16 mei 2026

Eén weekend techno, één maand schulden

Foto - ANP

Er was een tijd dat festivals gewoon een spontane beslissing waren. Iemand stuurde in de groep chat: “Zullen we gaan?” en een uur later had iedereen een ticket gekocht, een tent geregeld en nul nadenken toegepast. Tegenwoordig voelt een festival plannen meer als het kopen van een huis. Alleen krijg je bij een festival minder vierkante meters, meer modder en aanzienlijk slechter sanitair.

De prijsstijgingen van festivals zijn namelijk compleet ontspoord. Kijk maar naar Tommorrowland wat 10 jaar geleden nog maar €175 kosten kost nu in 2026 €365. Elk jaar verschijnt er weer zo’n nieuwsbericht waarin staat dat tickets “iets duurder” worden door inflatie, hogere productiekosten en “de totaalbeleving”. Dat woord alleen al, totaalbeleving. Alsof ik niet gewoon drie dagen wil zweten in een weiland terwijl iemand met een snor techno draait vanaf een industriële steigerconstructie.

Maar goed, festivals zijn duurder geworden. Véél duurder. En studenten merken dat inmiddels harder dan wie dan ook. Wij zijn namelijk de generatie die tegelijkertijd moet sparen, studeren, huur betalen, boodschappen doen én blijkbaar €365 aftikken om twee dagen in een Decathlon-tentje te mogen overleven.

Want daar blijft het natuurlijk niet bij. Het ticket is nog maar het begin. Festivals werken tegenwoordig zoals budgetvliegtuigen. Eerst denk je: “Oh, dat valt best mee.” En daarna betaal je extra voor een locker, een camping, een douche, wc-bezoek, oordoppen, water en waarschijnlijk binnenkort ook zuurstof.

Je koopt geen festivalticket meer. Je begint aan een financieel avontuur.

En toch trappen we er ieder jaar opnieuw in. Dat blijft indrukwekkend. Studenten kunnen in de supermarkt twintig minuten twijfelen over huismerkpasta van €1,29, maar zodra iemand zegt “line-up dropt morgen”, verandert iedereen ineens in een investeerder met roekeloos spendeergedrag.

“Ja het is duur, maar dit is wel echt een ervaring.”

Dat zeggen mensen altijd alsof ze deelnemen aan een spirituele retraite in Tibet. In werkelijkheid lig je op een luchtbed dat langzaam leegloopt naast iemand die om half zes ’s ochtends een frikandel eet alsof het een Michelinmaaltijd is.

En dan de muntjes. Festivals hebben een economisch systeem ontwikkeld dat waarschijnlijk zelfs voor economen te ingewikkeld is. Nergens anders in Nederland betaal je €4,10 voor een munt die vervolgens slechts driekwart biertje vertegenwoordigt.

Je staat daar dan:

“Hoeveel kost een patatje?”

“Tweeënhalf munt.”

“En hoeveel is één munt?”

“Geen idee…”

Op een gegeven moment accepteer je gewoon dat geld niet meer bestaat. Je leeft tijdelijk in een parallel universum waarin een koude cola dezelfde marktwaarde heeft als een kleine tweedehands scooter.

Wat festivals extra bijzonder maakt, is dat niemand ooit toegeeft hoe absurd het eigenlijk is. Integendeel: hoe duurder het wordt, hoe enthousiaster mensen lijken te doen. Alsof financiële zelfdestructie onderdeel van de sfeer is geworden.

Mensen posten tegenwoordig trots: “Tickets secured 😭❤️” Niet omdat ze zo blij zijn dat ze gaan, maar omdat ze net succesvol een kleine economische crisis hebben overleefd.

En ondertussen blijven festivals ook steeds luxer worden. Vroeger had je een podium, wat muziek en een snackbar die twijfelachtig vlees verkocht. Nu heb je “premium food experiences”, VIP-decks, cocktailbars, wellnessruimtes en yoga-ochtenden. Niemand heeft hierom gevraagd. Studenten willen helemaal geen vega truffelkroket van €14. Wij willen gewoon friet die snel komt en niet direct hypotheekrente kost.

Maar festivals zijn meegegaan in dezelfde trend als koffie en sportscholen: alles moet een lifestyle worden. Je gaat niet meer gewoon naar een festival. Nee, je “creëert een unforgettable summer experience”.

Maar even reëel blijven, je staat gewoon drie uur in de rij voor een lauwe wrap.

Toch blijven we gaan. Dat is misschien nog het vreemdste van alles. Ondanks de prijzen, de chaos, de slaaptekorten en het feit dat je na afloop financieel moet herstellen alsof je een mislukte startup hebt gelanceerd.

Want ergens zit er ook iets moois in. Festivals zijn een van de laatste plekken waar duizenden mensen collectief besluiten dat verantwoordelijkheid even niet bestaat. Waar iedereen ineens vrienden is en waar €18 voor een broodje acceptabel lijkt zolang er lasers door de lucht gaan.

En misschien is dat uiteindelijk precies waarom die prijzen blijven stijgen. Festivals weten namelijk één ding heel goed: studenten klagen overal over, behalve op het moment dat de beat dropt en de zon ondergaat. Dan vergeten we heel even dat we net €47 hebben betaald voor vier drankjes en een portie nacho’s ter grootte van een onderzetter. 

Door Ilse Anema

Related Post

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *