Het is de droom van veel jonge meisjes die later misschien wel profhandbalster willen worden, bij het Nederlands team of in een Europese topcompetitie. Toch wordt die droom voor velen vroegtijdig onderbroken. Het aantal handbalblessures neemt toe, blijkt uit cijfers van het CBS. Vooral jonge speelsters die op hoog niveau trainen, lopen extra risico. Betere afstemming tussen trainers en zorgprofessionals, aandacht voor herstel en gerichte preventieve training kunnen helpen om blessures te verminderen en talenten gezond te laten doorgroeien.

Volgens het NHV is handbal een sport die steeds populairder wordt in Nederland met ongeveer 50.000 geregistreerde spelers. Toch is deze sport niet zonder risico’s. Vooral jonge handbalsters die op hoog niveau trainen en spelen, lopen een verhoogd risico op blessures door de combinatie van hoge trainingsbelasting, vroege specialisatie en fysieke ontwikkeling in de puberteit. Dit blijkt onder andere uit studies van het American Sports Medicine. Deze laten zien dat hoge trainingsbelasting direct samenhangt met blessurerisico’s voor jonge handbalsters. Daarnaast tonen onderzoeken aan dat jonge vrouwelijke handballers steeds vaker ernstige blessures oplopen en dat de algehele blessurerisico’s substantieel zijn bij zowel amateur- als competitieve jeugdteams.

Volgens het American Sports Medicine kunnen deze blessures kunnen grote gevolgen hebben voor de sportcarrière en het mentale welzijn van de handbalsters. Blessures zorgen ervoor dat de jonge handbalsters tijdelijk stil komen te liggen in hun ontwikkeling, waardoor ze kansen missen om naar betere clubs te gaan. Dit kan ook leiden tot enorme prestatiedruk en revalidatiedruk, wat jonge handbalsters mentaal zwaar kan belasten.

Tegelijkertijd laten deskundigen en praktijkvoorbeelden zien dat gerichte begeleiding, preventieve training en een goede afstemming tussen sporters, coaches en zorgprofessionals het risico op blessures aanzienlijk kunnen beperken.

Morris Kippers is de trainer van Kwiek Dames 2 en assistent-trainer van Kwiek Dames 1. Beide teams spelen op het hoogste niveau van Nederland en hebben meerdere jeugdinternationals in hun selectie. Hij geeft aan dat ze bij Kwiek regelmatig te maken hebben met blessures: “Wij hebben nu vier meiden met kruisbandletsels; die liggen er dan minimaal negen maanden uit. Daarnaast heb je ook veel kleinere pijntjes, zoals verrekte enkels en gekneusde polsen.”

Volgens Morris Kippers draait blessuregevoeligheid bij jonge handbalsters vooral om de balans tussen belasting en belastbaarheid.

Topsport vraagt om een hoge trainingsfrequentie, maar dat leidt niet automatisch tot meer blessures. “Je bent veel aan het trainen, maar als de balans goed is, heeft dat niet per se een negatieve invloed,” zegt hij. Problemen ontstaan vooral wanneer jonge speelsters te snel worden blootgesteld aan een zwaar programma. “Je moet niet in één keer van twee naar acht trainingen per week gaan. Dat moet je rustig opbouwen”, aldus Morris Kippers. Vooral in de krachttraining moet er rekening worden gehouden met de leeftijd van de sportsters. “Niet iedereen is al volledig uitgegroeid, daar moet je echt scherp op zijn. Hier vallen ook veel blessures, vooral door overbelasting,” benadrukt Morris Kippers.

Langdurige overbelasting kan gevolgen hebben voor zowel prestaties als carrière, zeker wanneer signalen van vermoeidheid worden genegeerd. Daarom is communicatie essentieel: “Als meiden aangeven dat het niet gaat, moet je daar iets mee doen. Die afstemming is cruciaal.”

Volgens Angelique Aalders van het Nederlands Handbal Verbond proberen zij handbalclubs steeds meer bewust te maken van verantwoord opleiden binnen het jeugdhandbal. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op prestaties, maar ook op het voorkomen van uitval op jonge leeftijd. Het NHV stimuleert trainers daarom om beter te kijken naar de totale belasting van speelsters, bijvoorbeeld wanneer zij zowel bij hun club als regionale selecties actief zijn. “We willen voorkomen dat jonge talenten overvraagd worden doordat verschillende programma’s langs elkaar heen lopen,” legt Angelique Aalders uit. Volgens haar wordt binnen het handbal steeds vaker samengewerkt om trainingsschema’s, rustmomenten en begeleiding beter op elkaar af te stemmen.

Mireille Smit is een sportfysiotherapeut en ook zij ziet dagelijks hoe jonge handbalsters kwetsbaar zijn voor blessures. “Veel blessures ontstaan door een verkeerde techniek,” legt ze uit. Volgens haar zijn neuromusculaire training (NMT), techniekverbetering en goed herstel cruciaal om blessures te voorkomen. “Door specifieke oefeningen te doen die balans, coördinatie en kracht verbeteren, kunnen sporters hun lichaam beter beschermen tegen letsel.”

Dankzij deze aanpak ziet Mireille Smit dat jonge speelsters sneller herstellen en het plezier in handbal behouden. “Met gerichte training en goede begeleiding kun je blessures niet altijd voorkomen, maar je kunt het risico aanzienlijk verkleinen en een gezonde carrière ondersteunen.”

Volgens Morris Kippers en Mireille Smit is het essentieel om de carrières van jonge handbalsters structureel te beschermen. “Het gaat om goede monitoring van trainingsbelasting, realistische verwachtingen en aandacht voor herstel,” zegt Morris Kippers. Ook Mireille Smit benadrukt dat minder eenzijdige belasting en gerichte neuromusculaire training blessures kunnen voorkomen. “Door sporters goed in balans te houden en te zorgen voor constante afstemming tussen coach, speler en medische staf, kunnen we hun ontwikkeling en plezier in het spel behouden,” legt ze uit. Volgens Mireille Smit zijn structurele veranderingen in training en begeleiding dus cruciaal om talenten gezond en succesvol te laten doorstromen naar topsport.