Voor Mustapha Esadik, schrijver van het boek ‘de voetbalkampioenen van Afrika’, is voetbal veel meer dan alleen een sport. In zijn boek gebruikt hij voetbal als ingang naar grotere verhalen over geschiedenis, identiteit en maatschappelijke verandering in Afrika. Voor het aankomende WK verwacht hij meer waardering voor Afrikaanse landen.
Esadik wilde geen traditioneel voetbalboek schrijven dat alleen draait om wedstrijden en spelers. Hij is zelf van Marokkaanse afkomst en volgt het voetbal van dichtbij. “Bij elk land was er wel een interessant maatschappelijk haakje en een thema.” Zo gaat het hoofdstuk over Senegal over migratie, Zuid-Afrika over apartheid en Ivoorkust over vrede en oorlog. Het idee voor het boek ontstond vanuit zijn jarenlange interesse in Afrikaans voetbal. “Ik hou me al twintig jaar bezig met dit onderwerp en dit voelt een beetje als de afsluiting daarvan”, vertelt Esadik. Inmiddels is de voetbalkenner al vier jaar docent journalistiek op de Hogeschool Utrecht.
Naast voetbal hoopt Esadik met zijn boek ook jongeren enthousiast te maken voor lezen. Zelf begon zijn interesse ooit met een voetbalboek. “Lezen levert je veel op”, zegt hij. “En als er door mij misschien een paar mensen gaan lezen die nooit hebben gelezen, dan zou dat wel supermooi zijn.”
Daarnaast is voetbal volgens hem in veel Afrikaanse landen verreweg de belangrijkste sport. “In Europa heb je ook veel concurrerende sporten”, zegt Esadik. “Je kunt je kind op hockey zetten of wel tien andere sporten, maar in Afrika zijn er niet heel veel opties.”
Vooral het verhaal van Ivoorkust maakte indruk op hem. Tijdens de kwalificatie voor het WK van 2006 deed Didier Drogba, voormalig-voetballer van Kaapverdië, live op televisie een oproep aan strijdende partijen tijdens de burgeroorlog. “Dat is natuurlijk wel enorm heftig”, zegt Esadik. “En dat is wel indrukwekkend dat een voetballer de eerste stap heeft gezet.”
Ook het hoofdstuk over Zuid-Afrika bleef hem bij. Daarin combineerde hij de geschiedenis van de apartheid met de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. Voor het boek sprak hij onder meer met oud-bondscoach Vera Pauw. “Het was voor haar de meest bijzondere plek om te werken”, vertelt hij.
Volgens Esadik speelt voetbal in veel Afrikaanse landen een belangrijke maatschappelijke rol. Hij wijst daarbij onder meer op de geschiedenis van het continent na het koloniale tijdperk. “Na het koloniale tijdperk moesten volkeren die eigenlijk niet zo veel met elkaar hadden opeens één land gaan vormen”, vertelt hij. Volgens hem werd voetbal in sommige landen gebruikt “om een soort van eensgezindheid te hebben, een verbinding.”
Daarnaast beschrijft Esadik hoe stereotypen over Afrikaans voetbal langzaam verdwijnen. Lange tijd werden Afrikaanse spelers volgens hem vooral gezien als fysiek sterk, maar tactisch minder goed. “Dat waren wel echt vooroordelen, zeker tot en met de jaren negentig.”
Toch ziet hij dat het beeld langzaam verandert. “Ik zie nu dat er in ieder geval in Nederland wel veel aandacht aan wordt besteed.” Volgens hem helpt het dat de Afrika Cup tegenwoordig uitgebreid wordt uitgezonden en serieus wordt geanalyseerd. Een andere ontwikkeling die hij ziet, is dat steeds meer spelers met Afrikaanse roots kiezen voor Afrikaanse nationale teams. Volgens Esadik komt dat deels doordat Afrikaanse bonden professioneler werken, maar ook doordat de FIFA-regels soepeler zijn geworden. Tegelijkertijd begrijpt hij dat dit soms discussie oproept. “Het is een persoonlijke keuze die ik ook respecteer”, zegt hij daarover.
Richting het komende WK verwacht Esadik veel van Senegal. “Ontzettend veel talent, leuk elftal en kunnen goed aanvallen en verdedigen.” Ook Marokko, Egypte, Ivoorkust en Algerije noemt hij als landen die indruk kunnen maken.
Volgens hem staat Afrikaans voetbal aan het begin van een belangrijke ontwikkeling. Waar vroeger slechts enkele Afrikaanse landen deelnamen aan het WK, doen er straks tien mee. “Nu zijn er tien, dus is er een gelijke verdeling.” Volgens Esadik betekent dat ook dat meer landen de kans krijgen zich te laten zien op het hoogste niveau. “Ja, ik denk dat meer landen verder gaan komen. We gaan dit jaar nieuwe landen zien.”

