De mentale gezondheid van hbo- en wo- studenten in Nederland is sinds 2021 voorzichtig verbeterd. Dat blijkt uit de nieuwste Monitor Mentale Gezondheid en Middelengebruik Studenten 2025 van het RIVM en het Trimbos- instituut. Toch betekend de positieve cijfers niet dat de problemen zijn verdwenen. Integendeel: stress, angst en prestatiedruk blijven voor veel studenten onderdeel van hun dagelijkse leven.

Volgens het RIVM scoren studenten op bijna alle factoren voor mentale gezondheid iets beter in vergelijking met 2021, midden in de coronaperiode. Gevoelens van angst, somberheid en eenzaamheid zijn gemiddeld iets afgenomen. Onderzoekster Carolien van den Brink benadrukt dat dit herstel in perspectief moet worden geplaatst. ‘’De startsituatie was heel erg slecht. Dat we nu verbetering zien, is positief, maar met een groot deel van de studenten gaat het nog niet goed,’’ zegt ze. 

Uit het onderzoek, waaraan ruim 27.000 studenten van 12 hogescholen en 11 universiteiten deelnamen, blijkt dat vooral vrouwelijke studenten en studenten die zich niet als man of vrouw identificeren, een mindere mentale gezondheid hebben. Hoewel mentale klachten zich op veel manieren kunnen uiten, komt prestatiedruk vaak terug bij de studenten. Ze ervaren druk om te slagen, hoge cijfers te halen en bij te blijven met de stof. Die druk komt niet alleen vanuit de studie zelf, maar ook uit sociale vergelijking en maatschappelijke verwachtingen. Psychologiestudent Emma van der Marel herkent dit beeld. ‘’Stress speelt een grote rol bij het ontstaan en in stand houden van klachten zoals angst en depressie,’’ legt ze uit. ‘’Het onderwijssysteem is prestatiegericht, tegelijk leren we dat stress schadelijk kan zijn. Dat is krom.’’ Volgens de student wordt stress problematisch wanneer het iemands gevoel en humeur worden beïnvloed. ‘’Een beetje stress kan motiveren, maar op het moment dat het leidt tot angst, somberheid of het gevoel van falen, is het niet meer gezond.’’

Die prestatiedruk wordt volgens deskundigen versterkt door de fase waarin studenten zich bevinden. Jongvolwassenen staan aan het begin van hun zelfstandige leven. Hierin moeten zij keuzes maken over studie, werk en toekomst en vergelijken zij zich regelmatig met anderen. Dit maakt studenten kwetsbaar voor mentale klachten. ‘’Het is een periode waarin veel van studenten wordt verwacht. Juist langdurige stress kan doorslaan naar serieuze klachten,’’ aldus Emma. 

Het is opvallend dat veel studenten, ondanks het bestaan van studieadviseurs en studentenpsygologen, laat of helemaal geen hulp zoeken. Uit cijfers blijkt dat jongvolwassenen, waaronder studenten drempels ervaren om ondersteuning in te schakelen. Onderzoeker Ralf Harmsen van de GGD Gelderland- Zuid ziet dit terug. ‘’Mentale gezondheid springt eruit als kwetsbaar thema bij jongvolwassenen,’’ zegt hij. ‘’Hulp is niet vanzelfsprekend. Dat heeft te maken met schaamte, prestatiedruk en het idee dat ze het zelf moeten oplossen.’’ Die manieren van denken worden ondersteund door sociale vergelijkingen. Studenten kijken vaak naar medestudenten die alles onder controle lijken te hebben: studie, werk en sociaal leven. Dat maakt voor veel studenten moeilijk om toe te geven dat het niet goed gaat. Volgens Harmsen zorgt dit ervoor dat problemen vaak past zichtbaar worden wanneer ze al zijn opgestapeld. ‘’Veel jongeren functioneren zo te zien goed,’’ zegt hij. ‘’Ze halen hun tentamens, gaan door maar raken ondertussen gestrest.’’ Juist die stille groep blijft vaak achterwege, terwijl zij risico lopen op uitval of langdurige klachten.

Het RIVM benadrukt dat mentale gezondheid niet los kan worden gezien van de omgeving waarin studenten leven. Factoren van sociale steun, je thuis voelen binnen een studie en voldoende tijd hebben voor ontspanning zijn belangrijk. Maatschappelijke zorgen zoals klimaatverandering en politieke conflicten versterken de stress bij studenten. Tegelijkertijd zijn er ook beschermende factoren. Studenten met een bijbaan hebben gemiddeld een betere mentale gezondheid, al is het onduidelijk of dat de oorzaak of het gevolg is. ‘’We kunnen geen directe oorzaken benoemen,’’ zegt van den Brink. ‘’Maar wel zien we duidelijke samenhangen.’’

De aanbevelingen van het RIVM en Trimbos richten zich op twee manieren. Aan de ene kant houden ze zich bezig met het versterken van vaardigheden van studenten. Dit kan zijn omgaan met stress en het herkennen van grenzen. Aan de andere kant willen ze de omstandigheden aanpassen: realistische studielast, ruimte en een plek waarin studenten zichzelf kunnen zijn. Volgens Emma kan het onderwijs hierin stappen zetten. ‘’Meer spreiding van toetsen, meer aandacht voor leerprocessen in plaats van alleen cijfers. Dit soort aanpassingen zouden al heel veel schelen.’’Er ontstaat een spanning tussen individuele verantwoordelijkheid en gezamenlijke zorg. Studenten krijgen steeds meer handvaten om met stress om te gaan, maar moeten blijven omgaan met scholen die hoge eisen stelt. Zolang succes vooral wordt gemeten in cijfers en snelheid, blijft mentale druk onderdeel van het studentenleven. Ookal lijkt het iets beter te gaan, ervaren veel studenten nog knelpunten als het gaat om hun mentale gezondheid. Achter die cijfers schuilen verschillende verhalen van studenten die ‘gewoon’ doorzetten en soms zelfs ten koste van hunzelf. De uitdaging voor beleid en onderwijs ligt erin om verhalen van studenten serieus te nemen, niet alleen wanneer het misgaat, maar juist daarvoor. 

foto: anp