Frederike de Vries: ‘Bij mijn studie maken ze vaak grapjes over mijn accent’

Voor Frederike de Vries (21) betekent Fries zijn meer dan alleen de taal spreken. “Het is echt onderdeel van mijn identiteit,” vertelt ze trots. Zelfs in Groningen, zo’n zestig kilometer verwijderd van het kleine Friese dorp waar zij opgroeide, zoekt ze de Friezen weer op en sluit zich aan bij een Friese studentenvereniging. “Ik voel me altijd wel verbonden met Friezen. Ze hebben een bepaalde nuchterheid over zich heen.”

In Groningen studeert De Vries zowel Taalwetenschappen als Logopedie. Twee opleidingen waarin taal centraal staat en dus ook de manier waarop zij zelf spreekt. “Voor logopedie moet je eigenlijk zo neutraal mogelijk praten,” vertelt ze. “In de klas maken mensen vaak grapjes over mijn accent. Op zulke momenten ben ik niet altijd trots, nee.” 

De Vries is opgegroeid in Aldtsjerk, het meest noordelijke dorp van Trynwâlden met zo’n zevenhonderd inwoners, wat het een van de kleinere dorpen van de streek maakt. Klein is het, maar afgesloten voelt het niet. “Je bent eigenlijk vaker in een van de omliggende dorpen dan alleen in je eigen dorp.” Via de voetbalclub, het dorpshuis en gezamenlijke activiteiten komen veel inwoners met elkaar in contact. “Er zijn barbecues, activiteiten voor ouderen en allerlei evenementen. Dat maakt het echt een hechte gemeenschap.” Die betrokkenheid is iets wat ze steeds meer is gaan waarderen sinds zij naar Groningen is verhuisd. “In een dorp weet je wat er speelt. Iedereen groet elkaar of vraagt even hoe het gaat. Je merkt pas hoe bijzonder dat is als je ergens anders woont.”

Ook haar ouders zijn diep geworteld in de streek. Haar vader komt uit een van de omliggende dorpen en haar moeder verhuisde al op jonge leeftijd naar Aldtsjerk. De Friese taal was daardoor vanzelfsprekend in haar jeugd. “Ik ben alleen Fries opgevoed. Nederlands heb ik eigenlijk pas op school geleerd.” Nog steeds merkt ze dat Fries de taal is waarin ze zich het gemakkelijkst uitdrukt. “Soms vraag ik me af of ik nou Fries of Nederlands denk, maar volgens mij is het toch echt Fries.”

Juist toen ze naar Groningen verhuisde, merkte zij hoe belangrijk haar achtergrond voor haar was. “Toen ik ging studeren wilde ik graag bij de Friese studentenvereniging. Ik dacht: met Friezen kan ik het altijd wel goed vinden.” Dat komt niet alleen door de taal. “Het is ook die Friese nuchterheid. Dat gevoel van: het komt wel goed.” 

Die nuchtere mentaliteit herkent ze ook in haar favoriete Friese gezegde: As it net kin sa’t moat, dan moat it mar sa’t kin. Vrij vertaald: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. “Dat spreekt die Friese nuchterheid heel erg uit,” zegt ze. “Gewoon een andere oplossing zoeken en doorgaan.”

Hoewel De Vries trots is op haar afkomst, vindt ze wel dat veel mensen buiten Friesland een verkeerd beeld hebben van de provincie. “Mensen doen vaak alsof Friesland een soort buitenland is. Natuurlijk wordt dat vaak als grapje gezegd, maar het beeld mag wel veranderen.”

De Friese taal ziet ze vooral als iets dat mensen met elkaar verbindt. Dat merkt ze in haar dorp, maar ook daarbuiten. “Als je ergens op vakantie bent en je hoort ineens Fries, dan heb je meteen een soort herkenning.” Volgens haar ontstaat er direct een gevoel van verbondenheid. “Je hebt toch iets gemeenschappelijks.”

Daarom vindt ze het belangrijk dat de taal behouden blijft. Niet per se omdat iedereen Fries moet spreken, maar wel omdat het iets toevoegt aan de Friese samenleving. “Ik vind vooral dat mensen het moeten kunnen verstaan en dat je ervoor open moet staan.”

Nog elk weekend staat De Vries achter de bar bij de Café Moarkswâl, de stamkroeg van Aldtsjerk. Ook daar merkt ze hoe belangrijk dat is. “Veel stamgasten praten Fries. Dan is het handig als je het begrijpt.” Ook ziet ze hoe oudere generaties vaak volledig in het Fries blijven communiceren. Lachend vertelt ze over haar opa, die tijdens voetbalwedstrijden in het dorp Fries praat tegen Oekraïense nieuwkomers. “Dan zeggen wij: die mensen verstaan je niet. Maar hij zegt: dan leren ze het wel.”

Later zou De Vries graag terugkeren naar Friesland. Niet alleen vanwege de taal, maar ook vanwege het landschap en de gemeenschap. “Het is een van de mooiste provincies van Nederland. Wij hebben de eilanden, de Elfstedentocht, wat wil je nog meer.”

Ook haar toekomstige kinderen zou ze graag Fries willen meegeven. “Zolang ik maar Fries tegen mijn eigen kinderen kan praten.” Want uiteindelijk is de taal voor haar meer dan een communicatiemiddel. “Fries verbindt,” zegt ze. “Dat zou ik ook echt aan de volgende generatie willen doorgeven.”

One thought on “Frederike de Vries: ‘Bij mijn studie maken ze vaak grapjes over mijn accent’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *