een afslag is.

