Mex Jansen maakt in 2022, op 16‑jarige leeftijd, zijn racedebuut op het circuit van Zolder. Terwijl leeftijdsgenoten nog kartten, stapt hij direct in een BMW 240i. Hij heeft nooit gekart: “Ik heb nooit veel gekart vroeger, maar het meeste van mijn skills via de sim geleerd.” Dat blijkt geen grootspraak, want tijdens zijn allereerste kwalificatie zet hij de auto meteen op poleposition. “Dat moment was heel belangrijk voor het vervolg van mijn carrière.” Inmiddels is hij 19 en rijdt hij in een van de hoogste klassen van de autosport. “Als je mij vijf jaar geleden had gezegd dat ik dit nu zou doen, had ik daar 10.000% voor getekend.”
Van de sim naar het circuit
Autosport is duur. “Ik vind het wel jammer dat de sport in die zin niet toegankelijk is,” zegt Mex. Daarom begon hij achter de simulator. Simracen is volgens hem een volwaardige opstap: “Die gasten die uit de sim komen en bewijzen dat ze daar mega snel zijn, zijn dat vaak ook in een echte auto.” Zijn eigen overstap komt door een toevallige ontmoeting met Gilles van Houtum, die hem na een testdag adviseert zijn licentie te halen. “Als 15‑ of 16‑jarig jochie kun je daar natuurlijk geen nee op zeggen.”
Maar talent is niet genoeg. “Ik had geen resultaten om te laten zien,” vertelt hij. Sponsoren overtuigen is lastig zonder bewijs. Daarom is hij dankbaar voor Koopman Racing: “Ik heb gewoon het geluk gehad dat mensen jou het vertrouwen geven en support in zowel natura als financieel.” Zodra er een basis is, merkt hij dat “mensen ook naar jou toekomen in plaats van andersom.”
Schoolboeken in de ene hand, stuur in de andere
Naast zijn carrière studeert Mex Civiele Techniek aan de HAN in Arnhem. “Op school wil je graag goede cijfers halen. In de autosport wil je de beste tijd neerzetten of winnen.” De druk is anders, maar de verantwoordelijkheid hetzelfde. Hij plant zijn tijd zorgvuldig: “Je tijd goed inplannen en bij groepsprojecten goed communiceren.” De school helpt mee door toetsen te verplaatsen wanneer nodig. Studeren doet hij vaak onderweg: “In het vliegtuig of ergens in de auto, niet in een raceauto natuurlijk, want ik kan niet heel goed multitasken.” In het hoogseizoen mist hij één tot twee dagen per week, die hij in de winter inhaalt. Dat lukt omdat hij zijn studie leuk vindt: “Als je vakken studeert die je leuk vindt, dan hoef je daar niet heel veel voor in te zetten.”
Hoe zwaar autosport écht is
Veel mensen onderschatten de fysieke eisen. “Niet veel mensen hebben een beeld van wat de autosport fysiek nou echt inhoudt.” In de auto is het soms 60 graden, je verliest liters vocht en de rem is loodzwaar. Tijdens langeafstandsraces zit hij soms drie uur achter elkaar in de auto: “Je mag eigenlijk niet te veel variëren qua rondetijden. Je fysieke gesteldheid mag daar niet onder lijden.” Hij traint daarom intensief: hardlopen, zwemmen, krachttraining en oefeningen in dikke kleding bij 30 graden. Over G‑krachten zegt hij: “Dan weeg je dus geen 70 maar 350 kilo.” In zijn klasse is dat minder, maar nog steeds zwaar. Gelukkig heeft hij weinig last van zijn nek: “Nekoefeningen doe ik niet veel.”

Scrollen, posten en presteren
Sociale media zijn essentieel voor sponsoren. “Het is het perfecte middel om sponsoren te laten zien, om exposure te bieden.” Hij houdt fans en partners persoonlijk op de hoogte, maar geeft toe: “Ik ben een beetje verslaafd aan alle social media,” geeft hij toe. Negatieve reacties horen erbij: “Af en toe lees je wel eens berichten over jezelf, ik ben daar niet zo mee bezig.”
Advies voor de volgende generatie coureurs
Zijn boodschap is duidelijk: “Ga er gewoon voor!” Begin met simracen: “Ik zou ten eerste beginnen met veel via de simulator te trainen.” Grote budgetten zijn niet nodig: “Ook al is het 500 euro, alle beetjes helpen!” Maar school blijft belangrijk: “Zorg ervoor dat je je school haalt!” Voor wie echt serieus is, biedt hij zelfs coaching: “Mensen kunnen me daarvoor benaderen via sociale media.”

