Camera als mikpunt: waarom fotojournalisten onder vuur liggen en hoe dat moet stoppen

Steeds meer fotojournalisten kijken tijdens hun werk niet alleen door de lens, maar ook over hun schouder. Juist het hulpmiddel waarmee zij hun werk doen en hun geld verdienen, maakt hen steeds vaker zichtbaar als doelwit van agressie. “Je wordt veel sneller een target,” merkt fotojournalist Pedro Sluiter op.

Sluiter werkt als fotojournalist voor dagblad de Stentor en merkt dat de houding tegenover de pers de afgelopen jaren zichtbaar is veranderd. Vooral tijdens demonstraties of gevoelige gebeurtenissen voelt hij sneller spanning zodra mensen zijn camera zien verschijnen. “Vroeger werd het gewaardeerd dat er een persfotograaf kwam,” zegt hij. “Nu zien mensen je liever niet dan wel.”

Dat beeld sluit aan bij onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van PersVeilig. Daaruit blijkt dat 91 procent van de Nederlandse foto- en camerajournalisten ooit te maken kreeg met agressie, intimidatie of bedreiging. Ruim driekwart maakte het afgelopen jaar nog een incident mee. Meer dan de helft van de ondervraagden zegt bovendien dat de agressie de afgelopen jaren is toegenomen.

Volgens Sluiter verandert die groeiende vijandigheid ook de manier waarop journalisten hun werk doen. Waar hij vroeger onbevangen naar een opdracht ging, denkt hij tegenwoordig vaker vooruit. “Bij sommige demonstraties denk ik van tevoren al na waar ik mijn auto neerzet, zodat ik snel weg kan als het escaleert.” Vooral bij protesten rond azc’s of andere maatschappelijk gevoelige onderwerpen merkt hij dat de sfeer sneller kan omslaan. “Je bent als fotograaf heel zichtbaar en vaak alleen. Dan ben je gewoon een makkelijk doelwit.”

Volgens de secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), Thomas Bruning, gaat het probleem inmiddels verder dan alleen losse incidenten. Hij ziet dat journalisten steeds vaker rekening moeten houden met agressie tijdens hun dagelijkse werk. “Als journalisten bepaalde plekken of onderwerpen gaan vermijden uit angst voor agressie, ontstaat een vorm van censuur,” zegt hij. Volgens Bruning speelt het groeiende wantrouwen richting media daarin een belangrijke rol. “Mensen geloven steeds vaker hun eigen waarheid en zien journalisten sneller als tegenstander.”

Volgens PersVeilig ontstaat spanning bovendien vaak doordat omstanders en hulpdiensten onvoldoende weten wat journalisten wel en niet mogen. Vooral bij demonstraties, ongelukken of andere emotionele situaties kan dat snel misgaan. “Mensen denken al snel: wat doet die fotograaf hier?” zegt woordvoerder Isabella Prins. Tegelijkertijd merkt ze dat veel mensen niet weten dat fotojournalisten op de openbare weg hun werk mogen doen. “Die kennis ontbreekt vaak.”

Volgens Prins ligt daar ook een belangrijke taak voor politie en handhaving. Vooral jonge agenten weten volgens haar niet altijd goed welke rechten journalisten hebben. “We horen nog te vaak dat journalisten worden tegengehouden of niet beschermd worden terwijl de situatie escaleert.” Juist sneller ingrijpen zou volgens haar veel verschil kunnen maken. “Als een journalist wordt bedreigd, moet daar direct op gereageerd worden.”

Dat gebeurt in de praktijk nog niet altijd. In de YouTube-video “Politie zit PowNews dwars: ‘Ze moeten hier gewoon ingrijpen!’” is te zien hoe journalist Tom Olthof die destijds werkzaam was bij Powned (tegenwoordig bij de Telegraaf) wordt bedreigd en belaagd onder toeziend oog van de politie. Uiteindelijk is Olthof degene die wordt weggehaald. De politie zei dit gedaan te hebben om “verdere escalatie te voorkomen”. Prins noemt de video een voorbeeld van hoe onduidelijkheid over de rol van journalisten en politie kan leiden tot gevaarlijke situaties.

Olthof zelf ziet vooral een structureel probleem in de manier waarop sommige agenten omgaan met pers op straat. “Het is me vaker overkomen dat de politie niet daadkrachtig optrad tegen mensen die ons bedreigden,” zegt hij. Volgens hem speelt druk daarbij een grote rol. “Agenten weten dat ze continu gefilmd worden en onder een vergrootglas liggen. Ik denk dat die druk ervoor kan zorgen dat ze verkeerde beslissingen maken.”

Tegelijkertijd benadrukt Olthof dat het probleem niet bij alle agenten ligt. Volgens hem ontbreekt het sommige politieagenten simpelweg aan kennis over hoe zij met media moeten omgaan tijdens demonstraties en spanningen. “Er wordt wel uitleg gegeven over persrechten, maar blijkbaar blijft die kennis niet altijd hangen,” zegt hij. Volgens Olthof laat dat zien dat de druk op journalisten niet alleen vanuit demonstranten komt, maar soms ook ontstaat door onzekerheid of terughoudendheid bij autoriteiten zelf.

Daarnaast merkt Olthof dat agressie richting journalisten steeds vaker samengaat met online intimidatie en doxing, waarbij persoonsgegevens via sociale media worden verspreid. Volgens hem zijn niet alleen journalisten, maar ook politieagenten bang dat hun privégegevens online terechtkomen wanneer beelden viraal gaan. “Agenten weten dat ze continu gefilmd worden en onder een vergrootglas liggen,” zegt hij.

Volgens Sluiter blijft de impact van dit soort confrontaties vaak nog lang hangen. Het gevaar zit volgens hem niet alleen in fysiek geweld, maar ook in de dreiging die eraan voorafgaat. “Mensen gaan je filmen, je kenteken noteren of zeggen dat ze weten waar je woont,” zegt hij. “Dan rij je wel naar huis met een rotgevoel.”

Toch denken zowel PersVeilig als de NVJ dat escalatie niet altijd onvermijdelijk is. Volgens Prins kan betere kennis over persrechten al veel spanning wegnemen. Ze ziet bijvoorbeeld dat politieagenten steeds vaker trainingen krijgen over de positie van journalisten op straat. Ook zouden omstanders beter moeten begrijpen dat professionele fotojournalisten anders werken dan mensen die beelden zomaar online zetten. “Fotojournalisten gaan zorgvuldig met beelden om,” zegt ze. “Ze maken slachtoffers meestal niet herkenbaar in beeld.”

Volgens Bruning zit een deel van de oplossing daarnaast in bescherming vanuit politie en justitie. De afgelopen jaren is agressie tegen journalisten volgens hem serieuzer genomen, onder meer via PersVeilig. Toch ziet hij nog steeds problemen, vooral online. “Digitale bedreigingen worden nog te vaak onderschat,” zegt hij, “terwijl die enorme impact kunnen hebben op journalisten en hun gevoel van veiligheid.”

Hoewel de situaties in Nederland niet te vergelijken zijn met werken in een oorlogsgebied, herkent fotojournalist Mariëlle van Uitert wel dezelfde constante alertheid en dreiging. Voor haar als oud-oorlogsfotograaf is werken onder druk al jarenlang onderdeel van het vak, al speelde dat zich jarenlang af op een veel extremere schaal. Tijdens haar werk in conflictgebieden als Afghanistan, Gaza en Syrië was onveiligheid onderdeel van haar dagelijkse realiteit. Soms werkte ze undercover, andere keren zat ze midden in oorlogsgebied terwijl kogels langs haar hoofd vlogen. “Je voelt continu dat iemand over je schouder meekijkt,” zegt ze. Ook veiligheidsdiensten hielden haar volgens eigen zeggen regelmatig in de gaten tijdens haar werk.

Van Uitert werd tijdens haar carrière geconfronteerd met ontvoering, dreiging en voortdurende surveillance. Toch ziet ze overeenkomsten met de groeiende vijandigheid waar Nederlandse fotojournalisten tegenwoordig mee te maken krijgen. Volgens haar is het respect voor journalistiek de afgelopen jaren zichtbaar veranderd. “Vroeger was er nog een bepaald respect voor journalisten,” zegt ze. “Nu ben je soms juist een doelwit.”

Volgens Van Uitert ontstaat daardoor een gevaarlijke ontwikkeling. “Als mensen de media niet meer vertrouwen, krijg je een samenleving waarin iedereen alleen nog zijn eigen waarheid gelooft,” zegt ze. Tegelijkertijd vindt ze dat ook journalisten kritisch naar zichzelf moeten blijven kijken. Sensatie en snelle online aandacht helpen volgens haar niet mee aan het vertrouwen in de pers. “Een goede journalist probeert beide kanten te laten zien,” zegt ze. “Dat vertrouwen in de journalistiek moet terugkomen.”

Voor Sluiter blijft dat het aller belangrijkste voor het vak. Ondanks de risico’s vindt hij het belangrijk dat fotojournalisten zichtbaar blijven op straat en gebeurtenissen blijven vastleggen zoals ze zijn. “Wij laten zien wat er echt gebeurt,” zegt hij. “Niet alleen het verhaal dat mensen zelf willen vertellen, maar het complete beeld.”

De camera waarmee fotojournalisten verhalen objectief proberen zichtbaar te maken, maakt hen tegelijkertijd steeds vaker zelf zichtbaar als doelwit.

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.