7 mei 2026 – Zwolle
De 57‑jarige verdachte R. Schra komt zichtbaar aangeslagen de rechtszaal binnen op het moment dat de zitting begint. Kort daarna verscheen het slachtoffer, mevrouw Kingma, op krukken en gesteund door haar man. De politierechter, officier van justitie en griffier zaten al klaar. De rechter opende de zaak door de verdenking van mishandeling voor te lezen. “Ik schrik hiervan,” zei Schra, verdachte en timmerman, terwijl hij benadrukte dat hij zijn ex‑partner slechts kort had aangeraakt.
De zaak draaide om een incident op 5 mei 2025 in IJhorst, waar een discussie over de opvang van hun zoon uit de hand was gelopen. Volgens het dossier zou Schra Kingma bij de keel hebben gegrepen en vastgeklemd bij het hek van de tuin. Schra verklaarde dat vooral zijn ex had geschreeuwd en dat hij zelf rustig was gebleven. “Ik stond bij het hek en het liep uit de hand, ik stak alleen mijn hand uit,” terwijl hij het moment probeerde uit te beelden.
Schra bleef volhouden dat hij geen letsel had veroorzaakt. Toen de rechter echter de verklaring van zijn huidige vrouw voorlas, erkende hij dat hij tegen de fiets van Kingma had aangetrapt. “Het klopt dat ik tegen haar fiets heb aangetrapt,” zei Schra, verdachte, nadat de getuigenverklaring was voorgelezen.
Daarna kwam de verklaring van Kingma aan bod, waarin zij beschreef hoe de situatie voor haar voelde. Zij had verklaard dat Schra plotseling op haar afkwam en haar bij de keel greep, waarbij ze pijn voelde en agressie in zijn ogen zag. De rechter las haar woorden voor terwijl Kingma zichtbaar geëmotioneerd bleef zitten. Schra reageerde en dat hij zijn excuses had aangeboden. “Ik vond het vooral erg voor de kinderen,” terwijl hij aangeslagen naar de rechter keek.
De officier van justitie stelde dat er sprake was geweest van een opstapeling van frustraties tussen beide ouders. “Er is onvoldoende bewijs voor het letsel, maar wel voor de materiele schade.” Daarom eiste zij een taakstraf van 100 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar.
De advocaat van Schra betoogde dat de verklaringen van Kingma onbetrouwbaar waren en ondersteunde dit door app‑ en mailgesprekken voor te lezen. Zij stelde dat haar cliënt niet schuldig was aan mishandeling en dat een geldboete passender zou zijn dan een taakstraf. De verdediging vond dat de emotie van het slachtoffer niet leidend mocht zijn in de beoordeling van de feiten. “Een geldboete van 700 euro met een termijn van twee jaar is passend,” zei de advocaat, terwijl zij haar pleidooi afrondde.
De rechter legde Schra uiteindelijk een boete van 1000 euro op en 350 euro aan smartengeld. Als hij deze niet zou betalen, zou dit worden omgezet in tien dagen hechtenis. Schra stemde in met de uitspraak.

