Studeren als race: ‘Achterlopen voelt als falen’
Studenten ervaren niet alleen druk om te presteren, maar vooral om geen vertraging op te lopen. Een onvoldoende betekent voor veel studenten meer dan alleen een slecht cijfer: het voelt als achterlopen. Volgens deskundigen moet de oplossing daarom niet alleen bij studenten zelf worden gezocht, maar ook in hoe het onderwijs omgaat met fouten, vertraging en succes.
Iris pakt met trillende handen haar laptop zodra een klasgenoot appt: de cijfers staan online. Ze staart een paar seconden naar haar scherm voordat ze durft te klikken. Ze weet wat er op het spel staat: als ze dit hertentamen niet heeft gehaald, behaalt ze haar propedeuse niet.
Even later verschijnt de onvoldoende op haar scherm.
Voor de 22-jarige student Toegepaste Psychologie in Groningen, die later in een tbs-kliniek wil werken, voelt het niet als zomaar een slecht cijfer. Het voelt als opnieuw achterlopen. Opnieuw vertraging. Opnieuw verder verwijderd raken van haar plan om uiteindelijk naar de universiteit te gaan. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut, het RIVM en ECIO blijkt dat studenten steeds meer druk ervaren om geen studievertraging op te lopen, voortdurend te presteren en succesvol te zijn. Onderzoekers vergelijken het studentenleven in het rapport zelfs met “een eindeloze obstacle run”.
“Ik vind de snelheid wel belangrijk,” zegt Iris. “Mensen van mijn leeftijd verdienen nu gewoon al hun normale centen. En ik werk nog steeds een bijbaantje.”
Volgens Raimke Groothuizen, auteur en spreker over studentenwelzijn, zit precies daar een belangrijk verschil met eerdere generaties. “We hebben met z’n allen een soort beeld in ons hoofd dat studeren in één rechte lijn moet gaan,” zegt ze. Terwijl studievertraging volgens haar helemaal niet uitzonderlijk is. “Falen hoort ook onderdeel van ontwikkeling te zijn.”
Toch voelt dat voor veel studenten anders. Een onvoldoende betekent niet alleen een herkansing, maar ook extra tijd, extra studieschuld of het gevoel achter te raken op leeftijdsgenoten. Vooral sociale media versterken dat idee, ziet Groothuizen. “Op Instagram of LinkedIn zie je vooral succesverhalen,” zegt ze. “Mensen laten hun diploma zien, hun nieuwe baan of hun perfecte leven. Maar niemand post dat ze de avond ervoor huilend onder een dekentje lagen omdat ze het allemaal niet meer trokken.”
Dat gevoel van vergelijking herkent Iris direct. Vooral wanneer leeftijdsgenoten hun diploma halen of online hun successen delen. “Dan denk ik wel: dat had ik ook kunnen zijn.”
Volgens Groothuizen komt prestatiedruk bovendien opvallend vaak vanuit studenten zelf. “De meeste studenten ervaren die prestatiedruk vooral intrinsiek,” zegt ze. “Dus ze leggen zichzelf een hoge lat op.” Tegelijkertijd wordt die druk volgens haar voortdurend gevoed door maatschappelijke verwachtingen. Studenten maken zich zorgen over studieschuld, woningnood en hun toekomst. “Je moet eigenlijk op twee plekken tegelijk je imago hooghouden,” zegt Groothuizen. “Dat zorgt continu voor druk.”
Maar volgens orthopedagoog en docent Lijnie Reijers ligt het probleem niet alleen bij studenten of sociale media. Zij ziet vooral een onderwijssysteem waarin fouten maken wel wordt aangemoedigd, maar in de praktijk weinig ruimte krijgt.
“We zeggen: van fouten kun je leren,” zegt Reijers. “Maar vervolgens krijg je juist puntenaftrek als je fouten maakt.”
Volgens Reijers zit daar een fundamentele tegenstrijdigheid. Studenten krijgen te horen dat fouten maken bij leren hoort, maar worden vervolgens vooral beoordeeld op het eindresultaat. Daardoor blijft vaak onduidelijk waar het precies misgaat. “Als we echt consistent zijn in: je mag fouten maken en van fouten kun je leren, dan zouden we veel vaker een foutanalyse moeten maken,” zegt ze.
Dat herkent Iris. Nadat ze haar hertentamen niet haalde, wilde ze haar toets graag nog eens bekijken om te begrijpen wat er precies fout ging. “Maar dat kon niet meer,” vertelt ze. “Dan denk ik: hoe kan ik mezelf verbeteren als ik niet eens kan zien wat ik fout heb gedaan?”
Volgens Reijers laat dat precies zien waar het onderwijs volgens haar tekortschiet. “Als je niet weet waar je op moet letten, hoe kan je dan verbeteren?” zegt ze. “Dan zijn we dus niet eens mensen dingen aan het leren. We gaan alleen maar dingen reproduceren. Dat is wat anders dan leren.”
Ook de manier waarop onderwijs wordt aangeboden, speelt volgens haar een rol. De oplossing wordt nu te vaak gezocht bij individuele studenten. Extra coaching of bijles moet studenten helpen, terwijl volgens Reijers ook kritisch gekeken moet worden naar het onderwijs zelf. “Er wordt heel veel bij de student gelegd van: jij kan het niet, dus jij hebt extra ondersteuning nodig,” zegt ze. “Terwijl we ook moeten kijken: hoe bieden wij het onderwijs eigenlijk aan?”
Volgens Reijers houden onderwijsinstellingen nog te weinig rekening met verschillende manieren van leren. Studenten krijgen vaak dezelfde uitleg, dezelfde toetsvorm en hetzelfde antwoordmodel, terwijl niet iedereen op dezelfde manier leert. “Er is vaak maar één goede manier om tot een antwoord te komen,” zegt ze. “Terwijl er echt verschillende manieren zijn om tot een goed antwoord te komen.”
Ook Groothuizen ziet dat onderwijsinstellingen zelf druk kunnen versterken. Volgens haar krijgen studenten vaak al voor de start van hun studie een te rooskleurig beeld. Tijdens open dagen gaat het volgens haar vooral over de leuke kanten van een opleiding. “Promostudenten gaan daar niet vertellen dat het soms helemaal niet leuk is en dat een toets supermoeilijk is,” zegt ze.
Daarnaast merkt Groothuizen dat prestatiedruk sneller problematisch wordt wanneer studenten zich anoniem of ongezien voelen. Vooral op universiteiten kunnen studenten volgens haar makkelijker verdwijnen tussen grote hoorcolleges en beperkte begeleiding. Daardoor trekken studenten zich sneller terug wanneer ze vastlopen of vertraging oplopen. “Je gaat pas ergens naartoe als je je gezien voelt,” zegt ze.
Voor Iris blijft die druk voorlopig nog bestaan. Tijdens het gesprek valt ze even stil en kijkt ze nadenkend naar haar handen voordat ze antwoord geeft. “Misschien moet ik meer loslaten dat alles binnen een bepaalde tijd moet,” zegt ze.
Volgens Groothuizen en Reijers zit daar precies de kern van het probleem. Niet alle prestatiedruk hoeft te verdwijnen, maar de manier waarop studenten naar succes, vertraging en falen kijken zou wel mogen veranderen. Want zolang studeren voelt als een race waarin iedereen op hetzelfde tempo moet presteren, blijft achterlopen voor veel studenten voelen als falen.
