7 mei 2026
ZWOLLE- We leven steeds vaker met het idee dat iets pas waarde heeft als het af is. Op sociale media zien we voortdurend prestaties, perfecte resultaten en succesverhalen, maar zelden het proces dat eraan voorafgaat. Terwijl juist dat tussenstuk, oefenen, falen en opnieuw beginnen, essentieel is om ergens beter in te worden.
Uit het Nationale Social Media Onderzoek 2026 van Newcom Research & Consultancy blijkt dat ruim 14,6 miljoen Nederlanders actief zijn op sociale media. Gemiddeld brengen we er dagelijks bijna twee uur door. Tegelijkertijd laten onderzoeken van SearchLab en berichtgeving van Nationaal Netwerk Persmedia zien dat gebruikers steeds minder zelf posten en vooral consumeren. We kijken meer naar anderen, maar delen minder van ons eigen proces. Daardoor ontstaat een online wereld waarin vooral eindresultaten zichtbaar zijn.
Volgens Thijs Pepping, techniekfilosoof bij het Verkenningsinstituut Nieuwe Technologie van Sogeti, is die verschuiving geen toeval. Waar persoonlijke ontwikkeling vroeger vooral draaide om innerlijke groei, draait het online steeds vaker om hoe die ontwikkeling eruitziet voor anderen. Succes moet zichtbaar, meetbaar en deelbaar zijn. Dat heeft invloed op hoe we naar onszelf kijken en zelfs op onze bereidheid om ergens nog aan te beginnen.
Het proces dat buiten beeld blijft
Al drie jaar staat er een keyboard in mijn kamer. Om de paar maanden neem ik me voor eindelijk piano te leren spelen. Dan download ik een app die belooft dat ik “zonder al te veel moeite” piano kan leren spelen, houd ik het een paar dagen vol en haak ik weer af.
Niet omdat ik geen piano wil leren spelen, maar omdat ik vooral denk aan hoe goed ik uiteindelijk zou moeten zijn. Ik vergeet dat iedere concertpianist ooit begon is met fouten maken, verkeerde noten aanslaan en eindeloos oefenen. Juist dat ongemakkelijke begin lijkt online nauwelijks nog te bestaan.
Volgens Pepping spelen algoritmes daarin een grote rol. Sociale media functioneren als een soort onzichtbare curator die vooral opvallende en afgeronde resultaten laat zien. Waar we ons vroeger vergeleken met mensen in onze directe omgeving, vergelijken we ons nu voortdurend met uitzonderlijke prestaties van anderen.
De timeline bestaat daardoor vooral uit eindpunten, het perfecte lichaam na maanden trainen, het foutloos gespeelde pianostuk of de geslaagde carrièrestap. Het oefenen zelf blijft grotendeels onzichtbaar. Dat kan zorgen voor een vertekend beeld van vooruitgang. Als je alleen het eindresultaat ziet, lijkt succes vaak snel en vanzelfsprekend. Het moment waarop iets nog niet lukt, voelt daardoor eerder als persoonlijk falen dan als een normaal onderdeel van leren.
De druk van het perfecte plaatje
Voor de 23-jarige Eva-Lois, die is opgegroeid met sociale media en dagelijks actief is op platforms als Instagram en TikTok, is dat herkenbaar. Volgens haar delen jongeren online vooral momenten waarop iets “af” voelt.
“Je ziet bijna alleen de beste versie van mensen,” vertelt ze. “Daardoor lijkt het alsof anderen moeiteloos vooruitgaan, terwijl je het proces ervoor niet ziet.”Ze merkt dat dit invloed heeft op hoe jongeren naar zichzelf kijken. “Als iets niet snel lukt, voelt het sneller alsof het gewoon niks voor jou is,” zegt ze. Terwijl juist die moeilijke beginfase volgens haar onmisbaar is bij ontwikkeling.
Pepping ziet daarin een bredere maatschappelijke verandering. “Mensen vergelijken zichzelf niet meer alleen met hun directe omgeving, maar met een ideaalbeeld dat door algoritmes wordt versterkt,” legt hij uit. “Omdat je vooral het eindresultaat ziet, lijkt het alsof vooruitgang vanzelf gaat.” Volgens hem verandert dat ook de manier waarop we motivatie ervaren. Twijfel, oefenen en falen verdwijnen steeds meer uit beeld, terwijl juist daarin betekenisvolle ontwikkeling ontstaat. “We zijn onszelf steeds meer gaan beschouwen als iets dat voortdurend geoptimaliseerd moet worden,” zegt hij. “Daardoor ontstaat er minder ruimte voor vertraging, reflectie en het onaffe.”
Leren zichtbaar maken
Misschien zit het probleem niet in het feit dat we willen laten zien wat we kunnen, maar in het feit dat we vergeten te laten zien hoe we ergens komen. Het keyboard in mijn kamer staat er nog steeds, meestal onaangeraakt. Niet omdat ik geen piano wil leren spelen, maar omdat ik ergens ben gaan geloven dat het pas waarde heeft als ik het goed kan. Terwijl ontwikkeling juist ontstaat in het stuk daartussenin, in het oefenen, het twijfelen en het opnieuw beginnen. Misschien zijn we dat onderweg zijn een beetje vergeten. En misschien maakt dat het steeds moeilijker om nog ergens onbeholpen aan te mogen beginnen.

