In januari 2024 verandert Gabe zijn leven compleet. Zijn moeder, Sandra, krijgt een epileptische aanval, waarna geconstateerd wordt dat zij een breintumor heeft. Een breintumor die niet meer weg te halen is. Twee jaar lang verslechtert haar toestand. “Na ongeveer anderhalf jaar was het zo slecht dat ik, mijn vader en broertje niet meer voor haar konden zorgen. Toen is ze in een tehuis gaan wonen.” Nu een week na het overlijden praat Gabe er bijzonder rustig over, alsof hij zijn vrede er al compleet mee heeft gevonden.
Gabe verteld dat het heel raar was om haar daar te zien. “Ik zou nooit gedacht hebben op 19-jarige leeftijd al een moeder in een bejaardentehuis te hebben.” Maanden gaan voorbij en de situatie verslechter langzaam, maar Sandra houdt vol en is inmiddels al ver voorbij de tijd die de dokter haar had gegeven.
Het Erasmus MC is met een onderzoek uitgekomen van Neuro-oncoloog prof. dr. Martin van den Bent waarin blijkt dat de overlevingstijd van sommige hersentumorpatiënten verdubbeld kan worden met chemotherapie. Bij Sandra is dit ook terug te zien. Zij kreeg van haar dokter één tot anderhalf jaar. Na twee jaar en vier maanden overlijdt zij pas.
Twee jaar na haar diagnose gebeurt het weer, een epileptische aanval. “We weten niet hoe het haar gelukt is, maar ze heeft het voor elkaar gekregen de alarmknop ingedrukt te krijgen. Nadat Sandra wakker werd was het duidelijk dat de schade enorm was. “Het lukte haar niet meer om gesprekken te voeren met ons. Er zat een soort levenloze blik in haar ogen. Het is ontzettend naar om dat te zien.”
Gesprekken over euthanasie wou Sandra al niet hebben. “Het was heel moeilijk de laatste weken. Je wilt het niet zeggen, maar eigenlijk heeft het geen nut meer voor haar om in leven te blijven op dat moment. Het was verschrikkelijk om haar nog te bezoeken. Je krijgt een schuldgevoel, omdat je niet je eigen moeder wilt zien, maar weet dat je spijt krijgt als je niet zou gaan. Drie weken na die aanval kreeg ze nog één laatste aanval. Daarna was het al te zwaar voor haar om haar ogen open te houden, laat staan met ons communiceren. Toen heb ik met mijn vader besloten dat het goed was zo.”
De medicatie van Sandra is hierna gestopt en de morfine verhoogd. Het was nu wachten tot haar hart zou opgeven. “Ik heb dagen aan haar zijde gezeten samen met mijn vader. Mijn broertje kon de situatie niet aan en sloot zichzelf voornamelijk op in zijn kamer.”
Vijf dagen heeft ze het zo nog volgehouden. “De dokter had gezegd: één of hooguit twee dagen. Het waren de langste vijf dagen van mijn leven. Mijn leven stond op pauze, terwijl de rest van de wereld gewoon doorging.”
“Het is toevallig dat je mij interviewt op moederdag. Dat zou heel zielig zijn misschien, maar dat valt wel mee. Mijn moeder kwam uit Engeland, daar vieren ze moederdag veel eerder. Ik heb dit jaar Moederdag dus gewoon nog met mijn moeder kunnen vieren.”
Elk jaar krijgen maar ongeveer 250 mensen in Nederland een laaggradige hersentumor zoals Sandra. Gemiddeld leven 5 jaar na de diagnose nog ongeveer 25% van de mensen met een laaggradige hersentumor. Er is geen specifiek percentage bekend van het aantal mensen met een laaggradige hersentumor in Nederland om de levensverwachting te verlengen.
Als Gabe en zijn familie het as krijgen van de crematie, gaan ze samen naar Engeland om daar de familie van Sandra op te zoeken en haar daaruit te strooien. Dat was haar laatste wens. “Het is nog maar een week geleden, dat mijn moeder overleden is, maar de sfeer thuis keert langzaam weer terug naar hoe het was. Je merkt dat alhoewel er wordt gerouwd, er ook een soort opluchting is. Daar zou je je heel schuldig over kunnen voelen, omdat het voelt alsof je opgelucht bent dat ze dood is, maar dat is niet zo. We zijn opgelucht dat ze klaar is met vechten, dat ze rust gevonden heeft en nu in vrede voortleeft in onze herinneringen.”

